Wij mensen kunnen van Hem zeggen dat Hij een God is die zich verborgen houdt (Jes. 45,15), maar van Zichzelf zegt Hij: ‘Niet in het verborgene heb Ik gesproken’ (Jes. 45,19). Wij kunnen vertwijfeld uitroepen: ‘Wáár is God nu…?’, maar Zélf herinnert Hij ons altijd weer aan zijn naam: ‘JHWH – Ik ben er’ (Jes. 45,19b). Het is de liefde waarover Jezus onomwonden spreekt die het zicht op God openhoudt, waardoor er geen sprake kan zijn van enige verborgenheid. Maar evenzeer het zicht op de mens, waardoor we elkaar kunnen liefhebben… In zijn De servo arbitrio uit 1525 introduceerde Luther
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Al voor € 10,- per maand heb je toegang tot het volledige aanbod.
InloggenLid worden