Menu

Basis

‘Opdat zij allen één zijn’

Bijbelwetenschappen

7e van Pasen (Exodus 19:1-11, Psalmen 68 en Johannes 17:14-26)

Op Wezenzondag maken we in onszelf ruimte voor Pinksteren. Het joodse Wekenfeest en christelijk Pinksteren gaan over iets wat ons overkomt, waarin we geen regie hebben: dat de Eeuwige zijn intrek neemt in de gemeenschap, dat Hij zijn regels in mensenharten schrijft. We bereiden ons erop voor door ontvankelijkheid te oefenen: leeg te zijn van eigen drukte, vrij te zijn voor een nieuw begin, bereid te zijn om de beweging van God in ons toe te laten.

In Exodus 19 maakt Israël zich klaar voor het allereerste Wekenfeest, de gave van de Tora. De lezing uit Johannes 17 is een deel van het grote gebed waarmee Jezus de leerlingen voorbereidt op de gave van de Geest.

God en de wereld

Mij valt altijd weer op (meer nog: mij valt altijd weer tegen) hoe antithetisch de woorden van Jezus in het Johannesevangelie zijn. Er is heel veel wij versus zij: ‘De wereld haat hen, omdat ze niet bij de wereld horen, zoals ook Ik niet bij de wereld hoor’ (Johannes 17:14). Daarom vind ik het erg belangrijk om te stellen dat we brokken maken als we de woorden van Jezus lezen als de beschrijving van een toestand. Dan zou het gaan om een permanente tegenstelling tussen de wereld en Jezus, en tussen de wereld en de kerk. De kerk zou dan strikt genomen al geen deel van de wereld meer zijn. En heeft Jezus dan nog wel echt deel aan de wereld, is Gods woord dan wel door en door geïncarneerd – of is het hier aanwezig als een vreemdeling in een vreemd land: je vertoeft er wel, maar je maakt er geen deel van uit? Is Christus dan wel ‘een van ons’ geworden, of heeft Hij zich alleen als een van ons verkleed?

Ruimte maken voor Gods beweging

Maar volgens mij gaan de woorden van Jezus niet over een toestand, maar over een beweging. Er zijn vier instanties: de Vader, de Zoon (Christus), de leerlingen en de wereld. De wereld is waar alles gescheiden is, alles op zichzelf en tegen elkaar, het tegengestelde van eenheid. Er gaapt een afgrond tussen Gods eeuwige eenheid en de wereld van de oneindige verdeeldheden. Maar met de zending van de Zoon zet de Vader de beweging in om die afgrond te overbruggen. In de beweging van de Vader ketsen de deelnemers niet op elkaar af, maar vervullen ze elkaar: de Vader vervult de Zoon, de Zoon vervult de leerlingen. En daar blijft het niet bij: de zending is dat de leerlingen de wereld vervullen totdat alles één is in Gods ongedeelde liefde.

De wereld is dus niet datgene waarvan de leerlingen zich verre moeten houden. De wereld is in zoverre gevaarlijk dat ze een splijtzwam is die ook de leerlingen altijd weer kan aantasten. Maar ze is ook het doel van de hele beweging, ze wordt door de Vader bemind. Ruimte maken voor die beweging, bereid zijn om vol te stromen van die liefde voor alles wat is ‒ dat is onze voorbereiding op Pinksteren.

Een koninkrijk van priesters

Daarover schreef Jonathan Sacks ook prachtige dingen bij onze lezing uit Exodus 19.[1] Een ‘heilig volk’ (19:6) is volgens hem niet een volk dat zich afzondert om in een status aparte te leven, maar een volk dat de beweging van Gods toewending naar de wereld volgt en belichaamt. Daarom krijgt die heiligheid vooral vorm, zegt hij, in daden van recht en compassie. Heiligheid heeft niet iets ijzigs of afstandelijks, maar vooral iets aanstekelijks; het is bij uitstek op de wereld gericht.

En omdat de priester in de oudheid bij uitstek de persoon was die vitale kennis beheerde, is een koninkrijk van priesters volgens Sacks een volk waarin die kennis niet gemonopoliseerd is, waarin iedereen toegang heeft tot de geheimen van hemel en aarde – om die dan ook niet verborgen te houden voor andere volken, maar er dienstbaar mee te zijn aan alle schepselen. Dat klinkt, aan de vooravond van het Wekenfeest, als volstromen met Gods Geest, met als einddoel dat de hele wereld in die stroom betrokken wordt.

Heen en weer pendelen

In Exodus 19 valt me op dat Mozes – zoals in heel dat bijbelboek – voortdurend heen en weer gaat, als een veerpontje, tussen de Eeuwige en de mensen. Als heel het volk een eenstemmig antwoord roept, zie ik Mozes niet denken: Nou, de Eeuwige zal het wel gehoord hebben – nee, hij gaat om het antwoord aan God over te brengen en hij komt weer met een Godswoord terug. Onderweg naar de volkomen eenheid van ‘God alles in allen’ moet er geschipperd worden: wie verlangt naar de grote vervulling, kan niet anders dan dienstbaar en met engelengeduld heen en weer pendelen tussen de gescheiden partijen. Vandaar dat Mozes en Jezus zo vaak een berg bestijgen en weer afdalen, om hemel en aarde bij elkaar betrokken te houden. Ook straks, na het Wekenfeest en na Pinksteren, zal dat weer nodig zijn, want ook het volk van God en de leerlingen van Jezus vallen voortdurend weer uit die heilzame beweging waarmee de hemel de aarde wil vervullen.

Psalm 68 verbeeldt die beweging als een invasie, gewapenderhand ‒ en wij maar proberen om al zingend de geweldsverzen te omzeilen. Als je het met D-Day vergelijkt, een bevrijdende inval van de hemelse heerlegers, kun je het misschien invoelbaar maken.

Deze exegese is opgesteld door Piet van Veldhuizen.

Voetnoot

[1] Jonathan Sacks, Exodus. Boek van de bevrijding, Skandalon 2019. Dit is de vertaling van het Exodus-deel van Covenant & Conversation. A Weekly Reading of the Jewish Bible. Het gaat om de meditaties over ‘een koninkrijk van priesters’ en ‘een heilig volk’ bij de sabbatslezing Jitro.

Wellicht ook interessant

Bijbelwetenschappen
Bijbelwetenschappen
Basis

Uiterlijke of innerlijke waarheid

Het gaat niet om heilige plaatsen, al lijkt de lezing van Micha daarheen te verwijzen. Het gaat om ‘God te dienen (…) met eerbied en ontzag’, zoals Hebreeën 12:28 zegt. In de Johanneslezing wordt het beeld gebruikt van een bron en levend water. Het thema ‘waarheid’, ‘waarachtigheid’ (4:18.23.24) is daarbij belangrijk. De waarheid draait niet om een (heilige) plaats, maar om wíe je aanbidt. Driemaal noemt Jezus de Vader (4:21.23), die alles te maken heeft met de Geest (4:23.24, ook driemaal). Hierin openbaart Jezus zich als de gezalfde.

Foto De Theologie podcast aflevering 67 met Henk van de Belt
Foto De Theologie podcast aflevering 67 met Henk van de Belt
None

Thema: Geestspraak

Het gezag van de Bijbel staat onder orthodoxe protestanten in Nederland ter discussie. Niet in de eerste plaats om de wonderen die erin staan of om de historiciteit van de bijbelverhalen, maar omdat christenen de Bijbel in de praktijk heel verschillend uitleggen en toepassen. In zijn boek Geestspraak betoogt theoloog Henk van den Belt dat de Bijbel onfeilbaar betrouwbaar is omdat de heilige Geest daarin spreekt. Maar wat betekent dit precies? Tom en Tabitha gaan uitvoerig met hem in gesprek over hoe we de Bijbel kunnen verstaan. 

Nieuwe boeken