Menu

Premium

Preekschets Jesaja 5:4a – Dankdag voor gewas en arbeid

Jesaja 5:4a

Wat kon ik meer aan mijn wijngaard doen, wat ik te weinig heb gedaan?

Schriftlezing: Jesaja 5:1-7

Het eigene van dankdag

Als er sprake moet zijn van dankbaarheid voor gewas en arbeid, dan is dat een belijden van afhankelijkheid meer dan het egoïstische blij zijn om wat we gekregen hebben. Steeds zal duidelijk moeten zijn dat de dankbaarheid bepaald wordt door de gever en niet naar de mate moet zijn van het gekregene. Dankdag moet dan niet worden het nog voller dragen van onze toch al zo gevulde voorraadschuren. Tevens zullen we ons er goed van bewust moeten zijn waarom de gever ons alles schonk. Hoe groter het geschenk is des te meer klinkt de opdracht daarvan uit te delen. Dankdag wordt dan een oefenen in de verantwoordelijkheid.

Uitleg

Het lied van de wijngaard is een profetisch-poëtische tekst in de vorm van een liefdeslied, gebruikt in een juridische context. De oogst wordt opgeëist als het recht van de eigenaar. De wijngaardenier is de geliefde van de zanger van het lied. De juridische context laat de aandacht van de gelijkenis van de opgeëiste vruchten van de wijngaard in een sfeer van gerechtigheid vallen. Dankdag stelt de vraag naar een verantwoorde omgang met de goederen die God ons ter hand gesteld heeft. De uiteindelijke vrucht is gerechtigheid te doen.

Het lied is naar taalkeuze een diep emotioneel geladen tekst. Hierdoor krijgt het een uiterst persoonlijk karakter. God heeft aan alle voorwaarden voldaan om gerechtigheid te betrachten. Het gaat er op dankdag niet zozeer om wat we kregen maar om wat wij op verantwoorde wijze met het gekregene doen. God stelt daarin een hoge mate van persoonlijk belang. De omgang met de door God geschonken goederen vormt een getuigenis ten gunste van de Gever.

God is de zanger. Zijn geliefde is het door Hem uitverkoren volk dat onder de raad van God het beloofde land (staat) tot een sierlijke wijngaard kon maken. De druivenplanten zijn de inwoners van dat land. De vruchten zouden in het geheel van het maatschappelijk bestel te zien moeten zijn.

De vorm is een juridisch pleidooi. De zanger laat de hoorder van dit lied zelf een oordeel vormen. In die zin is het een echte gelijkenis: de beschuldigde velt het oordeel over zichzelf door middel van een overeenstemmende omstandigheid of zaak.

De gelijkenis zit vol met feiten uit de wijnbouw zoals die in de Oudtestamentische periode geschiedde. Interessante archeologische feiten zijn die over de aanleg van een wijngaard. Deze details mogen echter niet afzonderlijk worden geallegoriseerd.

God stelt het geheel van de middelen ter beschikking. Het ontbreekt aan niets om de omgang ermee niet verantwoord rechtvaardig te laten verlopen. De vraag wat God en zijn geliefde er nog meer aan hadden moeten doen is ronduit aangrijpend. Deze vraag drukt zwaar op het persoonlijke verantwoordelijkheidsgevoel van de afzonderlijke burgers. Rechtvaardigheid in de samenleving wordt hiermee tot een mogelijkheid verklaard. Verantwoord omgaan wordt de vrucht van gewas en arbeid: een samenleving waarin vooral sociale gerechtigheid plaatsvindt. Hiermee komt dit tekstfragment overeen met de hoofdlijn uit de profeet Jesaja. In dat kader klinken termen als bloedbestuur en rechtsverkrachting bijzonder veroordelend. Dankdag wordt een vergelijking tussen het door God verwachte en de werkelijke concrete situatie op maatschappelijk-sociaal terrein. Dit schema zal in de prediking moeten worden geactualiseerd.

Aanwijzingen voor de prediking

Dankdagprediking zal naar de inhoud van het lied van de wijngaard meer moeten zijn dan het tellen van de gaven die God ons gaf. Het zal een vragen zijn naar verantwoord omgaan met de geschonken goederen.

Het eerste gedeelte wordt gekenmerkt door de opzet van de benodigde middelen: vruchtbare grond, edele planten, een wachttoren en een perskuip. God stelde ons ook dit jaar alles ter beschikking om een zoete vrucht van gerechtigheid op te leveren. Naar de mate van onze welvaart zou je kunnen zeggen dat alle voorwaarden voor een verantwoord leven gegeven zijn.

Dan blijkt dat er toch nog zure vruchten zijn: wilde druiven. Onrecht, verdrukking, leed en ongelijkheden die naar het beeld van het lied van de wijngaard afkeurenswaardig zijn.

Dankdag moet dan recht spreken. Zo veel en zo goed de zegeningen zijn: waarom is er dan toch nog onrecht, honger en armoede? Hoe komt dat? En wie is daarvoor aansprakelijk? Het maakt ons allen persoonlijk verantwoordelijk. De kwaliteit van de voorwaarden door God gegeven en met liefde toevertrouwd verplicht ons als mensen (planten in de wijngaard) tot een verantwoorde omgang daarmee. Op die vrucht heeft God recht. Dat was het doel waarmee Hij alles gaf.

De stemming wordt grimmig als God bekend maakt wat er gaat gebeuren wanneer Hij zou handelen naar de maat van onze zure vruchten. Waar bleven wij als God de wijngaard zou verlaten? Het beeld van anarchie wordt getekend. Dit voornemen wordt bekend gemaakt om alsnog onze handelswijze te verbeteren en voortaan in te richten naar de gaven van God.

Gewas en arbeid wordt dan onder een dubbele druk gesteld. Vanuit het goede van Gods gaven zijn wij verplicht tot gerechtigheid. En vanuit het negatieve beeld van de godverlatenheid worden we aangezet een leven van gerechtigheid te leiden.

Goede vrucht is een geheiligd leven. Het goede van Gods gaven wordt ons voorgesteld in het leven van de Here Jezus Christus. Hij is de Goede Vrucht. Langs het richtsnoer van zijn liefde zal ons leven moeten worden ingericht. In zijn sterven is de zuurheid van ons natuurlijke leven weggenomen. Met zijn lijden en sterven schiep Hij voor ons de mogelijkheid tot een heilig leven in gerechtigheid. Onder alle verantwoordelijkheidsbesef ligt hier de toepassing. Dankdag vereist een verantwoord leven waarin de omgang met Gods goederen een zoete vrucht is: goed bestuur en rechtsbetrachting.

Liturgische aanwijzingen

Voor de orde van dienst is een gewone dienst aan te bevelen. Tegen de achtergrond van het bovenstaande is daaraan de voorkeur te geven boven een zogeheten oogstdienst. Suggesties voor te zingen liederen: Psalm 19:1, 2; 24:1; 33:1, 2; 40:3, 4; 65:6; 66; 68:7; 81; 89:1, 7; 99; 100; 103; 111:1, 2, 3; Gezang 21; 348; 350; 460; 479; 481:4; 488b.

Geraadpleegde literatuur

J. Calvijn, Verklaring van de Bijbel: Jesaja I (1985), 133-142; C. Vonk, De voorzeide leer I (1980), 30-31; H. Wildberger, Jesaja 1-12, BKA X/1 (1980), 163-174; J. Ridderbos, De profeet Jesaja I, KV (1952), 46-48.

Wellicht ook interessant

None

Meganck – God

We beginnen dus nu aan een boekje over denken over God, over de Naam. Goed, maar is dat nog wel nodig? Kan dat zelfs nog wel? Niet dat het taboe zou zijn, nee, merkwaardig genoeg loopt de boekenmarkt over van titels over God en godsdienst. Iedereen schrijft over God tegenwoordig. Sinds kort bestaat het prestigieuze Journal for Continental Philosophy of Religion (Brill). Dat betekent dat er in elk geval interesse wordt getoond in dat filosofische terrein. Theologen, natuurlijk, maar ook filosofen, wetenschappers, politici, kunstenaars en nog anderen kunnen er niet over zwijgen.

None

Nicea voor Nu; hoe een oude belijdenis ons vandaag kan helpen

Drie initiatiefnemers – Jelle Huismans, Margriet Westes en Arnold Smeets – hebben ervoor gezorgd dat 32 schrijvers samen 47 korte, puntige bijdragen schreven over de Geloofsbelijdenis van Nicea. Steeds namen de auteurs een paar woorden uit de belijdenis voor hun rekening, waarover zij twee à drie pagina’s schreven. Dat maakt het tot een zeer toegankelijk boek. Met dank daarvoor: ik heb het met plezier gelezen en hier en daar zinnen onderstreept en smileys of kruisjes gezet bij uitspraken die mij boeiden of juist tegenstonden.

Basis

Boekrecensie Verblijven in de ziel van Esther Stoorvogel door Ludy Fabriek

Het boek Verblijven in de ziel van Esther Stoorvogel is een geweldige uitdaging om je innerlijke relatie met God als je hemelse Vader meer en meer te verdiepen. Het beeld van de ziel als een burcht met zeven verblijven spreekt heel erg tot de verbeelding. Zeker om de ontwikkeling van je geestelijke leven te zien als een reis door die verblijven op weg naar het hart van de burcht: de troonzaal. Het uiteindelijke doel van een kind van God is om zó dicht bij Hem te zijn, dat we volkomen één met Hem zijn. Vandaar dat de subtitel van het boek ook treffend gekozen is: De innerlijke reis naar het hart van God.

Nieuwe boeken