Menu

Premium

Preekschets Lucas 13:8a- een zondag in de zomer

Een zondag van de zomer

Heer, laat hem ook dit jaar nog met rust

Lucas 13:8a

  • Schriftlezing: Lucas 12: 49 – 13: 9

  • Thema: De gelijkenis van de onvruchtbare vijgenboom

Liturgisch kader

Hoewel preken over deze gelijkenis meestal plaatsvindt in de veertigdagentijd of ook bij de jaarwisseling, past het ook goed nu het hoogzomer is. De vijgenboom vertoont zijn vruchten immers in augustus. Daar komt bij dat we nu een periode van relatieve kerkelijke inactiviteit beleven. In zulke weken kan beter geaccentueerd worden dan in heel drukke, dat het verschijnen van vrucht meer te maken heeft met relatie dan met prestatie.

Psalm 104:4, 8 belijdt dat vruchtbaarheid bij God vandaan komt. Ps. 92:7,8 spreekt over datzelfde, maar dan over de geestelijke vrucht. ELB 396 (Grijp toch de kansen) is liturgisch stellig een vreemde oude eend in de bijt, en toch verrassend treffend.

Uitleg

Deze gelijkenis, die alleen bij Lucas voorkomt, kan niet verstaan worden zonder de voorgeschiedenis. Jezus is op weg naar Jeruzalem voor zijn laatste Pasen. In de jaren dat Hij Israël rondgegaan is met zijn medewerkers is zijn aanhang gegroeid, maar ook de tegenstand. Hij spreekt hier expliciet over in h. 12:49 – 53: Hij zaait verdeeldheid. Hij verwijt de menigte (vs. 54) dat men niet in de gaten heeft, hoe urgent Jezus’ persoon en boodschap zijn. Mensen realiseren zich niet dat zij voor een beslissende keuze worden gesteld: zullen zij God ernstig nemen in zijn vredesaanbod in het evangelie of niet? Ze lijken op mensen die het maar niet met een ander eens kunnen worden en het tenslotte laten aankomen op de rechter (12:58), met voor hen desastreuze gevolgen. Het om de zaak willen heen draaien en vermijden van beslissingen blijkt uit hun opwerpen van ‘een kwestie’, om te horen hoe Jezus deze als theoloog beoordeelt. Het door hen aangekaarte voorval, de gruwelijke slachtpartij op een aantal Galileeërs met hun offerdieren, is niet bekend uit buitenbijbelse bronnen. Wat er zich precies heeft afgespeeld valt niet meer te achterhalen. Het is aannemelijk dat deze Galileeërs als politieke agitatoren naar een van de feesten in Jeruzalem waren opgetrokken om daar tot actie over te gaan; of dat het bij hen om en nabij de tempel kwam tot een spontane actie die Pilatus tot een bikkelharde reactie noopte. Pilatus resideerde tijdens de grote feestdagen in Jeruzalem, om ‘er bovenop te zitten’ in tijden dat het als explosief beschouwde volk van de Joden samenklonterde. Het is ondenkbaar dat Pilatus zich zomaar lichtvaardig aan z’n terreurdaad gewaagd zou hebben. De vragenstellers verkeren blijkbaar in de veronderstelling in abstracto te kunnen theologiseren over vragen van schuld en lot met betrekking tot derden (waarmee niet gezegd is dat de gruweldaad hen niet persoonlijk geraakt heeft!). Jezus snijdt hen deze pas af door zelf een ander schokkend incident ter sprake te brengen, het instorten van de Siloamtoren (alweer een voorval waar alleen het evangelie naar Lucas van rept). Hier speelde menselijk toedoen geen enkele rol. Het ‘overkwam’ de slachtoffers. Jezus wil maar zeggen: ‘laten we niet over anderen spreken, maar over jullie! Als jullie je niet bekeren, kun je net zo onverhoeds voor de hemelse rechter komen te staan als de slachtoffers van genoemde rampen.’

Tegen die achtergrond wordt de gelijkenis verteld. Veel volksgenoten draaien nog om de zaak van het Koninkrijk heen. Ze nemen geen beslissing. Ze zien niet in hoe nabij Gods regering is in Jezus. Ze horen wel veel, maar Gods woorden sorteren geen effect bij hen.

In de gelijkenis wordt dit geïllustreerd. Een vijgenboom of andere vruchtboom binnen een wijngaard was niet ongebruikelijk. Wellicht kon zo’n boom in zo’n setting tot extra goede resultaten komen. Omstreden is wat bedoeld wordt met de wijngaard in relatie tot de vijgenboom. Er is wel gedacht aan de wereld als wijngaard en de vijgenboom als het volk Israël. Ondenkbaar, omdat de wijngaard overal elders in de Schriften staat voor Israël. Als de wijngaard Israël betekent, is de vijgenboom wel opgevat als de stad Jeruzalem. En waar is waar, de besproken actuele incidenten stonden in relatie tot de hoofdstad. Toch is ook dit niet waarschijnlijk, aangezien Jezus in gesprek is met mensen nog ver buiten Jeruzalem. Specifiek Jeruzalemmers op de korrel nemen botst met Jezus’ bedoeling juist deze hoorders aan te spreken.
Het kan niet anders of Jezus bedoelt met de vijgenboom iedere op zichzelf staande hoorder: Elckerlijc. Jedermann.

Een vijgenboom heeft drie jaar nodig om zijn eerste vrucht te geven. De drie jaar (vs. 7) heeft dus niets van doen met de eventuele omlooptijd van Jezus. Het gaat erom, dat alle hoorders ruimschoots de tijd gehad hebben om Gods nodiging tot zijn Rijk ter harte te nemen. De eigenaar van de wijngaard in relatie tot de wijngaardenier: onmiskenbaar zinspeelt Jezus hier op zijn eigen relatie tot zijn hemelse Vader. Het omhakken ziet vanzelfsprekend op het eindoordeel dat voor onwillige hoorders rampzalig zal uitpakken, het jaar van uitstel op Gods geduld dat in Jezus openbaar komt.

Aanwijzingen voor de prediking

Het is vrijwel onontkoombaar om de voorgeschiedenis van deze gelijkenis te schetsen. Bij andere gelijkenissen kan dat soms best achterwege worden gelaten. Maar hier is de setting richtinggevend voor de uitleg. Ik zou pleiten om hier dan ook mee te starten.

In dit deel van de preek kunnen al diverse links naar de hoorders gelegd worden. Zij zullen zich vaak kunnen herkennen in de tweedracht die Jezus zaait binnen intermenselijke verbanden. Hem wel of niet aanhangen kan oorzaak zijn van heftige discussies. Dat is eigenlijk nog heel wat, in ieder geval beter dan dat er een taboe op geloofsgesprekken is komen te rusten.

Zeer herkenbaar is ook dat mensen vaak haarfijn allerlei ontwikkelingen voelen aankomen (niet alleen die het weer betreffen) maar blind zijn voor geestelijke ontwikkelingen.

De voorvallen die ter sprake komen tussen Jezus en zijn gespreksgenoten (de slachtpartij op de Galileeërs en het instorten van de Siloamtoren) bieden aanknopingspunten naar actuele incidenten en catastrofen die mensen bezig houden. Wie denkt niet aan de corona-perikelen. De neiging erover te willen theologiseren, ligt voor de hand! Maar ook zulk theologiseren is soms een afleidingsmanoeuvre: zo lang het over anderen gaat, valt het licht niet op mijzelf. Bij catastrofen gaat het niet aan naar een ander te wijzen, maar ze vormen een spiegel voor ons zelf.

Dan de gelijkenis zelf. Het is belangrijk te benadrukken dat het Jezus hier ieder individu afzonderlijk aanspreekt. Weer: we praten soms zo gemakkelijk over hoe God allerlei situaties van anderen – dichtbij of ver weg – wel niet zou kunnen beoordelen, maar dat is meestal niet erg nuttig.

De vijgenboom was geplant, dat wil zeggen opzettelijk neergezet. Deze constatering mag aanleiding zijn tot de opmerking dat God een doel heeft met elk individueel lid van zijn gemeente.

Breed uitgemeten mag worden hoe rijk het is als je (soms al heel lang !) lid van een kerk mag zijn. En naar de kerk kan gaan etc. We realiseren het ons des te meer sinds het verbod op samenkomsten sinds de corona-crisis. Maar ook thuis een dienst volgen, het betekent geplant zijn in de wijngaard en daar eigenlijk vertroeteld worden. We hebben meestal volop de ruimte (in de kerkelijke gebouwen zelfs in letterlijke zin) en we worden ‘bemest’ met ladingen evangelie, jaar in jaar uit.

De eigenaar zoekt naar vrucht. De verleiding kan groot zijn, in de preek vooral te wijzen op de noodzaak van ‘de vruchten die aan de bekering beantwoorden’ (Luk. 3:8). Het beeld van het speuren naar concreet zichtbare elementen (desnoods onder de bladeren) werkt dit ook wel in de hand. Maar dan moet niet uit het oog verloren worden, dat het toch in eerste instantie gaat om de bekering zelf. Het speuren kan dan als volgt worden vertaald: God heeft oog zelfs voor het miniemste begin van omkeer. Jezus roept mensen tot Gods (nieuwe) orde, die daar tot nog toe aan voorbij leven. Uiteraard moet de bekering wel in daden blijken, maar daarop ligt hier niet het accent.

Aan de urgentie, dus dat de tijd dringt, kan in deze preek niet voorbijgegaan worden. Alle nadruk ligt daarbij op het risico van ‘het sterven zonder kennis genomen te hebben van’ (zie wat hierboven over het voor de rechter gebracht worden is opgemerkt).

Vanzelfsprekend mag in de preek het volle licht vallen op het pleidooi van de wijngaardenier. In de wijngaardenier licht de gestalte van Jezus zelf op. Hij belichaamt Gods grote lankmoedigheid. Het beeld mag natuurlijk niet zo worden doorgetrokken, alsof hier een conflict zichtbaar zou worden tussen de Vader en de Zoon. Onmiskenbaar komt wel een zekere spanning openbaar. Daar hoeft in de preek niet aan voorbij gegaan te worden. Het vertellen van de gelijkenis is op zichzelf een blijk van Gods lankmoedigheid. Er gebeurt, wat de gelijkenis laat zien: er wordt om onze levensboom heen gegraven en hij wordt bemest. Datzelfde vindt dus ook plaats in de preek. Iedere hoorder moet nu zelf het antwoord geven. En wordt door het ontbreken van de afloop in de gelijkenis daartoe des te meer geprikkeld!

Ideeën voor kinderen en jongeren

Je kunt in de preek de vraag voorleggen of er kinderen zijn die wel eens mogen experimenteren met zaadjes en plantjes in de tuin. Zij hebben misschien ook wel ervaring met mislukkingen en teleurstellingen: het werd niet wat ze ervan verwacht hadden.

Aan de hand van voorbeelden uit de sport kan duidelijk gemaakt worden dat je kansen moet benutten en niet laten glippen. Je kunt ‘eeuwig spijt’ krijgen van een gemiste kans.

Kinderen en jongeren kunnen ook betrokken worden bij de preek door hen te vragen, van welke schokkende voorvallen zij zelf de afgelopen week hebben gehoord. Of er dingen zijn gebeurd op de grens van leven en dood die hen aan het denken brachten.

Geraadpleegd

  • K. Bornhäuser, Studien zum Sondergut des Lukas, Gütersloh 1934, 94-102.

  • S. Greijdanus, Het heilig evangelie naar de beschrijving van Lucas II, Amsterdam 1941, 646-651

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken