Menu

Premium

Op het randje

Bij Lucas 4,21-30 / Lucas 4:21-30

De mensen in de synagoge – de joodse kerk – van Nazaret vinden het prachtig wat Jezus heeft verteld. Wat heeft hij mooi uitgebeeld hoe het leven voor arme en zieke mensen, voor gevangenen en mensen met een beperking beter zal gaan worden! Dromerig kijken ze voor zich uit. Die Jezus kan zo goed zeggen waar ze eigenlijk allemaal naar verlangen. Ze zijn trots op hem, de zoon van timmerman Jozef, hun stadgenoot in Nazaret.

‘Nou, aan het werk dan maar,’ zegt Jezus. ‘Jullie dachten toch niet dat ik alles hier ga oplossen? Ga maar eens bedenken hoe je die mensen kunt gaan helpen.’

Maar kijk, dat was nou net niet de bedoeling. De mensen in de synagoge hadden gedacht dat Jezus – of God weet wie – alles wel op zou lossen.

‘Als jullie dat denken, wordt het nooit wat!’ zegt Jezus. ‘Dan gaat het overal beter dan in Nazaret. Want dáár hebben ze al ontdekt hoe het beter kan.’

Nu zijn de mensen opeens niet meer trots op Jezus. Ze voelen zich beledigd. ‘Zo bruin heeft nog nooit iemand ze hier gebakken,’ zegt de bakker. De vrouw van de kleermaker trekt nijdig aan haar mantel, zodat de zoom losschiet. De vrouw van de schoolmeester staat kwaad op en roept: ‘Jij moet nog veel leren, snotneus!’

De bakker ziet zijn twee beste klanten stijf gearmd de synagoge uitlopen. Ik moet optreden, denkt hij, anders komen ze niet meer terug in mijn winkel. Hij staat op en grijpt Jezus bij zijn arm. Ook de smid en een paar stevige boeren komen erbij. Samen sleuren ze Jezus naar het randje van de stad, waar een afgrond is. Maar dan voelen ze opeens alle kracht uit hun armen en benen wegvloeien.

Jezus klopt het stof van zijn kleren en wandelt gewoon weg.

Tip: Vraag de kinderen wat het verband is tussen dromen en doen, verlangen en handeling. Krijg je dingen die je graag wil voor elkaar door ervan te dromen?

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken