Menu

Premium

Paulus en het Nieuwe Testament

In Paulus’ brieven komt de voorstelling voor dat Jezus’ optreden het ‘Nieuwe Verbond’ of het ‘Nieuwe Testament’ vormt. Deze bijdrage beschrijft de achtergronden en de betekenis van deze terminologie binnen het geheel van de brieven van Paulus. Het gaat Paulus om de nieuwheid van de schepping, die tot uitdrukking komt in Christus.

De aanduiding ‘nieuw testament’ is afkomstig uit de Statenvertaling (SV) en heeft daar de betekenis van een ‘nieuw verbond’. In de SV luiden de woorden van Jezus in 1 Korintiers 11:25: ‘Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in mijn bloed.’ In Paulus’ woorden van 2 Korintiers 3 worden in de SV het ‘Nieuwe Testament’ en het ‘Oude Testament’ tegenover elkaar geplaatst (verzen 6 en 14). De indruk die in de receptiegeschiedenis van deze terminologie ontstaan is, is in de eerste plaats dat er maar twee dergelijke ‘testamenten’ waren. In de tweede plaats lijkt het erop dat het ‘Nieuwe Testament’ het Oude verdrongen zou hebben. Beide ideeen gaan terug op een misvatting. Hoe zijn Paulus’ woorden hier op te vatten? deze vraag te beantwoorden, zullen een aantal aspecten van Paulus’ spreken geanalyseerd moeten worden. Allereerst zullen we moeten kijken naar het begrip dat de SV vertaalt met ‘testament’. In de tweede plaats is de vraag van belang wat de culturele betekenis van het adjectief ‘nieuw’ was in de tijd van Paulus. Ten slotte bezien we hoe deze terminologie past binnen het optreden van Paulus als geheel.

Testament en Verbond

De term ‘testament’ die de SV in genoemde passages kiest, is een vertaling van het Griekse woord diathêkê. Dit woord wordt in de Septuaginta, de Griekse vertaling van de boeken van de joodse Bijbel, gebruikt als vertaling van het Hebreeuwse berith. In beide gevallen gaat het om woorden die een alledaagse, juridische handeling aanduiden: een overeenkomst of ook wel een contract. Het is lastig om het juiste gewicht van de gekozen terminologie vast te stellen, maar het heeft er alle schijn van dat wat in theologentaal wel wordt aangeduid als het ‘sluiten van een verbond’ feitelijk als betekenis heeft dat twee partijen een overeenkomst aangaan. Als JHWH en een ‘verbond’ sluiten, betekent dat dus eigenlijk dat beide partijen zich verplichten op deze en geen andere wijze met elkaar om te gaan. Daarbij lijkt het er evenwel op dat de Griekse term diathêkê sterker dan het Hebreeuws een vastleggen uitdrukt van de wil van degene die het ‘testament’ opstelt. Daarmee is het ‘verbond’ in de Griekse traditie dus sterker eenzijdig dan in de Hebreeuwse: JHWH verordonneert zijn wil.

De gebeurtenis die wel bij uitstek geldt als het ‘verbond’ van JHWH en Israel is de overeenkomst van beide partijen op de Sinai:. In Exodus 19:3-6 spreekt JHWH tot Mozes en instrueert hij hem om aan het volk over te brengen dat het de geboden van JHWH moet onderhouden. De Eeuwige spreekt daar uit: ‘Als je mijn woorden ter harte neemt en je aan het verbond met mij houdt, zul je een kostbaar bezit voor mij zijn, kostbaarder dan alle andere volken – want de hele aarde behoort mij toe’ (vers 5). De overeenkomst van JHWH en Israel houdt daarmee in dat Israel zich verplicht te leven conform de inzettingen die JHWH geeft op de Sinai:.

Op diverse momenten in de geschiedenis van wordt het verbond met JHWH herijkt. Het gaat daarbij steeds om momenten waarop het verbond opnieuw wordt gesloten of wordt bekrachtigd. Zo stelt Mozes het verbond present in zijn redevoering in Deuteronomium 29:1-30:20. Het is een soort verbondsvernieuwing, waarbij het bestaande verbond in herinnering geroepen wordt. Op andere momenten in de geschiedenis van wordt het verbond als het ware opnieuw gesloten (bijv. Joz. 8:30-35; 24; Jer. 11:2-10; Mal. 2:4-9). Ondanks het feit dat de traditie van het oude Israel aan het ‘verbond’ een wederkerig karakter toekent – het verbond is iets wat door beide partijen aangegaan en onderhouden wordt – lijkt het erop dat in de hellenistische receptie het begrip ‘verbond’ anders ingevuld werd. Het werd opgevat als een eenzijdige aanduiding van de wil van JHWH, meer dan als een tweezijdige handeling. God had vastgelegd hoe hij het wilde hebben en dat vastleggen deed hij in een diathêkê, een ‘testament’.

Met deze achtergrond van het begrip in gedachten is het goed de blik te wenden en twee andere zaken onder de loep te nemen. In de eerste plaats: hoe is de culturele betekenis van het begrip ‘nieuw’ te verstaan in de taal van de eerste eeuw? En daarnaast: hoe werd er in Paulus’ dagen gesproken over het verbond van JHWH met ?

‘Nieuw’ in de eerste eeuw

In de westerse cultuur van vandaag staat ‘nieuw’ vrijwel gelijk aan ‘goed’. Het is ongetwijfeld de invloed van commercie en consumentisme, maar de hele dag door wordt via radio, televisie en bladen het signaal afgegeven dat we nieuwe dingen nodig hebben. Hoe nieuwer iets is, des te meer waarde heeft het. Iets nieuws is iets goeds en nieuwe ideeën zijn al helemaal geweldig. Als niemand er ooit nog aan gedacht heeft om iets zó te verwoorden, dan is het dus heel goed dat deze of gene dat doet. Wat nieuw is, is goed.

Hoe anders was dat in de oudheid. Voor Grieken en Romeinen was alles wat nieuw was automatisch verdacht. Als er iets nieuws opdook, moest je vooral uitleggen dat het eigenlijk heel oude papieren had. Alleen wat oud was, was goed. De ouderdom van een instelling, een gebouw, een idee of een vereniging bewees de kwaliteit ervan. Als het niet goed was geweest, was het allang te gronde gegaan of verdwenen. Nieuwe ideeën en nieuwe stromingen moesten zichzelf eerst nog maar eens bewijzen. Wanneer Paulus spreekt over een ‘nieuw verbond’ of een ‘nieuw testament’, is de verleiding vanuit onze moderne context groot dat te horen als iets positiefs. Zo zal het echter in de oudheid niet geklonken hebben. Alles wat nieuw was, werd als verdacht beschouwd. Met deze constatering rijzen twee vragen met betrekking tot Paulus’ terminologie: waarom noemt hij dit verbond ‘nieuw’ en hoe plaatst hij het ten opzichte van het voorgaande?

Het antwoord op de eerste vraag ligt besloten in Paulus’ apocalyptische ideeën. Voor Paulus is de oude wereld niet meer te redden. Apocalyptische teksten uit de tijd waarin hij leefde beschrijven dikwijls hoe de ‘oude schepping’ niet meer heel te maken valt, omdat op de een of andere manier het kwaad zich meester gemaakt heeft van de schepping. Hemel en aarde vallen weg in het vervagen van de schepping en de enige manier waarop de Eeuwige de schepping nog weer heel maken, is haar te vernieuwen in een hérschepping. Een recreatie. Het is de geloofswereld van het boek Openbaring. Daarin beschrijft de ziener Johannes hoe de schepping uiteindelijk alleen verlost kan worden wanneer God een nieuwe hemel en een nieuwe aarde doet aanbreken. In hoofstuk 21 is dat dan ook wat er gebeurt en op die nieuwe aarde komt een nieuw Jeruzalem, waarin God onmiddellijk onder de mensen zal verkeren. Het is een sterk beeld van hoe het oude moet verdwijnen om plaats te maken voor een nieuwe schepping. Deze nieuwe schepping is de enige mogelijkheid voor God om het geschapene nog te redden.

Ook in Paulus’ denken is een apocalyptische tendens te bespeuren. Zo gebruikt hij expliciet de term ‘nieuwe schepping’ als aanduiding voor de verandering die is ingetreden met de komst van Jezus. In 2 Korintiërs 5:17 spreekt Paulus uit: ‘Daarom ook is iemand die één met Christus is, een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen.’ En in Galaten 6:15 merkt hij op ‘Het is volkomen onbelangrijk of men wel of niet besneden is, belangrijk is dat men een nieuwe schepping is’.

Het nieuwe dat volgens Paulus in Jezus is aangebroken, is daarmee een keerpunt in de tijd. Hij interpreteert de komst van Jezus ook als een tevoren door God geplande daad, waartoe God is overgegaan toen de ‘volheid van de tijd’ gekomen was, met andere woorden: toen het geplande moment was aangebroken (Gal. 4:4). Aan de ene kant betekent dat moment dus een beslissende wending ten opzichte van het voorafgaande, maar aan de andere kant is er ook sprake van continuïteit. Hoe moet de continuïteit tussen ‘oude’ en ‘nieuwe testament’ bij Paulus dan gezien worden?

Het volk en het verbond bij Paulus

Een van de belangrijkste vragen in de interpretatie van Paulus’ brieven is de vraag hoe hij de plek van Israël zag. Helder is dat voor Paulus de komst van Jezus een beslissende wending had gebracht in de wereldgeschiedenis. Helder is ook dat met deze wending God volgens Paulus de grenzen van Israël had geopend voor niet-Joden. Zij waren welkom om als niet-Joden de Gezalfde Gods te erkennen en daarmee te participeren in een nieuw, eschatologisch Israël. De kern van dat nieuwe, eschatologische Israël werd volgens Paulus gevormd door Gods keuze Jezus als zijn gezant de wereld in te sturen. Deze gekruisigde en opgestane Gezalfde was voor Paulus het begin van de nieuwe tijd, de nieuwe schepping was in en met hem aangebroken.

In met name de brieven aan de Galaten en de Romeinen beargumenteert Paulus dat het niet goed is wanneer niet-Joodse volgelingen van Jezus de verplichting opgelegd krijgen de Joodse Wet te houden. In de passage waarin hij beschrijft hoe God diens Zoon had gezonden bij de ‘volheid van de tijd’, dus: toen het daartoe vastgestelde moment was aangebroken, legt Paulus ook uit dat die gebeurtenis een breuk in de tijd teweegbrengt. Paulus probeert de Galaten ervan te overtuigen dat zij de Wet niet behoeven te houden, door erop te wijzen dat met de komst van Jezus een kosmische wending is ingetreden. Tot dat moment dienden mensen de ‘machten van de wereld’ (4:3). Het houden van de Wet door de Galaten staat voor hem gelijk als het zichzelf opnieuw onderwerpen aan die oude machten (4:9). De Wet lijkt voor Paulus onder die oude machten te vallen en daarmee afgedaan te hebben. Nu is de kwestie van Paulus’ interpretatie van de Wet te ingewikkeld om deze in de hier nog resterende ruimte zorgvuldig te kunnen behandelen. Een enkele korte opmerking zal daarom moeten volstaan. Het lijkt erop dat Paulus een dubbele houding aanneemt. Aan de ene kant wijst Paulus de letterlijke gelding van de Wet af en neemt hij daar afstand van. Aan de andere kant fundeert hij zijn argumentatie geregeld op diezelfde Wet en is de geschiedenis van JHWH met Israël, die in die Wet beschreven is en waaruit die Wet voortkomt, evident dezelfde geschiedenis die met de komst van Jezus bij de ‘volheid van de tijd’ wordt voortgezet.

In de bestudering van Paulus die bekendstaat als het New Perspective on Paul wordt terecht sterk ingezet bij Paulus als joods auteur en denker. Paulus is hierin degene die de relatie van God en Israël opnieuw doordenkt en wel vanuit de komst van Jezus, de Gezalfde. Deze gebeurtenis vervangt voor Paulus het verbond van de Sinaï, terwijl zij er ook evident op voortbouwt. Het lijkt er inderdaad sterk op dat Paulus Jezus Christus ziet als Gods opening naar de wereld, waarmee Jood en niet-Jood beiden uitgenodigd zijn tot eenheid in Christus.

Conclusie

Terug naar 1 Korintiërs 11:25. In dit vers citeert Paulus de zogenaamde ‘inzettingswoorden’ uit de Jezus-traditie. In de NBV zegt Jezus hier: ‘Deze beker is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt. Doe dit, telkens als jullie hieruit drinken, om mij te gedenken.’ Het lijkt erop dat Paulus hier een bestaande traditie citeert en dat in deze bestaande traditie de nadruk gelegd wordt op de betekenis van de dood van Jezus voor de relatie tussen JHWH en Israël. De lijdende Gezalfde, die als rechtvaardige gestorven is, deze is het die die relatie opnieuw definieert. Door daarvoor de term ‘nieuw verbond’ of, conform de SV, ‘nieuw testament’ te gebruiken, benadrukt Paulus een nieuwe fase in de geschiedenis van JHWH en Israël. Dat de gebruikte terminologie niet van Paulus zelf afkomstig is, maar door hem aan de traditie wordt ontleend, is een belangrijk element. Daarmee is duidelijk dat niet hijzelf deze nieuwe fase in de verbondsrelatie introduceert, maar dat hij deze gedachte overneemt uit de overlevering. In die overlevering wordt deze gedachte zelfs aan Jezus zelf toegeschreven. Immers, het zijn zíjn woorden die Paulus citeert. Aldus lijkt het erop dat Paulus dit element uit de overlevering van de eerste eeuw heeft overgenomen en het in zijn eigen denken heeft ingepast. Met de komst van Jezus Christus is voor Paulus de nieuwe schepping begonnen. Het nieuwe verbond is daarvan een bekrachtiging.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken