Preekschets Lucas 21:19 – Kerkdienst met soldaten
Lucas 21:19
Red je leven door standvastigheid!
Schriftlezing: Lucas 21:5-19
Het eigene van de zondag
Als militairen op uitzending gaan, gaan de geestelijk verzorgers mee. Ze proberen zo dicht mogelijk bij de militairen te komen. Ze gaan bijvoorbeeld mee op patrouilles en ook bij grote operaties blijft de geestelijk verzorger niet op het kamp. Eenmaal terug op het basiskamp kunnen de ervaringen worden verwerkt in de wekelijkse kerkdienst.
Deze preekschets is gebruikt in januari 2009 op Kamp Holland. Net terug van een gevaarlijk geachte operatie in de Baluchi-vallei in Uruzgan en nog geen maand na het sneuvelen van sergeant Mark Weijdt. Wellicht geeft deze preekschets een indruk van hoe het er hier aan toegaat en biedt hij materiaal voor bijvoorbeeld een themadienst.
Uitleg
Tijdens een oefening begroette een compagniescommandant mij eens met de woorden: ‘Dominee, we gaan dood en verderf zaaien. Ga je met ons mee?’ Waarschijnlijk heb ik met een eenvoudig beschroomd ‘Ja’ geantwoord, maar een dergelijke uitnodiging zet de zaak wel op scherp. En de zaak is deze: hoe verhoudt een geestelijke zich, hoe verhoudt een christen zich tot het geweld dat in en door de krijgsmacht wordt uitgeoefend?
Geweld begeleidt de mensheid als een constante schaduw. De oudste heldendichten staan er vol van en ook in de krant van morgen zal het niet ontbreken. Zelfs in de Bijbel kun je er niet omheen. Van de eerste doodsbedreiging in het paradijs tot de laatste visioenen van Johannes – steeds steekt de donkere kant van mens en God de kop op.
Je zou bijna denken dat geweld normaal is en dat het er nu eenmaal bij hoort. De enige reden dat we deze conclusie niet hardop durven uitspreken is dat we het niet waar willen hebben, dat we stiekem denken dat dit niet de bedoeling kan zijn, dat we ergens hopen dat het ook ooit een keer zonder geweld kan.
Je kunt dit de dialectiek van geweld noemen. Aan de ene kant de erkenning dat het bestaat en dat het zich uitleeft, niet alleen bij mensen, maar ook bij God. Aan de andere kant de belofte van het messiaanse rijk, waar geen wapens meer nodig zijn en de oorlog niet meer zal worden geleerd. Deze dialectiek zorgt ervoor dat je niet om geweld heen kunt. Je zult je ertoe moeten verhouden, maar je kunt dat vanuit de hoop en de verwachting dat geweld ooit overwonnen wordt.
In dit kader is het te billijken dat men naar de wapens grijpt. Soms is een wapen het enige dat het goede tegen het kwade kan beschermen. En ook al maakt degene die het wapen grijpt en gebruikt zich schuldig, degene die het niet doet misschien nog wel meer.
Onze tekst komt uit Jezus’ rede over de laatste dingen. Als je iets kunt afleiden uit deze opsomming van rampspoed, dan is het dat ook Jezus ervan uitgaat dat geweld zal voorkomen tot het einde der tijden. Dan pas is het voorbij, maar dan is het ook echt voorbij. Tot het zover is, houd je je staande door hypomonè, standvastigheid.
Hypomonè is een woord dat een belangrijke rol speelt in de filosofie van de Stoa. De Stoa is niet zomaar een filosofische school, maar een wijze van omgaan met de grote vragen van het leven: lijden en dood. In de Stoa wordt hypomonè uitgelegd als geduldig volhouden, je niet door het leed in de war laten brengen, je zeker niet angstig laten maken. Er is niets zozeer te vrezen als de vrees zelf. Al het andere is niet vreselijk in zichzelf. Het kan dat gelaat krijgen door de angst. Het is dus mogelijk om jezelf boven het leed te verheffen als je in staat bent om de vrees in de hand te houden. De stoïcijnen maken daarvoor gebruik van de Logos. Daardoor hoef je je zelfs niet bang te laten maken door de dood.
In de Bijbel wordt hypomonè anders gebruikt. Daar komt het woord vaak voor in combinatie met een persoon en krijgt het de lading van wachten op iemand, zowel in verlangen naar als in vertrouwen op de komst van diegene. Specifiek richt dit verlangen en vertrouwen zich op God en op het messiaanse rijk, op de wederkomst van Christus.
Dit is een wezenlijk verschil tussen christendom en Stoa en wellicht de verklaring voor het feit dat juist een filosoof-keizer als Marcus Aurelius Justinus de Martelaar heeft laten ombrengen.
Aanwijzingen voor de prediking
De tekst is afkomstig uit wat wel wordt genoemd ‘de rede van Jezus over de laatste dingen’. Er is veel gespeculeerd over deze tekst, maar het belangrijkste is wat aan het einde staat: ‘Red je leven door standvastigheid!’ Als er van alles om je heen gebeurt waar je niet blij van wordt, hoe hou je dan vol? Door standvastigheid!
Standvastigheid is een beetje een apart woord. Dat gebruiken we niet zo vaak. In de tijd van Lucas was het ook geen huis-tuin-en-keukenwoord; het kwam uit de filosofie van de stoïcijnen. Zij vroegen zich af: hoe kun je als mens zo gelukkig mogelijk leven te midden van alles wat er gebeurt? En hun antwoord was: zorg dat je stoïcijns blijft. Zorg dat alles van je afglijdt. Laat je door niets raken, dan word je ook door niets uit je evenwicht gebracht en blijf je vast overeind staan. Dan blijf je standvastig.
Je niet laten raken. Dat is voor militairen een heel goed advies als het om kogels gaat. Maar het wordt ook opgevolgd als het om gevoelens gaat. Die worden weggestopt omdat men er geen raad mee weet.
Als je je door niets laat raken, hoef je nergens bang voor te zijn. Een heel bekende redenering van de stoïcijnen waarom je niet bang hoeft te zijn voor de dood is deze: de dood kan mij niet raken. Want als ik er ben, is de dood er niet, en als de dood er is, ben ik er niet meer.
Dat klinkt wel logisch. Maar daar tussenin is wel wat gebeurd. Daar tussenin is er wat gebeurd met mij. Dus zo eenvoudig is het niet. Bovendien is het nog maar de vraag of het werkt. Als je ergens in Afghanistan vijf uur lang in de sneeuw staat te wachten, kun je wel denken: het is niet koud, het raakt me niet. Maar dat helpt niet. Wat wel helpt is de gedachte: alles wat een begin heeft, heeft een eind. Dit gaat niet de hele dag duren. Voor het donker wordt, zit ik in een warm pantservoertuig met een kop hete soep.
Vooruitzicht helpt. Vooruitzicht geeft meer standvastigheid dan ‘je niet laten raken’. Want als je je niet laat raken, kun je ook nooit geraakt worden door de liefde. En liefde geeft de krachtigste vooruitzichten die bestaan.
Een korporaal die vastliep in een hinderlaag vertelde eens: ‘Het voelde alsof ik driehonderd kilo zwaar was en ik niets meer kon doen. Ik dacht: nu is het afgelopen. Maar toen moest ik denken aan mijn vriendin en dat ik voor het vertrek haar had beloofd: wat er ook gebeurt, ik kom zeker bij je terug. Ik kom zeker bij je terug. En dat gaf mij zo veel kracht en moed dat ik het uiteindelijk heb gered.’
Jezus’ toespraak over de laatste dingen betekent: tot aan het einde der tijden zal er ellende blijven. Deze korporaal kwam terug bij zijn vriendin. Anderen zijn niet teruggekomen. De neiging is groot om je gevoel dan terug te trekken; om je daardoor niet te laten raken. Maar als je je gevoel uitschakelt, zul je je ook niet laten raken door de boodschap van de liefde die ook door Jezus wordt gebracht.
Hij zegt: wees standvastig. Alles wat een begin heeft, heeft een einde. Er komt een einde aan de ellende en aan het verdriet. En dan zul je ontdekken dat daar iets onder ligt, iets achter ligt, waaraan nooit een einde komt: de liefde van God.
Liturgische aanwijzingen
In een dienst met militairen wordt dikwijls moderne muziek gebruikt. Voor deze dienst heb ik gebruik gemaakt van ‘Dochters’ van Marco Borsato, ‘Love will keep us alive’ van The Eagles en ‘Lovers in Japan / Reign of Love’ van Coldplay. Uit het Lvdk past Psalm 107. Vergeet in de gebeden niet de militairen te gedenken die ver van huis hun door ons opgelegde taak vervullen.
Geraadpleegde literatuur
Paul Tillich noemt in De moed om te zijn, Utrecht, 1955 de Stoa het enige werkelijke alternatief voor het christendom. De term ‘dialectiek van het geweld’ komt uit Ganzevoort en Visser, Zorg voor het verhaal, Zoetermeer, 2007, 340 e.v. Voor verdere uitleg van hypomonè, zie Kittel e.a., Theological Dictionary of the New Testament i, Grand Rapids, 1985, 582 e.v.