Menu

Premium

Preekschets Marcus 1:41

Marcus 1:41

Eerste zondag na Epifanie

Jezus kreeg medelijden, stak zijn hand uit, raakte hem aan en zei: ‘Ik wil het, word rein.’

Schriftlezing: Marcus 1:39-45 / Marcus 1:40-45

Het eigene van de zondag

In de periode van Epifanie letten we vanuit de gedachte ‘aan de vruchten kent men de boom’ op het optreden van Jezus, die in het Evangelie van Marcus niet zozeer als rabbi, maar direct als Jezus Christus wordt verkondigd (zie Mar. 1:1). Wat vertellen zijn daden over zijn persoon?

In de gereformeerde traditie kent men met het oog op de viering van het Heilig Avondmaal nog een specifieke dienst van voorbereiding. Deze dienst is, alhoewel hij helaas niet altijd zo heeft gewerkt, bedoeld om mensen in de juiste houding – nederig en dankbaar en verlangend – naar tekenen van brood en wijn te leiden. Deze schets zou eventueel met het oog op deze dienst van voorbereiding gebruikt kunnen worden.

Uitleg

Vanwege het feit dat vers 41 de kerntekst is, treft u geen opmerkingen aan over vers 43, 44 en 45. De geschiedenis van de genezing van de melaatse man volgt in Marcus op het algemene bericht van evangelieverkondiging en duiveluitdrijving (vs. 39). Genezing staat in de Bijbel altijd in het kader van de goede boodschap van Gods (toekomstige) koninkrijk. Al eerder heeft de evangelist geschreven over het genezen van zieken door Jezus (vs. 34). Het feit dat Marcus specifieke aandacht vraagt voor genezing van melaatsheid, heeft waarschijnlijk alles te maken met het feit dat melaatsheid een ziekte was die – in tegenstelling tot veel andere ziekten – vooral ook sociale en cultische gevolgen had, namelijk uitsluiting. Een melaatse werd geacht zich buiten de stad op te houden en mocht niet in de synagoge of tempel komen. Hij moest zijn kleren scheuren en wanneer hij onverhoopt mensen ontmoette, moest hij ‘Onrein, onrein’ roepen (zie Lev. 13:45). Melaatsheid werd vaak gezien als goddelijke straf op ernstige zonden. In het bijbelboek Job wordt melaatsheid ‘de eerstgeborene van de dood’ genoemd. Ook de reactie van koning Joram op de brief die de melaatse Syrische legeroverste Naaman hem overhandigde, is typerend en veelzeggend: ‘Ben ik soms een god, dat ik kan beschikken over leven of dood?’ (2 Kon. 5:7). Kortom, een melaatse was een levende dode (Guelich, 73).

Het feit dat Jezus de melaatse wil genezen, betekent dat Hij – en daarmee vertegenwoordigt Hij zijn Vader – de dood en de zonde niet wil laten bestaan. Het feit dat Hij de melaatse kan genezen, betekent (!) dat Hij macht heeft over (gevolgen van) de zonde en dood.

De melaatse is – wellicht vanuit wanhoop over zijn situatie, maar zeker ook vanuit geloof in de goddelijke macht van Jezus – tegen de regels in het stadje binnengegaan en knielt voor Jezus neer (vs. 39). Door zich ook letterlijk klein te maken, erkent hij Jezus duidelijk als zijn meerdere. Uit zijn woorden blijkt duidelijk dat hij gelooft in Jezus als iemand die hem rein kan maken. De vraag is wel of Jezus dit ook wil. Het gebruikte werkwoord voor ‘rein maken’, kathazein, is van een andere orde dan ‘lichamelijk genezen’. Het wordt gebruikt voor het letterlijk reinigen van bestek, maar vooral ook voor het ceremonieel reinigen en het rein verklaren van dat wat ceremonieel onrein was.

De reactie van Jezus op de houding en de woorden van de man is ondanks de weinige woorden die Hij gebruikt enorm veelzeggend. Hij stuurt de man niet weg als een onreine. Hij brengt zichzelf ook niet in veiligheid (dit i.t.t. sommige rabbi’s die zich soms verstopten achter muurtjes om maar geen melaatsen te hoeven zien). Jezus krijgt medelijden. De sv vertaalt ‘met barmhartigheid innerlijk bewogen zijnde’. Barmhartigheid is warmhartigheid. Wanneer Jezus een mens in nood ziet, trilt zijn hart van liefde. Zijn liefde is daarbij geen onmogelijke of onmachtige liefde. Zijn liefde is liefde metterdaad. We weten vanuit andere genezingswonderen dat Jezus door woorden – soms zelfs op afstand – kan genezen. Hoewel Hij hier ook woorden spreekt, kiest Jezus allereerst voor de aanraking. In het Lucasevangelie lezen we zelfs van een omhelzing (Luc. 5:13). Hoelang zal deze mens niet zijn aangeraakt? Jezus heeft hoe dan ook geen smetvrees. Treffend is dat wat Van Bruggen in dit verband schrijft: ‘Jezus zoekt echter uit vrije wil contact door aanraking met deze melaatse: daardoor deelt Hij Zijn onreinheid en blijkbaar is de man er dan opeens van af. Ogenblikkelijk wordt hij gereinigd. Het gebaar is veelzeggend. Normaal is dat de melaatse bij contact zijn onreinheid verbreidt, maar deze keer is er een contact dat onreinheid juist wegneemt’ (Van Bruggen, 63). Hier zien we waar worden wat Jesaja schrijft over de lijdende knecht: ‘onze ziekten heeft Hij op zich genomen’ (Jes. 53). Naast het veelzeggende gebaar zijn er de weinige, maar wel duidelijke woorden: ‘Ik wil het, word rein.’ Zijn woorden hebben een (omgekeerd) scheppende kracht: de melaatsheid verdwijnt direct. Door Jezus’ daden en woorden wordt een ‘levende dode’ een ‘levende levende’. Zijn daden en woorden hebben levenwekkende kracht en doen je een nieuw mens zijn! Wat we hier zien is een voorafschaduwing van Goede Vrijdag en Pasen: Hij neemt onreinheid op zich en geeft nieuw leven.

Aanwijzingen voor de prediking

De woorden van mensen kunnen hun diepste identiteit soms camoufleren. Dat kan een pijnlijke ontdekking zijn. Zo niet bij Jezus. Zijn woorden openbaren zijn diepste identiteit en laten zien waar zijn roeping ligt. Ook zijn daden zijn veelzeggend. Hij is een geboren Redder!

In deze perikoop ontmoeten we een melaatse. Het is dienstig om vertellend te schetsen dat een melaatse echt een outcast was, die ook werd gezien als door God gestraft en verlaten. Wie zijn vandaag de outcasts? Wellicht het meest zij die verslaafd zijn en/of als gevolg van economische crisis en moeilijke levensomstandigheden aan lager wal zijn geraakt. Is het de man die bedelt bij de supermarkt? Probeer zo concreet mogelijk te zijn.

De man laat zich – ondanks zijn omstandigheden en de wet – niet bij Jezus vandaan houden, en wordt daarin niet beschaamd. In die zin heeft hij zeker een voorbeeldfunctie. Je bent nooit te slecht, te zondig, te gebroken voor Jezus. Voor Hem bestaan geen hopeloze gevallen. Dit biedt hoop en verwachting voor de outcasts van onze samenleving, maar ook voor keurige burgers die onder een laagje van zekerheid (ze hebben vaak alles…) zich vaak razend onzeker weten en zich met hun zonden en onzekerheid al dan niet keurig voor God verstoppen. Zijn zulke mensen – net als de melaatse – ook geen levende doden? Leven zij met al hun contacten toch ook niet in een onrein isolement? Zij kunnen – met verwachting – naast deze man gaan zitten.

Jezus is degene die de melaatse – in naam van God – bewust aanraakt. Hij doorbreekt het isolement en bevrijdt de man met een enkel woord van zijn onreinheid. Is niet elke christen ten diepste een door God in Christus Jezus aangeraakt mens, die leeft van zijn bevrijdende, scheppende woorden? Zijn wij al zo aangeraakt? Herschapen door zijn woord? Het is goed om in de prediking wat verder in te gaan op het Woord dat ook aanraakt, ingrijpt. In deze geschiedenis wordt duidelijk dat Jezus de man ook wil reinigen. Het is raadzaam om even stil te staan bij dit positieve willen van Jezus. Juist voor mensen die zeker wel geloven dat God kan redden, is het soms een vraag of Hij ook werkelijk wil redden. Die vraag kan een martelende onzekerheid geven. Ook in de huidige prestatiemaatschappij, waar mensen soms afhankelijk zijn van de te behalen targets. In zijn woorden ‘Ik wil het, word rein’ weerspiegelt Jezus het hart, de barmhartigheid van zijn Vader. Zijn komst naar deze aarde heeft immers alles te maken met het willen reinigen van de mensen door God en betekent Gods (toekomstige) koninkrijk. De verkondiging van het evangelie tot op deze dag is een geestelijke voortzetting van dit positieve willen van God in Christus.

Met betrekking tot de aanraking is het goed om de door Van Bruggen geschreven woorden (zie Uitleg) verder uit te werken. Jezus heeft geen smetvrees. Integendeel, Hij raakt het zondige en daardoor eenzame bestaan bewust reddend aan. Sterker nog: Hij neemt het op zich, maakt zich één met de mens. Jezus is geen afstandelijke Jezus. God is geen afstandelijke God. In deze aanrakingshandeling zien we een voorspel van het kruis van Jezus, waar Jezus het zondige en onreine mens-zijn in zich opneemt door eraan ten onder te gaan! Tegelijk wordt ook duidelijk: Hij heeft macht over de dood.

Wanneer deze perikoop dient als voorbereiding op het Heilig Avondmaal (zie Het eigene van de zondag), is het goed om te benadrukken dat hier duidelijk wordt dat Jezus kan én wil reinigen. Ook in brood en wijn komt Hij ons tastbaar reinigend tegemoet. Het avondmaal is aanraking van en door God in Christus en onderstreept zijn bevrijdende, reddende machtswoord.

De gemeente – als lichaam van Christus en door Hemzelf aangeraakt – is geroepen om deze houding van Christus te weerspiegelen: vanuit hartelijke bewogenheid met woord (namelijk het woord van Christus) en daad aanraken van hen die niet meer aangeraakt worden. Zo worden mensen opgewekt en verlost uit het vaak onreine isolement. In een tijd waarin de overheid zich steeds meer terugtrekt als het gaat om de zorg voor zwakken en hulpbehoevenden is juist de gemeente geroepen om deze ‘aanraking’ vorm te geven. Eventueel kan verwezen worden naar het project hip (Hulp in praktijk).

Liturgische aanwijzingen

Naast de lezing uit Marcus kan ook een gedeelte uit Jesaja 53 worden gelezen. Eventueel kan ook 2 Korintiërs 5:11-21 worden gelezen. Liederen: Psalm 51, 103, 147; nhb Gezang 168; met het oog op het Heilig Avondmaal: Gezang 452, 454.

Geraadpleegde literatuur

M.H. Bolkestein, Het evangelie naar Marcus, Nijkerk, 1985 (pnt); J. van Bruggen, Markus, het evangelie volgens Petrus, Kampen, 1988 (cnt); Robert A. Guelich, Markus 1-8:26, Nashville, 1989 (wbc); A.A. van Ruler, Dichter bij Marcus, over het evangelie naar Markus 1-8, Nijkerk, 1974.

Wellicht ook interessant

Medische verrassingen in de Bijbel
Medische verrassingen in de Bijbel
None

Thema: Medische verrassingen in de Bijbel

In de Bijbel staat verrassend veel informatie over gezondheid en ziekte, vanuit het oude testament komen veel regels naar voren om ziekte en de verdere verspreiding van ziekte te voorkomen. Veel van deze regels zijn nog steeds actueel. Van oud-testamentische narcose tot het nut van de reinheidswetten. Tom Mikkers gaat in deze aflevering in gesprek met Alie Hoek-van Kooten die het boek Medische verrassingen in de Bijbel schreef. Zij gaat in het gesprek ook in op de manier waarop mensen in de Bijbelse tijden met ziekte omgingen en welke rol hun geloof daarin speelde. Een nieuwe invalshoek op bekende materie, toegankelijk en verrassend.

Een houtsnede uit 1999 van Willy van der Duyn met als titel Geen droom bakert je in windselen.
Een houtsnede uit 1999 van Willy van der Duyn met als titel Geen droom bakert je in windselen.
Basis

Lazarus voorbij

AI zo lang als er mensen bestaan, gaan ze ook dood. Het zou dus moeten wennen, maar dat is niet zo. En daar zijn wel wat redenen voor: onze herinnering reikt niet tot de eerste mens; voor eenieder is er altijd een eerste betreurde dode in zijn of haar leven. Daarbij is de dood geen optelsom van steeds en altijd hetzelfde. Sterft er iemand, dan nemen we afscheid van een persoon zoals er nooit eerder een geweest is, en ook nooit meer een zal zijn. Vervelend is ook dat de dood zo veel gezichten heeft. Mensen kunnen vreselijk sterven, maar ook heel mooi. Veel te jong, en ja, soms ook te laat. In verzet, maar ook in overgave. Overvallen, maar ook voorbereid. Zinloos, maar ook zinvol.

Nieuwe boeken