Tussen openbaring en mysterie
Het lege graf is teken van de Opstanding. Zo wordt de leerlingen geopenbaard dat de dood niet het laatste woord heeft. Maar wat dit betekent, blijft in beginsel een mysterie. Gaandeweg groeit het geloof.
De evangelist Johannes speelt in zijn verhaal over de Opstanding bewust met werkwoorden als kijken, zien en inzien. Zo neemt hij ons mee in het groeiende inzicht bij de leerlingen van Jezus. Van het simpele registreren van bijvoorbeeld de steen die van het (rots)graf is weggerold, tot een inzien, een begrip dat tot geloof leidt. Het is daarom ook betekenisvol dat Johannes als enige evangelist zegt dat het ‘nog donker’ was toen Maria bij het graf kwam. Het is de duisternis van het niet weten, zoals de nacht waarin Nikodemus in gesprek ging met Jezus.
Was de openbaring van de Opstanding niet eenvoudiger geweest door meteen de levende Jezus ten tonele te voeren? Dat zou de lezer wellicht tot de te snelle conclusies verleiden dat het enkel gaat om het wonder dat een dode wordt opgewekt. Dat gevaar speelt ook al bij de opwekking van Lazarus, waarover Johannes eerder verhaalt. Dan had de Opstanding van Christus in betekenis verloren. De openbaring begint bij de ontdekking van het lege graf, zoals ook een zuster van de Kanunnikessen van het Heilig Graf mij ooit benadrukte.
De leerling die Jezus liefheeft
In de ontdekkingstocht tussen openbaring en mysterie zijn er bij Johannes drie hoofdrolspelers: Maria, Simon Petrus, en de andere leerling van wie Jezus hield. Laatstgenoemde staat ook met de moeder van Jezus onder het kruis. In de traditie wordt deze leerling vereenzelvigd met Johannes, maar daartoe is absoluut geen dwingende reden. Interessanter is het om je als lezer te vereenzelvigen met de leerling die Jezus liefheeft. Een leerling die onder het kruis door Jezus tot zoon van de moeder wordt verklaard (en daarmee broer van de Heer), die de rouw en de tranen kent, en bij het lege graf uiteindelijk ziet en gelooft.
Over snelle conclusies gesproken. Maria ziet dat de steen voor het graf is weggerold. Ontzet rent ze naar Petrus en de andere leerling. ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze Hem neergelegd hebben’. Het lijkt alsof ze uitgaat van grafroof. En dat terwijl ze enkel gezien heeft dat de steen is weggerold. Ze is het graf niet binnengaan om te zien of het lichaam daadwerkelijk verdwenen is. Ze ziet, maar begrijpt niet. Opmerkelijk is ook dat ze zegt ‘we weten niet waar ze Hem neergelegd hebben’. Wie zijn die ‘we’? Was ze niet alleen bij het graf? Misschien worden we met ‘we’ door Johannes wel meegetrokken in het collectief van mensen die het niet weten, niet begrijpen.
Petrus en de andere leerling snellen zich naar het graf. In de beschrijving lijkt het een beetje op een hardloopwedstrijd: wie is er het eerst? Er is door wetenschappers weleens geopperd dat de achtergrond hiervan ligt in twee theologische scholen. Wie heeft het eerste begrip? Maar dat even terzijde. In ieder geval is de andere leerling sneller dan Simon Petrus. Hij kijkt verder dan Maria, hij buigt zich voorover en ziet de linnen doeken liggen waarin het dode lichaam gehuld en begraven was. Het lichaam van de Heer is inderdaad verdwenen. Is het dan toch grafroof?
Hij zag het en geloofde
Simon Petrus komt uiteindelijk ook bij het graf en gaat er wel naar binnen. Ook hij ziet de linnen doeken liggen maar ook de doek die Jezus’ gezicht bedekt had. Deze ligt keurig opgerold op een andere plek. Door dieper het graf in te gaan, openbaart zich een belangrijk detail. Geen grafrover zou de gezichtsdoek netjes hebben opgerold. De andere leerling gaat dan ook het graf in. ‘Hij zag het en geloofde’, schrijft Johannes. In het rotsgraf van de dood wordt geopenbaard dat die dood niet het laatste woord heeft. In het Lucasevangelie wordt dat krachtig verwoord in de boodschap aan de vrouwen bij het graf: ‘Waarom zoeken jullie de levende bij de doden?’ In de dood is de Heer niet te vinden. Hij is de Levende.
Gaandeweg groeit het geloof – door te zien wat ons geopenbaard is. Door niet te kijken naar feitelijkheden, maar naar betekenis. Door weggerukt te worden bij het graf, te ervaren dat de Levende midden in het leven te vinden is. Als Maria in de tuin bij onze naam genoemd, als de Emmaüsgangers onderweg de ogen geopend bij het breken van het brood, en als Thomas die de wonden ziet en gelooft. Zalig zijn zij die tussen openbaring en mysterie niet zien en toch geloven.
Harold Schorren is predikant van de wijkgemeente Laurenspastoraat, city pastor van Rotterdam, en redactielid van Open Deur.