Preekschets Johannes 8:32
En de waarheid zal u bevrijden.
Johannes 8: 32b
Schriftlezing Johannes 8: 24-36. Preektekst Johannes 8: 31-32.
Het eigene van de zondag
Johannes heeft niet de verheerlijking op de berg , die in de traditie van het kerkelijk jaar de overgang markeert tussen de lijdensweken of veertigdagentijd en wat daaraan voorafging of -gaat. Veel stof uit dit evangelie past dus net zo goed op zondagen vóór als in deze periode.
Uitleg
Onze wereld heeft de mond vol van vrijheid, maar wat zegt Jezus erover? – Wij (de gemeente) kennen uit dit evangelie vooral mooie teksten, zoals de broodvermenigvuldiging, de niet-veroordeling van de overspelige vrouw en de ‘Ik ben’-woorden. Maar lopen we het evangelie door, dan treft de rode draad van conflict. Het doet pijn. Is Jezus misschien te scherp tegen zijn hoorders? Vindt er wel een echte gedachtewisseling plaats? Kunnen wij, die zo graag verbinding willen en beschaafde omgangsvormen in het debat, deze scherpte nog meemaken?
Hfdst. 8 vormt de climax van een episode van conflict die met 5: 18 begint (Ridderbos). Dat conflict is al in Johannes 1: 10v ingeleid en loopt uit op de kruisiging. Zo is dit hele evangelie een boodschap van het kruis. Waarom moest Jezus sterven?
De twistgesprekken zijn al een tijd aan de gang en er zijn al zware stukken verzet. Opvallend is het herhaalde ‘u zult sterven in uw zonden’ (vs 21 en twee keer in vs 24). De ‘bevrijding’ die Jezus in onze tekst belooft is daar de keerzijde van. Wij denken bij ‘bevrijding van zonden’ al gauw aan Luther en de Reformatie. Ongetwijfeld is er wezenlijke samenhang. Maar voor de Joden van die tijd hebben deze woorden een eigen directe verstaanbaarheid. In de eerste plaats werden in de tempel voortdurend offers gebracht voor de verzoening van zonden; in ieder geval was de Grote Verzoendag een belangrijk jaarlijks ritueel. In de tweede plaats: vanwege de zonden van Israël was de tempel verwoest en het volk ondergegaan in ballingschap, en hoewel ze wel teruggekomen waren en herbouw en een zeker herstel had plaatsgevonden, was het vergeleken met de oude glorie van David en Salomo nooit echt wat geworden. Het Oude Testament was uitgeluid met de reformatiepogingen van Ezra en Nehemia en de profetieën van Maleachi. Nationale zelfstandigheid was ook nu nog geen feit. Profetieën van herstel en vernieuwing, waarin de verwijdering van de zonden de kern vormden, waren nog onvervuld. Tegen deze achtergrond valt de bevrijding te verstaan die Jezus in de tekst belooft. Politieke en religieus-morele ellende hangen dus samen. En zonde is niet alleen individuele zonde maar ook die van de gemeenschap. Verder zijn schuld en straf met elkaar verknoopt; bevrijding zal beide omvatten.
Te midden van de conflictueuze sfeer in de context schijnt er een opmerkelijke lichtstraal direct vóór de tekstverzen. ‘Als Hij deze dingen zei (presens, duratief), kwamen (aor.) velen tot geloof in Hem’ (Ridderbos geeft deze opvatting van vs 30 als optie). De mensen zien en horen de overeenstemming tussen Jezus’ woorden en daden en geloven in Hem. Direct daarna, na de preektekst, beginnen ze Hem echter weer aan te vallen. Hoe valt dat te rijmen? De meeste commentaren relativeren de echtheid van hun geloof: het is nog maar pril, nog maar een dun laagje. Dit vindt echter geen steun in de tekst. Aan de andere kant moeten we dit geloof ook niet dogmatisch pressen vanuit de belijdenis. Jezus spreekt tegen de Joden die in Hem geloofden, ptc perfectum: nadat zij tot geloof in Hem gekomen zijn, zijn zij nu gelovigen. Ook met de tekstwoorden trekt Hij hun geloof niet in twijfel. De aansporing aan gelovigen om vol te houden in het geloof trekt door het Nieuwe Testament heen. En die is niet overbodig. Jezus weet dat beter dan zijn hoorders zelf zich realiseren, 2: 23-25.
Jezus spreekt doorlopend heel veel. Het is echter in wezen één ‘woord’, één boodschap. Hij is ‘het’, degene om wie het gaat, op wie alles aankomt, die de mensen onvoorwaardelijk nodig hebben, van wie ze alles moeten verwachten. Want Hij is degene die van boven komt, van God de Vader. Om deze waarheid draait dit hele evangelie. Het is deze waarheid die uitgedrukt ligt in de ‘Ik ben’-woorden en bijvoorbeeld in het merkwaardige vs 25. Jezus roept de hoorders op om ‘in’ dit woord te blijven. De voor Johannes kenmerkende verbinding ‘zijn in’ of ‘blijven in’ spreekt van een intieme, onverbrekelijke gemeenschap, een relatie die boven alle verstandelijke of gevoelsmatige overeenstemming uitgaat.
Wanneer ze dit doen, zullen ze werkelijk zijn leerlingen zijn. ‘Waarlijk’, ‘werkelijk’, ‘echt’: het is de volledige, persoonlijke, intieme relatie tussen leermeester en leerling. Daarin vertrouwt de leerling zich aan de leraar toe en neemt de leraar verantwoordelijkheid voor de leerling op zich.
Dan zult u ‘de waarheid kennen’, de fundamentele waarheid over God, uzelf en de wereld, de betrouwbare waarheid waarop u uw leven kunt bouwen.
‘…En de waarheid zal u bevrijden’. Gezien het vervolg ligt hier het zwaartepunt van de tekst. Het is de keerzijde van het eerdere ‘u zult in uw zonden sterven’, zoals in het vervolg expliciet wordt, vs 34.
Waar in deze belofte van bevrijding voor de Joden de angel ligt, blijkt uit hun direct volgende vraag in vs 33. Het loopt uit op een verder twistgesprek en verwijdering. Het kan even lijken alsof Jezus hier juist de mensen die in Hem geloven tegen de haren in strijkt. Maar zijn oproep om te blijven bij zijn woord is positief en er spreekt geen achterdocht uit. Hij wijst een perspectief door bevrijding te beloven. Zijn kruisdood, de grote daad van bevrijding, ligt op dat moment nog in de toekomst. Verder is het niet nodig aan te nemen dat de sprekers in het vervolg precies dezelfden zijn die tot geloof in Hem gekomen waren. Tenslotte hoeft de vraag van vs 33 naar de letter geen vijandige tegenwerping te zijn. Die vraag is te zien tegen de achtergrond van de Joodse onderwijsleermethode van het gesprek, waarbij de leerling vragen stelt. Wel spreekt er een zekere trots uit; nationale of groepstrots.
In die trots en irritatie zeggen ze iets wat ze niet helemaal kunnen verantwoorden. Zeker zijn ze kinderen van Abraham, maar ze zijn slaven geweest in Egypte, slachtoffer van de Babyloniërs en onderworpen aan de Perzische koning en nu aan de Romeinen. Dat is niet allemaal voluit slavernij, maar een toontje lager was op z’n plaats geweest. Ze spreken vanuit een trots gevoel van innerlijke, geestelijke vrijheid. Toch moeten we hier niet twee verschillende soorten vrijheid onderscheiden en tegenover elkaar stellen. Anders had een eventueel misverstand opgehelderd kunnen worden: ‘Ik bedoel een ander soort vrijheid’.
Aanwijzingen voor de prediking
De preektekst is een woord van Jezus, maar in de preek nemen we de conflictueuze situatie mee waarin dat woord gesproken is. Een voor-de-hand-liggende structuur is dan in drie delen: de uitspraak zelf, de tegenwerping, en de handhaving door Jezus van zijn stellingname. We kunnen dit desgewenst als volgt aan de gemeente overbrengen in thema en punten:
De omstreden Jezus belooft bevrijding. 1. Bevrijding van onszelf. 2. Bevrijding van ons verzet. 3. Bevrijding van de ondergang.
Inleiding – Vrijheid is kostbaar voor ons. We vieren Bevrijdingsdag. En we komen op voor vrijheid van meningsuiting. Ook voor moslims, zegt de een. Juist tégen de islam, zegt de ander.
Vervolgens, of als alternatief voor de inleiding, starten we in de tekst. Jezus belooft vrijheid! Wie wil dat niet? Waarom verloopt dat gesprek dan zo conflictueus? Het lijkt erop dat Hij een kerk vol krijgt en dan mensen de kerk uit preekt! Wij zouden verwachten, en willen, dat Hij zijn hoorders meer ontziet en verbinding met ze zoekt.
-
1 – Er waren Joden die in Jezus geloofden. Hij maakt diepe indruk op hen. Hij is het, degene die van God komt, de Messias die we verwachten!
Maar er is nog meer nodig. Jezus weet dat, beter dan deze mensen. Het is nog niet zover, de bevrijding is nog geen feit. De zonde van eeuwen geschiedenis is nog niet weg. Er zijn groepen: tollenaars en prostituees, farizeeërs en priesters. En Jezus is nog onderweg. Hij ziet zijn ‘verhoging’, zijn dood én zijn hemelvaart voor zich. En de Heilige Geest is nog niet gekomen.
Ook in onze tijd heerst Hij nog niet definitief als koning; vreemde machten zijn de baas in de wereld.
Dat is de situatie waarin Hij zegt: blijf bij wat Ik gezegd heb! Die oproep geldt ook voor ons. Ook wij hebben bevrijding nodig. Jezus kent ons in onze idealen die ons bij de handen afbreken, onze machteloosheid: tekortschietende zorg, geweld, corruptie, onderlinge spanningen tussen groepen. Wij hebben bevrijding nodig van de ‘condition humaine’, de situatie waar wij in vast zitten, waar wij als mensen, als mensheid nooit bovenuit komen. Kortom, Jezus belooft bevrijding, die Hij alleen maar zelf werkelijkheid kan en zal maken.
-
Zullen Jezus’ hoorders niet blij zijn met zijn belofte van bevrijding? Nee, hoeveel respect en waardering ze ook voor Hem hebben, dit is tegen het zere been. Zij laten zich niet zeggen dat ze niet vrij zijn. Zij zijn toch kinderen van Abraham? Daarmee voelen ze zich sterk, hoezeer de praktijk ook vaak tegenvalt. Daarmee zetten ze zich tegen Hem af en wijzen ze zijn belofte van bevrijding af.
We passen dit toe op gevoelens waarmee mensen in onze tijd zich verzetten tegen de boodschap van Christus en allergisch reageren op het christelijk geloof. De trots van de groep: wij horen erbij, wij hebben dezelfde rechten als iedereen, om onze eigen keuzes te maken. Die trots verhindert ons om in te zien hoeveel moeite wij ermee hebben om de grenzen van de vrijheid te bepalen. En hoe mensen hun vrijheid gebruiken om zichzelf en/of anderen kapot te maken. Wij voelen ons vrij en mans genoeg om ons in te zetten voor een betere wereld en daar naar uit te kijken, en daardoor miskennen we hoe het telkens weer tegenvalt en druppels op gloeiende platen vallen.
Als Jezus bevrijding belooft, dan impliceert dat ook bevrijding van díé houding van verzet. Als Hij straks ‘verhoogd’ is, en de Geest komt, dan gaat Hij dat doen, zodat we ons aan Hem toevertrouwen. Die bevrijding hebben we nodig.
-
Gaat Jezus zijn mooi klinkende belofte wel waarmaken? Hij en zijn hoorders bereiken elkaar niet. Van beide kanten worden er zware woorden gesproken. Jezus ziet zichzelf met de dood bedreigd, zoals Hij duidelijk zegt. Die dreiging blijft hangen. Toch houdt Hij onverzettelijk vast aan zijn woord, zijn stellingname. Hij veroordeelt zijn tegenstanders niet, al heeft Hij daar alle aanleiding voor, maar gaat door met spreken in de wereld, door op de weg van bevrijding (vgl. vs 25). Hij laat de mensen vrij, Hij dwingt mensen die claimen vrij te zijn niet. Tot de dood erop volgt! Is Hij dan mislukt? Nee, juist dat is bevrijdend! Hij ging onder, om ons te bevrijden van de ondergang. Dat mogen wij nu beleven.
Dat is iets anders dan wat wij noemen ‘de ander vrijlaten’. Jezus láát ons maar niet vrij; dan zouden we slaven blijven. Hij máákt ons vrij. Hij gééft ons die vrijheid. Díé vrijheid is iedereen gegund.
Ideeën voor kinderen en tieners
Bij de kinderen kun je insteken bij Bevrijdingsdag. Bij de tieners bij vrijheid van meningsuiting. Afbeeldingen erbij vinden zal niet moeilijk zijn. Waarom is die vrijheid belangrijk? Wat ontbreekt er nog aan en wat voor problemen zijn er nog? Als bevrijding van de zonde genoemd wordt kun je dat uitdiepen bijvoorbeeld door vragen naar concretisering, maar vervolgens ook uitbreiden naar zonde in de wereld, in de samenleving, in het groot.
Aanwijzingen voor de liturgie
-
Psalm 32:3, Psalm 43:3, Psalm 85.
-
Geref. Kerkboek (GKv, 2006), 40. ‘Welkom, welkom, koning Jezus’.
-
LB 179: 1. (Kan ook op de melodie van Psalm 22.)
-
Dr. H.N. Ridderbos. Het evangelie naar Johannes. Proeve van een theologische exegese. Deel 1 (hoofdstuk 1-10). Kampen: Kok, 1987.