Preekschets Handelingen 8:27
Het volledige Premium-artikel lezen?
Log in om verder te lezen.
Nog geen lid? Ontdek Theologie.nl Premium.
De 1e maand is gratis met actiecode PW202604.
Daarna € 11,99 per maand. Maandelijks opzegbaar.
Probeer nu.
Log in om verder te lezen.
Nog geen lid? Ontdek Theologie.nl Premium.
De 1e maand is gratis met actiecode PW202604.
Daarna € 11,99 per maand. Maandelijks opzegbaar.
Probeer nu.
In de eerste eeuwen van het christendom kende de kerk een gestage toestroom van belangstellenden. Velen van hen wilden na verloop van tijd gedoopt worden en zo christen worden. Wat gebeurde er in die tussentijd? Hoe werden zulke belangstellenden in het geloof en in de sacramenten ingewijd? Daarover gaat dit artikel.
‘Op de derde dag’, zo begint dit hoofdstuk. In 1,29.35.43 worden voorafgaande dagen geteld. Wat is nu de eerste dag? Is dat de dag waarop Jezus gedoopt werd? Maar dan is het in 2,1 niet de derde, maar de vierde dag. Het is duidelijk: hier is sprake van een andere tijdrekening. De derde dag is de dag waarop iets geschiedt van Godswege.
In de perikoop van vorige week (1 Kor. 1,1-17) bleek verdeeldheid in de gemeente van Korinte de aanleiding te zijn tot Paulus’ brief. Gemeenteleden ontlenen hun eigen gelijk aan degene door wie ze gedoopt zijn. Paulus heeft in Korinte maar een enkele keer gedoopt en staat dus zwak. De strategie waarmee hij zich verdedigt, heeft twee aspecten: vervanging en omdraaiing. Aan het einde van de vorige perikoop verving hij het criterium van het dopen door dat van de evangelieverkondiging (1,17). In de hier besproken perikoop maakt hij omdraaiingen in tegenstellingen.