Menu

Premium

Preekschets Matteüs 27:29a – Goede Vrijdag

Matteüs 27:29a

Goede Vrijdag

Zij vlochten een kroon van doorntakken en zetten die op zijn hoofd.

Schriftlezing: Matteüs 27:26-31

Het eigene van de dag

Op Goede Vrijdag staat het lijdensevangelie centraal, bijvoorbeeld naar Matteüs. De kruismeditatie kan worden vervangen door een meditatie bij de perikoop als variant op het gedicht van Revius: ‘’t Zijn de soldaten niet, Heer Jezus, die u sloegen…’

Uitleg

  • Soldaten. Deze korte perikoop staat ingeklemd tussen het tweemaal klinkende werkwoord ‘kruisigen’ (26 en 31), als een intermezzo. Parallel aan het gebeuren voor het sanhedrin (26:57-68) volgt nu bij het Romeinse proces (27:1-30) na verhoor en veroordeling ook de mishandeling. De soldaten van de landvoogd komen in actie en nemen Jezus als object mee het pretorium in, de residentie van Pilatus (Str.B. I, 1035, Flusser). Evenals bij de mishandeling door het ‘hele sanhedrin’ (26:59, 67), wordt nu ook de ‘hele garde’ erbij gehaald. Ze worden allemaal dader. Dat verscherpt het contrast met Jezus als de weerloze mens. Van Jezus wordt geen woord of actie vermeld; Hij staat weliswaar in het middelpunt, maar louter als het lijdend voorwerp.

  • Spot. De in Matteüs telkens herhaalde overlevering bereikt hier haar laatste station (26). De combinatie met het tweemaal genoemde bespotten (29, 32; vgl. 41) herinnert aan de derde lijdensaankondiging (Mat. 20:19). De uit niet-Joden gerekruteerde soldaten vervullen de rol van de ‘volken’. De tweevoudige mishandeling van ‘beschimping en bespuwing’ herinnert aan het ‘derde lied’ van de dienaar van de Heer (Jes. 50:6). De spot van een jodenkoning door de niet-Joodse soldaten is ook een uiting van Jodenhaat, die werd gevoed door de Joodse vrijstelling van dienstplicht enerzijds en het harde gevecht met de Joodse vrijheidsstrijders anderzijds. In combinatie met de invloed van de massa op de emoties escaleert de spot ongemerkt in wrede mishandeling (30 etupton, imperfectum = herhaaldelijk slaan op het met doornen gekroonde hoofd als een brute vorm van marteling).

  • Koning der Joden. Matteüs onderscheidt zorgvuldig de twee handelingen van bespotting (28-29) en mishandeling (30). Bovendien brengt hij een concentrische structuur aan. Binnen de omlijsting van de werkwoorden ‘kruisigen’ en ‘mee-’ respectievelijk ‘wegvoeren’, wordt Jezus uitgekleed (27) en weer aangekleed (31). Omgeven door de herhaling van ‘mantel’ en het woordpaar ‘hoofd’ en ‘rietstok’ (chiasme) en het herhaalde werkwoord ‘bespotten’, vormt de sarcastische huldiging van Jezus als ‘koning der Joden’ (29b) de kern van de perikoop. De groet ‘koning der Joden’ klinkt op twee niveaus. 1. In dit verhaal maken de Romeinse soldaten hiermee de joodse Messiasverwachting belachelijk door Jezus als een mislukkeling neer te zetten. Met drie nageaapte eretekens kleden ze Hem aan als spotkoning: een rood soldatenkleed als koningsmantel, een krans van doorntakken als kroon en een rietstok als scepter. 2. In het evangelie vormt de aanduiding ‘koning der Joden’ een rode draad (Mat. 2:2; 27:11; 27:38 vgl. 42), die verwijst naar een ander soort koningschap, volgens het ‘evangelie van het koninkrijk’ (Mat. 4:23; 9:35; 24:14). Dat koningschap wordt zichtbaar als Jezus Jeruzalem binnenrijdt op een ezelin (het citaat van Zach. 9:9 alleen in Mat. 21:5). Door dit dubbele niveau ontstaat een paradox: in hun spot liegen de soldaten de waarheid. Daardoor krijgt de rol van Jezus een geheim. Enerzijds lijkt Hij een passief spotobject. Anderzijds is zijn zwijgen onder spot en pijn in de toenmalige cultuur een uiting van volharding, teken van moed (Neyrey). Samen met de vervulling van de lijdensaankondigingen en de achtergrond van de lijdende rechtvaardige (Jes. 50) wordt zo een verwijzing gevormd naar het paasgeloof: in de volkomen machteloosheid van Jezus gloort op verborgen wijze de glans van Gods macht (Calvijn).

Aanwijzingen voor de prediking

Hart van de preek is Jezus als de ‘doorngekroonde’. De focus is de paradox: de passie, verbeeld door de doornenkroon, is vervuld van de actie van Jezus in het dragen ervan. ‘De doorngekroonde is de koning’ (9). De functie van de preek is dat het werk van de doorngekroonde ons tot boete, geloof en dank brengt. Door de context (1943!) voelt de lezer de spanning als de Jodenhaat van de soldaten en het ‘Golgota van tegenwoordig’ ter sprake komen.

  • Inleiding. Voor je het weet, zet Goede Vrijdag je op het verkeerde been. Wegens het lijden van Christus toen en het lijden van miljoenen van zijn broeders nu ligt het voor de hand om over dat leed te klagen en het kwaad aan te klagen. Vanuit de bijbel moet echter een duidelijk ‘maar’ klinken. Jezus wijst het klagen van de vrouwen af en laat aan het kruis geen aanklacht horen. Het kruis betekent niet alleen lijden, maar ook strijd en overwinning. Daarom is Goede Vrijdag een dag van vreugde.

  • Verhaal. Om betrokken te worden bij deze strijd en overwinning van Jezus, kan het beste het verhaal worden herverteld. Van de wreedheid van de geseling tot en met de uitlevering aan de ruwe soldaten voor wie Jezus slechts een offer is voor hun ‘roofdierinstincten’. Zoals in de oorlog tallozen in gevangenissen en concentratiekampen worden gemarteld – Jezus is bij hen. Tot slot de scène van de spotkoning. ‘Jij wilt de Messias van de Joden zijn, die ons Romeinen zal verslaan en overwinnen! Geweldig idee. Dat moet gevierd worden. Dus “wees gegroet, jij koning!”’

  • Uitleg. Wat hier gebeurt, is dat Jezus beroofd wordt van zijn eer. Sterven is niet genoeg, Hij moet voor gek gezet worden. Daar komt nog iets bijzonders bij: de Jodenhaat van de soldaten richt zich op hun Messias en daarmee tegen hun God. Laat deze Jood maar bewijzen wat zijn Godsvertrouwen waard is als Hij van alles is beroofd. Niet alleen lichamelijk uitgekleed, ook zijn ziel moet uitgekleed worden, teruggebracht tot niets. Daar draait het om bij de ‘doorngekroonde’. Hij is zo de meest verachte (Jes. 53:2-3). Maar – zegt Jesaja 53:4-5. Waar is dit ‘maar’ in de geschiedenis? Er moet niet te snel gezegd worden dat dit bestaat in de strijd en overwinning van Jezus. Want wat is daarvan te zien in die doornenkroon, in de slagen op zijn hoofd? Dat is alleen een gruwelijke kwelling. Toch is Hij juist als de doorngekroonde de koning. Hij lijdt, niets anders is zichtbaar, maar juist zo handelt Hij. Zijn passie is volledig gevuld met zijn actie.

  • Onze reactie. De vraag is wat wij van Jezus verwachten? Hij zegt geen woord. Probeer je voor te stellen wat Hij zou kunnen zeggen? Wat anders dan een woord van ontzetting? Over wat de mensen Hem aandoen. En wat ze God aandoen, nu ze zijn Gezant wegwerpen in de schande? Dus tegelijk een woord vol aanklacht. God te schande maken, dat vraagt om een vervloeking van de mensen. Maar Jezus zwijgt. Hij zegt dit woord niet! Hij lijdt en draagt. Dat is zijn handelen aan ons en voor ons? Waar zouden we zijn als Hij gesproken had! Dit gaat nog dieper. Jezus had wel de macht om te spreken. Hij zou meer dan twaalf legioenen engelen kunnen oproepen. Het geheim van zijn lijden is dat Hij het zelf wil. Hij treedt de smaad en schande tegemoet zoals iemand een vijand opzoekt: hier ben ik. Neem mij! In werkelijkheid zijn het onze smaad en schande, onze haat en opstand tegen God, maar daarin is Jezus bij ons; Hij vangt ze voor ons op. Aan het kruis wordt dat duidelijk, als Hij zegt: ‘Vader, vergeef hen.’ In de diepte van onze haat en onze smaad blijft Hij de Zoon van de Vader en onze broeder. Daarom zijn we gered en is Goede Vrijdag een dag van vreugde en dank, geen dag van droefheid.

  • Wat nu? Deze dag vraagt om dappere beslissingen. Niet om die luid van de daken te roepen. Eerst maar eens stil worden en tot ons laten doordringen dat de doorngekroonde zijn werk ‘voor ons’ heeft gedaan. Daarin ligt een kracht om ons terug te brengen bij God. Daarvoor moeten we bij onszelf te rade gaan. Of we in het ‘Golgota van nu’ niet meedoen met de spot van de Romeinse soldaten. We herkennen vast de vragen: Waar is God? Waarom laat God al die verschrikkingen gebeuren? Zou de wereld er niet anders uitzien, als Jezus werkelijk de Heiland van de wereld is? Wat is de aard van deze vragen? Een vragen naar God of tegen God? Wordt onze twijfel gevoed door verlangen of door verzet? Zijn deze vragen echt zo anders dan de spot van de soldaten? Misschien komen we zo tot de erkenning dat God onze hoon draagt en de God wil zijn van de twijfelaars. Dan ervaren we de kracht van Christus’ lijden, die mij zo tot boete, tot geloof en tot danken brengt. En tot het dappere besluit om aan tafel te gaan, als het avondmaal wordt gevierd. En om van de vergeving te leven, elke komende dag.

Liturgische aanwijzingen

De eerste Schriftlezing wordt gekozen uit Jesaja 53:2-5 of 50:4-9. Liederen over de doorngekroonde: LB Gezang 178, 181, 182 en 183. Liederen bij de haat, hoon en marteling: Psalm 22, Gezang 177, 179 en 193. Voor de dank: Tt 156 en 157.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken