Pas op voor het vreemde vuur!
Wat was er met Aärons zonen aan de hand?
Kenmerk van alle religies is dat het eigen lijfsbehoud niet de allerhoogste waarde vormt. In bepaalde gevallen kiest de gelovige voor een hoger doel dan het aardse leven. Sommige bronnen spreken over het ‘ware leven’ dat te verkiezen is boven het tijdelijke, of het eeuwig leven waartegen het aardse bestaan niet opweegt. Toch gaat het niet louter om verachting van het aardse bestaan: de reden voor de hogere keuze kan de eer van God zijn, maar ook het leven van een medemens, dat dan juist niet veracht wordt maar als hogere waarde vertegenwoordigt en als zodanig voorrang krijgt op het eigen leven. Het gaat hier misschien om grenssituaties, maar het martelaarschap heeft de monotheïstische religies diepgaand gestempeld. Toewijding aan de zaak van God kan ons doen huiveren omdat we weten dat zoiets tevens kan leiden tot radicaal geweld jegens mensen. Mensen blijken in hun religieuze ijver heel ver te kunnen gaan, zóver zelfs dat fysiek geweld of vernietiging van menselijkheid het gevolg zijn. Maar als we er vanuit gaan dat ‘de eer van God de levende mens is’, zoals kerkvaders zeggen, dan is het evident dat dergelijk religieus geweld zijn eigen tegenspraak in zich draagt.