Menu

None

Onthuld

Man die op een rots boven het water zit
(Beeld: Unsplash)

Heel vroeg in de ochtend, het is nog donker, komt Maria Magdalena aan bij het graf van Jezus. De steen is weg! Waar is het lichaam van Jezus? Maria haast zich naar Petrus en Johannes, die zich zo snel mogelijk naar het graf begeven. En inderdaad: het lichaam is weg – maar de doeken liggen er nog.

Met nadruk wordt over deze doeken geschreven. De doek die Jezus’ gezicht bedekte, is zelfs netjes opgerold en apart weggelegd. In het kerstevangelie lazen we ook over doeken. Lucas noemt ze tot tweemaal toe: Maria bracht een zoon ter wereld, ze wikkelde Hem in een doek en legde Hem in een voederbak. En wanneer de engelen aan de herders vertellen dat de Messias geboren is, zeggen ze: ‘Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt.’

Blijkbaar hebben doeken betekenis aan het begin en aan het einde van Jezus’ leven. Alsof ze het verhaal van zijn leven omlijsten. In eerste instantie lijkt het wikkelen in doeken vooral liefdevolle aandacht te zijn. Aan de baby in de stal geeft het warmte en geborgenheid. Het is een soort inbakeren, zodat het kind zich veilig voelt en lekker in slaap kan vallen.

Na zijn dood wordt Jezus’ lichaam gebalsemd: dat beschermt het lichaam en stelt de ontbinding uit. Daarna wordt Hij opnieuw in doeken gewikkeld. Ook dat is een liefdevolle daad. Geboorte en dood, onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het innig geliefde kind en de innig geliefde volwassene worden ingewikkeld; het verhaal is rond.

Onstuitbaar leven

Maar dan is daar, onverwacht, tegen de natuurlijke gang van zaken in, een vervolg: leven na de dood. Dat is létterlijk ingewikkeld: een mysterie, een geheimenis, dat op deze vroege paasmorgen uit de doeken wordt gedaan. Als iets uit de doeken wordt gedaan, dan wordt dat uitgebreid verteld, vol vuur, in geuren en kleuren. Langzaam wordt iets onthuld, het wordt ont-wikkeld.

De ontwikkeling lijkt hier iets te zeggen over het wonderlijke leven van de Opgestane. Er wordt iets onthuld; onstuitbaar leven, los van tijd en plaats, vooralsnog onzichtbaar, maar zeker en vast.

Uit de doeken is het leven losgekomen van het aardse, wordt het bevrijd uit het graf, ontsnapt het aan de zwaartekracht. Het is een goddelijk geheim waarvan hier een tipje van de doek wordt opgelicht.

Maria

In het paasevangelie lezen we dat in Maria ook een ont-wikkeling plaatsvindt. Haar waarneming, haar perceptie, verandert. Ze ziet een leeg graf en denkt aan een grafroof: het lichaam moet zijn meegenomen. Daarna ziet ze in de leegte van het graf twee engelen die haar vragen waarom ze huilt. Door die vraag wordt haar hart geraakt: ze ziet nóg meer dan daarvoor. (Inmiddels is het licht geworden, een nieuwe dag!) Ze ontwaart de contouren van een mens, vast de tuinman – en tenslotte herkent ze Jezus.

‘Houd mij niet vast’, zegt Jezus: een verandering heeft plaatsgevonden, het concrete en aardse voorbij. Tevoorschijn komt wat in Hem als mens onstuitbaar verborgen zat: altijd en overal aanwezige, alles doordringende goddelijke natuur.

Misschien wordt ons dát met Pasen wel uit de doeken gedaan: dat we Jezus kunnen ontmoeten als de altijd Aanwezige. En: dat opstanding wil zeggen dat ook wij ons mogen ontwikkelen. Ons mogen ont-doen van doeken die ons zicht belemmeren, van overtuigingen die muurvast zitten, patronen of dogma’s die ons beknellen. Zodat er ruimte komt. En in die ruimte kunnen we meer gaan zien; engelen ontmoeten. Zien, soms even, iets van het geheimenis dat leven is. Zien, de altijd en overal aanwezige en alles doordringende bron die God is.

Pasen: wat ieder van ons ten diepste is, wordt bevrijd. Los van het aardse leven dat zo ingewikkeld is. Nieuw leven, langzaam maar zeker onthuld, ontwikkeld en vrij.

Tanja Viveen-Molenaar is geestelijk verzorger in het Ziekenhuis St Jansdal te Harderwijk, verhalenverteller en redactielid van Open Deur.

[Het paasevangelie is te vinden in Johannes 20.]


Uit de doeken
Open Deur 2026, nr. 3

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken