Menu

Premium

Over zegenen gesproken

Hebreeuwse tekst die wordt uitvergroot met een loep

Het werkwoord ‘zegenen’ dwingt ons om opnieuw te kijken naar de taal van godsdienst en geloof. In plaats van over ‘beneden en boven’ is het daarbij bijbelser om te praten over ‘eerder en later’, over de geschiedenis tussen scheppen en voltooien. Op die lijn heeft het werkwoord ‘zegenen’ zijn plek, en niet in de wereld van het bovennatuurlijke.

Werkwoorden als ‘scheppen’, ‘vergeven’, ‘heiligen’ en ‘zegenen’ roepen een hele discussie op over wat godsdienst of geloof nu eigenlijk is: zulke werkwoorden hebben (meestal) God als onderwerp. Gaat het dan om een goddelijke vorm van energie, om bovenmenselijke krachten? Iets wat hoger reikt dan de dagelijkse ervaring? Maar als dat zo is, hoe worden zulke werkwoorden dan gebruikt? Van boven naar beneden? Toont God, autonoom als hij is, er zijn kracht mee? Of worden zulke woorden gebruikt van beneden naar boven? Zijn het technieken om goddelijke krachten voor succes of bescherming aan het werk te zetten?

Grote woorden, de wereld van de religies zit er vol mee. Maar de vraag blijft of je fundamentele werkwoorden zoals ‘zegenen’, die de verhouding tussen God en mensen inhoud geven, wel moet blijven projecteren op de verticale lijn. Dan voed je steeds weer de moderne competitie tussen de blikrichting vanaf boven en die vanaf beneden. Dat blijft een nogal zinloos, tijdloos conflict tussen soorten van religiositeit, tussen fundamentalisme en magie, terwijl je zo de bijbelse spanning mist in de omgang van God en mensen, de levensweg van Gods aanwezigheid van begin naar voltooiing.

Juist het werkwoord ‘zegenen’

Over de weergave in moderne talen, zie K. Seybold, Der aaronitische Segen. Studien zu Numeri 6/22-27, Neukirchen: Neukirchener Verlag 1977, 25vv.

dwingt ons daarom om opnieuw te kijken naar de taal van godsdienst en geloof. In plaats van over ‘beneden en boven’ is het bijbelser om te praten over ‘eerder en later’, over de geschiedenis die ligt tussen scheppen en voltooien. Op die lijn heeft het werkwoord ‘zegenen’ zijn plek.

Begint het dan niet bij God? Zeker, dat wil zeggen: hij neemt het initiatief bij ‘tot stand brengen’ en bij ‘heel houden’. Die werkwoorden zijn inderdaad ook grammaticaal ge reserveerd voor God als onderwerp: bara, ‘scheppen’, en salach, ‘vergeven’. Bij bereech, ‘zegenen’, (d.i. ‘goede woorden spreken over’) gaat dat al wat anders. God neemt wel het initia tief, hij is de eerste die zegent in Genesis 1:1-2:3: de dieren (1:22), de mensen (1:28) en de ze vende dag (2:3). Maar mensen zegenen daarom vervolgens ook. Zij zegenen op hun beurt de Schepper (Ps. 103:1-2) en zij zegenen ook elkaar in zijn Naam (Ps. 129:8).

Zegen en magie

‘Zegenen’ is een werkwoord dat hoort bij Gods presentie in zijn wereld. ‘Zegenen’ komt direct na ‘scheppen’. Zonder die verbinding blijft het een menselijke poging tot magie: het mobiliseren van bovennatuurlijke krachten voor eigen gebruik. Maar juist doordat zegenen geen zelfstandige, magische kracht heeft, kunnen ook de mensen zegenen. In feite is dat een erkennen dat zijzelf in een geschiedenis van zegen zijn geplaatst door God en nu ook anderen daarin welkom kunnen heten. Dat moment van besef van ‘geschiedenis’ ontbreekt in moderne, magisch getinte religiositeit. Daar gaat het vooral om de plaats van het individu tussen kosmische krachten, en dan gaat ‘zegenen’ horen bij de wereld van wijding, bezwering en manipulatie. Het internet staat er vol mee. ‘Religie mag weer,’ mompelt de cultuurtheoloog dan verheugd, ‘ook goed voor de onderzoeksbudgetten.’ Opvallend is dat die behoefte aan magie niet alleen oeroud is, zoals blijkt uit de tekst van de zegen van Aäron op amuletten uit de 6e eeuw v.Chr.,

Besproken in: E. Talstra, Oude en Nieuwe Lezers. Een inleiding in de methoden van uitleg van het Oude Testament (Ontwerpen 2), Kok: Kampen 2002 (zie hoofdstuk 2).

maar ook steeds weer nieuwe vormen aanneemt. Ze is kennelijk met de mens gegeven, of het nu om de motoren zegening in traditioneel katholiek gaat (27 april 2014),

Inhorst.nl | Foto-impressie Motorzegening Grubbenvorst 2014. http://www.inhorst.nl/nieuws/algemeen/grubbenvorst/13750/foto-impressie-motorzegening-grubbenvorst-2014.html

dan wel om de moderne zegening van laptops en mobieltjes in het financiële hart van Londen.

Dominee zegent mobieltjes en laptops – AD.nl. http://www.ad.nl/ad/nl/1014/Bizar/article/detail/1955330/2010/01/12/ Dominee-zegent-mobieltjes-en-laptops.dhtml.

Maar, met of zonder de dekmantel van een kerkelijk ambt: zegenen los van de geschiedenis van andere bijbelse woorden als ‘scheppen’ en ‘vergeven’ is een leeg gebaar.

Zegenen in de Bijbel is immers niet het oproepen van een bovennatuurlijke kracht om succes vol te kunnen wielrennen, voetballen, bidden of handel drijven. Dat is magie. Maar zegenen is het terugplaatsen van de dagelijkse wereld van zorgen, winst, verlies en prestige in de bredere wereld van de schepping. De ruimte van de eeuwenlange omgang tussen God en mensen steeds weer heropenen door hindernissen van angst en eigenbelang met vertrouwen tegen te spreken. Dat gebeurt niet als wens, maar wel op basis van de Naam. Die staat voor de presentie van God in het menselijk bestaan. In het Oude Testament is zegenen daarom de taak van de priesters. In Numeri 6 wordt hun werk zo samengevat: ‘zij zullen mijn Naam over het volk uitspreken’. Deuteronomium 10:8 en 21:5 spreken expliciet over de afzondering van de stam Levi uit de andere stammen met als taak het ‘zegenen met de Naam van JHWH’. 1 Kronieken 23:13 spreekt opnieuw over Aäron en zijn zonen en gebruikt de uitdrukking: ‘dienst doen en zegenen met zijn Naam’. Daarmee wordt ‘zegenen’ niet een hoogliturgisch, sacraal gebeuren, integendeel: het plaatst de mens en de cultische ontmoeting van God en mensen terug in de context van JHWH en zijn schepping. Zegenen stond aan het begin van Gods presentie. Zij opent een geschiedenis waarin de zegen steeds weer vorm krijgt en tot voltooiing zal komen (Jes. 19:23vv, Zach. 8:13vv).

E. Talstra, ‘De priester, de Naam en de gemeente: Bijbelse Theologie als rollenspel’, in: P.J. van Midden (red.), In de woestijn (ACEBT 18), : Shaker Publishing 2002, 59-68.

Bijbel en theologie

De herleving van de magie van zegenen in de moderne religiositeit is overigens niet zo vreemd. In de academische theologie was zegenen een poos uit beeld, maar via de religie komt dit nu weer binnen. H.-P. Müller

H.-P. Müller, ‘Segen im Alten Testament. Theologische Implikationen eines halb ver gessen en Themas’, Zeitschrift für Theologie und Kirche 87 (1990), 1-32.

stelde dat de christelijke theologie de zegen naar de rand heeft geduwd, om twee redenen: omdat theologie zich alleen op kerygma en ontvangen heil concentreerde, en niet goed wist wat ‘zegenen’ dan nog moest doen, en omdat spreken over zegenen werd gezien als een restcategorie uit een metafysisch denkende theologie, die op haar einde liep; een modern mens houdt niet van het magische en het sacrale. En zo raakte de zegen in de systematische theologie gemarginaliseerd. Inmiddels is de antimetafysische vooruitgang alweer een theologisch museumstuk geworden, niet helemaal terecht overigens. Maar er is nu wel nieuwe ruimte voor een bijbelse theologie van de zegen, zoals in het werk van M.L. Frettlöh,

M.L. Frettlöh, Theologie des Segens. Biblische und dogmatische Wahrnehmngen, Gütersloh: Chr. Kaiser / Gü tersloher Verlagshaus 1998, 43vv.

die onder meer schreef over ‘die Segensvergessenheit der Dogmatik’.

Dat gaat overigens ook in postmoderne tijden nog niet zo gemakkelijk. In Theology of the Old Testament van W. Brueggemann,

W. Brueggemann, Theology of the Old Testament. Testimony, Dispute, Advocacy, : Fortress Press 1997.

waar ‘het spreken over God’ in de cultuur zo centraal staat, blijkt ‘zegenen’ een soort restcategorie te worden. Hij heeft, zoals hij zelf toegeeft in deel IV van zijn boek, moeite met het niet-talige: de religieuze instituties. Brueggemann spreekt in dat verband wel over de koning, de profeet en de wijze, maar niet over ‘de priester’. Dat hoofdstukje heet: ‘de cultus’.

Brueggemann, Theology, 650vv.

‘For this priests are required’, klinkt het dan.

Brueggemann, Theology, 664 en 533.

Zij horen bij het spel, de sociologie van de tempel. Maar wat zegenen dan is?

‘Zegenen’ blijft een werkwoord dat zonder God nergens op slaat. Zijn goede woorden, om te beginnen over de dieren, de mensen en de zevende dag, openden een geschiedenis van heil, conflicten en heel maken. Alleen daarom houdt dat werkwoord inhoud. Het Nieuwe Testament, zegt Frettlöh,

Brueggemann, Theology, 271vv.

betekent allereerst: invoegen van de volkeren in dit zelfde traject van zegen. Daarom wordt de gemeente een volk van priesters genoemd (1 Petr. 2:9, aansluitend bij Ex. 19:6). Wie uit zegen voortkomt, zelf ook zegenen (1 Petr. 3:9; Rom. 12:14). Dat gaat ietsjes verder dan mobieltjes en motoren. Met een woord van Bonhoeffer: ‘Die Antwort des Gerechten auf die , die ihm die Welt zufügt, heißt: segnen.’

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken