Preekschets Filippenzen 1:9-10a
5e zondag van de herfst/ 20e zondag na Trinitatis
Filippenzen 1:9-10a
En ik bid dat uw liefde blijft groeien door inzicht en fijnzinnigheid, zodat u kunt onderscheiden waar het op aankomt.
Schriftlezing: Filippenzen 1:3-11
Het eigene van de zondag
Deze zondag heeft verschillende namen: 5e zondag van de herfst of 20e zondag na Trinitatis. Beide namen bieden een invalshoek voor de prediking en de viering.
In dit seizoen, de herfst, kan het een goede gewoonte zijn om een oogstzondag te vieren met letterlijk de vruchten van de velden op tafel. De letterlijke oogst inspireert om ook in immaterieel opzicht te oogsten: wat zijn de vruchten van de Geest?
Wie gewoon is te tellen vanaf zondag Trinitatis (in 2015 op 31 mei), is nu bijna een half jaar verwijderd van het laatste kerkelijke feest. Vasthouden waar het in het geloof om gaat, elkaar vasthouden in de gemeenten waartoe Paulus zijn lezers in dankbaarheid aanspoort, kan ook een thema zijn.
Uitleg
Met het aangegeven bijbelgedeelte zet Paulus direct bij het begin de toon voor de rest van de brief. Hij is in de gehele brief zowel didactisch, vermanend als ook pastoraal in zijn wijze van schrijven. De adressant van de brief is de gemeente van Filippi. Behalve een Romeinse militaire kolonie in Macedonië (Noord-Griekenland) is Filippi ook een belangrijke handelsstad. Paulus heeft eerder al hier een christelijke gemeente gesticht, die zeer waarschijnlijk voornamelijk uit niet-joden bestaat.
Paulus schrijft deze brief in gevangenschap. Waar hij daadwerkelijk gevangen zit, is niet met zekerheid te zeggen. Het zou kunnen dat hij in Rome gevangen wordt gehouden. De aanduiding ‘het Romeinse hoofdkwartier’ (vers 13) kan daarop wijzen, en dat zou de brief dateren op het jaar 60 van de gebruikelijke jaartelling. Een andere mogelijkheid is een gevangenschap in Efeze, waar zich ook een hoofdkwartier bevindt. De datering zou dan iets eerder zijn, rond het jaar 55 van de gebruikelijke jaartelling. Op basis van Filippenzen 2:25 weten we wel dat Paulus deze brief meegeeft aan zijn medewerker Epafroditus.
De leden van de gemeente te Filippi hebben het evangelie dus eerder gehoord. Daarom kan Paulus aansluiten bij de hoorders en lezers en hun (christelijke) ervaringen en hoeft hij niet met de deur in huis te vallen over Christus aan het kruis. Vergeleken met andere brieven van Paulus valt dat op.
Twee begrippen licht ik er in deze uitleg uit: dank en gemeenschap.
De dank van Paulus in vers 3 is gekleurd. Het Griekse eucharisto is dankbaarheid met een religieuze ondertoon. Deze ondertoon is niet perse christelijk geladen, maar is wel vaak verbonden met een leiderscultus en genezingswonderen. Een andere interpretatie is dat de woorden een vaste formule vormen, een soort idioom dat in gebeden gericht tot welke hogere macht dan ook vaak gebruikt is.
Het begrip ‘dank’ komt zestien keer voor in de brief. Voor wie wat nuchter van aard is, zoals ik, kan de dankbaarheid van Paulus wat overdreven overkomen.
De gemeenten zijn voor Paulus zijn dank waard. Hij verbindt zijn dank met de Heer die hartstochtelijk verwacht wordt. In die zin dankt Paulus dubbel: in zijn gebed spreekt hij zijn dank aan God uit èn hij doet voorbede voor de geadresseerden. Het gebed is eveneens voor Paulus zelf bedoeld: hij zit gevangen.
Het tweede kernbegrip is gemeenschap, als vertaling van koinonia. Paulus spreekt de gehele gemeenschap aan: ‘wanneer ik voor u allen bid’ (vers 4) en ‘want u allen ligt me na aan het hart’ (vers 7). Gemeenschap is een centraal begrip in het Nieuwe Testament, en bij Paulus in het bijzonder. De christelijke gemeenschap kenmerkt zich door een krachtige onderlinge verbondenheid, bestaande uit wederzijdse interesses en belangen. Dat is in deze context ook en vooral de verbinding met Jezus Christus aangeduid als Gods zoon. De gemeenschap heeft ecclesiologische en eucharistische accenten: in deze gemeenschap is men aan elkaar gegeven, en zal men het ook soms ook met elkaar moeten uithouden tegen wil en dank. Dat hoort bij kerk-zijn. De concrete uitwerking wordt zichtbaar in de maaltijd van de Heer, waaraan iedereen genodigd wordt door de gastheer zelf. Het is zeer goed voorstelbaar dat Paulus in zijn gevangenschap en in afwachting van de rechterlijke uitspraak verlangt naar deze gemeenschap in beide facetten.
Aanwijzingen voor de prediking
Paulus schreef deze brief in gevangenschap. In zijn accenten op dankbaarheid en gemeenschap klinkt direct zijn verlangen hiernaar door. Op zijn beurt is deze brief een bron van inspiratie geweest voor een aantal beroemde gevangenen. De schrijver Fjodor Dostojevski (1821-1881) mocht tijdens zijn verbanning naar Siberië (1850-1854) alleen uit het Nieuwe Testament lezen. Van theoloog en verzetsstrijder Dietrich Bonhoeffer (1906-1945) is bekend dat hij onder meer inspiratie haalde uit deze brief. Predikant en mensenrechtenactivist Martin Luther King (1929-1968) verwijst in een brief met nadruk naar de situatie van de gevangen Paulus en verbindt dat met zijn eigen situatie.
Voor de meeste gebruikers van de preekschets zal een gevangenis niet de plaats van handeling zijn. Dat is ook niet nodig om de kracht van de Filippenzenbrief te doorgronden. De benarde situatie van Paulus is uit te leggen als een kritieke situatie waarin je snel tot de kern moet komen. Er is geen tijd voor uitgebalanceerde afwegingen en allerlei nuances. De kerkelijke gemeenten van nu mogen, wat mij betreft, duidelijk(er) maken waarvoor ze staan: dankbaarheid en gemeenschap. Dat is een houding van de haarkloverij voorbij. Woorden als genegenheid, liefde en na aan het hart liggen zijn positief van toon. Er spreekt zorg en betrokkenheid uit, dat is bijzonder te noemen als je bedenkt dat de auteur gevangen zit. Hij weet, zelfs in zijn benarde situatie, de ander voor ogen te houden. Als Paulus dat kan, waarom zou de gemeente zijn voorbeeld niet kunnen volgen? De begrippen dankbaarheid en gemeenschap zijn niet beperkt tot de eigen leden. Geïnspireerd en gemotiveerd zijn door de vruchten van de gerechtigheid (vers 11) heeft effect voor je levenshouding, wie je ook maar tegenkomt.
Een aantal keren heb ik dit bijbelgedeelte gelezen ter afsluiting van een regulier visitatiebezoek. Op zo’n huisbezoek bij een gemeente kan alles ter sprake komen, vreugde en zorg, en alles daartussen in. De gemeente echter ervaart, zo is mijn ervaring, zo’n bezoek eerder als controlemiddel dan een facet van omzien naar elkaar als gemeenten. Het is een kunst om de argwanende attitude om te buigen naar een open en ontvankelijke houding. Paulus’ woorden dat de gemeente hem aan het hart gaan, vanuit een gezamenlijke roeping en opdracht kunnen een ontwapenend effect hebben.
Liturgische aanwijzingen
Deze en volgende week zondag staat een gedeelte uit de Filippenzenbrief centraal. Ik kies hiervoor omdat ik het goed vind om ook aan brieven en zeker minder bekende brieven aandacht te besteden.
Naast de lezing uit de brief aan de gemeente in Filippi stel ik als evangelielezing Matteüs 18:21-35 voor. De verbindende schakel is het begrip dankbaarheid. Om de jou geschonken vergeving past alleen dankbaarheid die in maat en getal niet te meten is. Door de gelijkenis bij dit gedeelte uit de brief aan de gemeente in Filippi te lezen wordt met een iets andere invalshoek nogmaals benadrukt waar het in het christelijk geloof op aankomt: de genade die ons gegeven wordt en daarmee de basis vormt voor ons bestaan, individueel en in gemeenschap met anderen.
In NLB staan geen liederen bij dit gedeelte uit de Filippenzenbrief. Bij een accent op oogsten en concentratie waar het op aan komt, zijn de rubrieken herfsttijd en oogst (NLB 712-720) te raadplegen.
NLB suggereert 796 bij de evangelielezing. Dit lied getuigt van een zekere persoonlijke innigheid die niet iedereen zo kan meezeggen of –zingen, verwacht ik. Muzikaal wat toegankelijker maar nog altijd met een vergelijkbare persoonlijke intimiteit is NLB 915. Een toelichting van de voorganger waarom zij één van deze liederen kiest, is op zijn plaats. Mijn motivatie is de verbinding met de context van Paulus: in gevangenschap verlangen naar gezien blijven worden door God. Of, bij NLB 796: een verlangen om zoals Jezus te zijn in vergeven en navolging. De verwijzing in strofe 2 naar voedsel voor de ziel kun je verbinden met de maaltijd van de Heer. De hoop en verwachting bij God thuis te komen, iets wat Paulus ook verlangde, spreekt duidelijk in strofe 2 en 3.
Geraadpleegde literatuur
-
John Reumann, The Anchor Yale Bibl, Philippians, A new translation with introduction and commentary, 2008
-
E. Verhoef, Tekst & Toelichting Filippenzen, 1998
-
Ulrich B. Müller, Der Brief des Pauls an die Philipper, 1993/2002
-
L. Floor, Filippenzen, Een gevangene over het navolgen van Christus, Commentaar op het Nieuwe Testament (serie III), 1998/2012
-
http://web.archive.org/web/20070927063140/http://www.almaz.com/nobel/peace/MLK-jail.html, geraadpleegd op 14 juni 2015