Menu

Premium

Morgen is vandaag

Bij Jesaja 2,2-5

In de stad Salem stijgt de spanning. Vanavond wordt het songfestival gehouden. Vanwege de verwachte grote toeloop zal het plaatsvinden in het voetbalstadion. In de jury zitten de kopstukken van de stad, politieke gezagsdragers en belangrijke mensen uit de financiële wereld en het vastgoed.

Iedereen verwacht dat het wel een Engels liedje zal worden, want veel juryleden komen uit het buitenland. Er zit iemand in die namens een buitenlandse wapenfabriek hier zijn zaken doet. In Salem hoeft hij namelijk geen belasting te betalen. Een ander jurylid heeft met buitenlands geld hele straten met huizen opgekocht. Na die flink opgeknapt te hebben verkoopt hij ze weer voor veel geld. Of hij verhuurt ze tegen een enorm hoge huur. Amos heeft geen huis meer. Hij zou niet weten hoe hij het moest betalen. Hij heeft ook geen geld voor een toegangskaartje voor het stadion. Dat spijt hem wel, want hij houdt veel van muziek. De volgende dag blijkt toch een liedje in de eigen taal het songfestival gewonnen te hebben: ‘Morgen wordt het beter…’ De jury geeft dit liedje bij de uitslag twaalf punten, het allerhoogste, omdat de tekst zo goed en begrijpelijk is. Dat laatste klopt wel, want binnen een dag zingt iedereen in Salem het mee: ‘Vandaag is het warm, morgen wordt het heter. Ook al ben je arm, morgen wordt het beter.’

Het wordt een grote hit. Je hoort het wekenlang de hele dag door op de radio. Amos hoort het ook. Het schalt uit de open ramen van de auto’s. Het klinkt vanuit de open deuren van de cafés. ‘Ook al ben je arm, morgen wordt het beter?’ denkt Amos. ‘Daar merk ik anders weinig van.’ Hij vindt tussen oude rommel op straat een groot bord. Hij leent een viltstift van de visboer en schrijft met grote letters op het bord: Morgen is Vandaag! Daarmee loopt hij door de straten van Salem. Je ziet de mensen denken: ‘Wat zou hij bedoelen?’ Maar sommigen hebben het door en knikken met hun hoofd.

Vraag

Heb je het ook door, wat Amos bedoelt?

Liedsuggestie

(Nieuw) Liedboek voor de kerken 2013, 771, ‘Ik weet van een stad die komen zal’.

Wellicht ook interessant

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Drie-eenheid

In 2024 schreef Bram van de Beek een artikel voor een wetenschappelijke encyclopedie over hoe er in de Vroege Kerk werd gedacht over de drie-eenheid. Al vanaf de jaren-’80 is hij actief als hoogleraar. In 1981 volgende hij in Leiden prof. dr. H. Berkhof op als hoogleraar Dogmatiek. In 2000 verhuisde hij naar de Vrije Universiteit, waar hij Symboliek ging doceren. Bij symboliek gaat het om de inhoud van de geloofsbelijdenissen. Ook was Van de Beek bijzonder hoogleraar Systematische theologie aan de Universiteit van Stellenbosch in Zuid-Afrika.

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Inferno

Iedereen heeft misschien wel zijn eigen beeld van de hel. Persoonlijk vind ik de hel zelf veel moeilijker voor te stellen dan de hemel. Als ik de hel zou moeten verbeelden, dan zou ik kiezen voor een druk winkelcentrum waar ik eindeloos op en neer ga op de roltrap. Ik ben dan in een drukte van mensen waar ik niet verbonden mee kan raken, omdat die mensen op dat moment allemaal voor zichzelf leven. Een plek waar ik innerlijk alleen maar onrustig kan worden en onrustig zal blijven. Zo stel ik me de hel voor: als een plek waar ik in het leven hier op aarde al niet graag kom. Als ik over het beeld nadenk, ontbreekt een belangrijk element: God Die Zijn oordeel heeft uitgesproken over mijn leven. Dat ik niet zonder reden voor altijd op die roltrap op en neer zal gaan en ik innerlijk gek wordt van de steeds toenemende onrust.

Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Basis

Waarom ‘Eeuwig’ toch niet altijd een goed vertaalwoord is

Enkele publicaties vorig jaar, waaronder het boek “Het einde van de Hel” van Reinier Sonneveld, hebben de eeuwenoude discussie of God alle mensen uiteindelijk zal redden1 weer nieuw leven ingeblazen. Een belangrijk argument tegen de leer dat voor ongelovigen de hel de eindbestemming zou zijn, is dat de Hebreeuwse en Griekse woorden die meestal met “eeuwig” vertaald worden, niet de betekenis “eindeloos” hebben. Dat was aanleiding voor het blad Met Andere Woorden (MAW), een vakblad voor Bijbel en vertalen, om een themanummer uit te geven rondom dit woordje, “eeuwig” en “eeuwigheid”. En, hoewel vertalers zich het liefst op de tekst zelf focussen, ontkom je er niet aan keuzes te moeten maken die aan een dergelijke discussie raken.2 Zo moet een vertaler kiezen of hij meegaat in het zo bekende “eeuwig” en “eeuwigheid”, of in navolging van kritiek en diverse onderzoeken voor een andere weergave kiest. In het themanummer verdedigden enkele artikelen de keuze voor “eeuwig”. In de studievertaling waar ik aan mee mag werken, de Nieuwe Concordante Vertaling (NCV),3 is echter een andere keuze gemaakt. In dit artikel laat ik graag zien waarom “eeuwig” toch niet altijd een goed vertaalwoord is.

Nieuwe boeken