Menu

Premium

Preekschets Matteüs 6:24b-25a

Matteüs 6:24b-25a

Twintigste zondag na Pinksteren

Jullie kunnen niet God dienen én de mammon. Daarom zeg ik jullie: maak je geen zorgen …

Schriftlezing: Matteüs 6:24-34

Het eigene van de zondag

In deze tijd van de herfst en van de oogst, kiezen we vier gedeelten uit de bergrede uit het evangelie van Matteüs.

Uitleg

Er is een samenhang tussen wat in vers 24 staat (dat we niet twee heren kunnen dienen) en de daarop volgende verzen over de bezorgdheid, al lijkt die samenhang op het eerste gezicht verborgen. Uitleg van vers 24 werpt een eigen licht op wat volgt.

Niemand kan twee heren dienen. Men kan niet rechts en links tegelijk kijken. Je heer is degene onder wiens macht en gezag je leven staat. Als het leven onder het gezag van de enig(e) Heer staat (Deut. 6:4), is elk ander gezag uitgesloten. Dat heeft niet alleen maar te maken met de logica dat we niet én links én rechts tegelijk kunnen kijken, maar heeft daarenboven te maken met de bijzondere kwaliteit van deze ene Heer: Hem dienen, betekent Hem alléén dienen, want Hij is een enig Heer. Zijn Heerzijn is bevrijden van vreemde macht. Het is de bijzondere kwaliteit van zijn heerschappij: uitleiden (exodus) uit het diensthuis.

Zo functioneren ook de woorden ‘liefhebben’ en ‘haten’. Haten klinkt hard, maar in de bijbel betekent het vooral: zich afwenden van, zoals liefhebben juist een zich toewenden en toevertrouwen betekent. De begrippen ‘haten’ en ‘liefhebben’ zijn in de taal van de bijbel niet zo affectief geladen als in onze taal (Zuurmond).

Deze wederkerige uitsluiting culmineert in de kernachtige uitspraak: Jullie kunnen niet God dienen én de mammom. Mammon staat voor geld en bezit. Het is van tweeën één. Inderdaad: ook een logische uitsluiting, maar een logische uitsluiting gebaseerd op het bijzondere handelen van deze God: wie kan én de bevrijder-van- mammon dienen en tegelijk mammon?

Nu is bij mammon niet enkel aan geld en bezit te denken, maar breder: dat waarop men vertrouwen stelt. ‘Die Ableitung des Wortes ist unsicher. Doch spricht die gröBere Wahrscheinlichkeit für Herkunft von (hebr.) amn = Das, worauf man traut’ (ThWNT, 390). Het is niet zo dat beide betekenissen elkaar uitsluiten, maar eerder elkaar nader inkleuren en uitleggen: mammon wijst op het vertrouwen in bezit, waarbij alle accent ligt bij het subject dat vertrouwt op het bezit (gelooft): hij moet wel bezitten!

Omdat we de ene Heer mogen liefhebben (ons Hem toewenden en toevertrouwen), ‘daarom zeg ik jullie’ (vs. 25): ‘Maak je geen zorgen’. Vanuit vers 24 wordt wel duidelijk dat het hier niet om een moralistische regel gaat, waarin ons gezegd wordt dat wij ons geen zorgen mogen maken. Wie zorgen kent, kent ze. Alleen die zorgen die met mammon gegeven zijn, hoeven wij ons niet meer te maken. Daarvan zijn we bevrijd, ontslagen, zo waar de Hére onze God is. In plaats van een moralistische regel, is het gedeelte van vers 24-34 eerder een perspectief, vrij van de zorg die bij mammon hoort. ‘Werpt al uw bekommernis op Hem, en Hij zorgt voor u’ (1 Petr. 5:7, NBG). Wijst Jezus hier niet een weg die uitleidt uit de dienst aan vreemde broodheren? De weg van de Bevrijder-God die ons wil geven om niet? Nee, het gaat hier niet om de moraal dat we ons-geen zorgen zouden mogen maken en maar blind moeten vertrouwen op de goede God, maar om de verkondiging van evangelie: wie de Here God dient, dient de Bevrijder-God en weet zich uitgeleid uit de sfeer van zorg en verdienste die zo bij mammon en Farao hoort (vgl. Jes. 55!).

Aanwijzingen voor de prediking

Het is van groot belang om de samenhang tussen vers 24 en het daarop volgende gedeelte te laten zien. Wie vers 24 losweekt en daarmee reduceert tot de moralistische les dat we niet te materialistisch moeten zijn, brengt ook het tweede deel over de bezorgdheid in moralistische sfeer. De bergrede is niet moralistisch, maar evangelie met een praktische spits.

De roep van Jezus dat we niet bezorgd moeten zijn over ons leven, zal zeker vragen oproepen. We maken ons juist wel over van alles en nog wat bezorgd. En daarbij: het komt ons niet allemaal zomaar aanwaaien … Wat bedoelt Jezus? En gaat het in dit gedeelte wel zo over onze bezorgdheid zonder meer, zoals de nbg lijkt te suggereren met het hoofdje ‘Bezorgdheid’ boven dit tekstgedeelte?

Sleutel tot de tekst is onmiskenbaar de mammon als absolute tegenhanger van de Heer. Wat is de mammon? God van het bezit. Maar bezit is dat wat ik verwerf, wat ik moet trachten te verwerven, waarvoor ik me helemaal moet inzetten om het te verwerven. Ja, en hier komt de bezorgdheid al helemaal mee: ik, ik, ik moet verwerven … Deze bezorgdheid of ik niet achter het net vis, of ik wel tot mijn recht kom, laat zich breder tekenen dan enkel in de materialistische zin van geld en goed. Het is de menselijke poging zichzelf te redden en voor zichzelf te zorgen.

Wanneer mammon hiervoor staat, wordt wel duidelijk dat Jezus niet bedoelt te zeggen dat we ons geen zorgen zouden mogen maken. Het gaat hier niet om bezorgdheid als zodanig, maar om die bezorgdheid die met de dienst aan mammon meekomt. Een andere bezorgdheid is de bezorgdheid die Jezus kent, om zieken en doden, om de scharen die geen brood hebben, die zijn als een kudde zonder herder.

De aard van de bezorgdheid laat zich misschien ook wel uitleggen in het antwoord op de vraag: moeten we ons brood verdienen, of breken we en delen wij het?

Het evangelie verkondigt ons de bezorgdheid van de Heer om zijn mensen. Mammon zegt dat we met onze zorg alleen gelaten zijn en voor onszelf moeten zorgen. Het evangelie zegt: de Heer deelt onze zorg en zorgt voor ons. En Jezus zegt hier (in vs. 24): het is van tweeën één, óf je moet het zelf verwerven (al is het door godsdienstig geloof), en je dient de mammon, óf je ontvangt het, uit genade, want uw hemelse Vader weet dat gij dit alles nodig hebt (vs. 32, NBG).

Dit tekstgedeelte wil zeker onze bezorgdheden niet ontkennen. Dat zou een akelige misvatting zijn. Het wil alleen onze bezorgdheden stellen in het licht van Gods bemoeienis en ze niet overlaten aan mammon! ‘Zoekt eerst het Koninkrijk van God en zijn gerechtigheid’ (vs. 33, nbg) – onder zijn gezag (koningschap) en heilzame bemoeienis ligt ons leven.

Dat onze zorg niet ontkend wordt en weggewimpeld, daarvan is het evangelie zelf het getuigenis. Wat is het evangelie anders dan bericht van één die onze zorg gedeeld heeft en is ingegaan? Dat zal mammon nooit doen. O Christus, wees geprezen! / Gij hebt ons vrij gemaakt / om nooit meer slaaf te wezen, / weerloos en zwak en naakt (Gez. 485:1).

In dit verband zou men aandacht kunnen schenken aan het gebed aan tafel, waarin wij danken voor ons dagelijks brood. Dit gebed immers is eigenlijk een kleine verzetsdaad. Zo belijden wij dat wij ons dagelijks brood niet zelf hebben voortgebracht, dat we het ook niet danken aan de vreemde broodheren, de economie, het systeem, maar dat we het ontvangen uit Gods hand, Hij die voor ons zorgt. Ons leven is onder de macht gesteld, / van de Heer die mijn dagen en nachten telt (Gez. 51:1).

Liturgische aanwijzingen

Als oudtestamentische lezing zou men kunnen denken aan Psalm 72 (over het messiaanse koningschap en zijn gerechtigheid) of Jesaja 55. Rond de lezingen zou gezongen kunnen worden: Gezang 127:2, 3, 4 en 7. Verder denke men aan Psalm 111; 63; Gezang 448; 479; 485; 51.

Geraadpleegde literatuur

K.H. Miskotte, De weg van het gebed, ’s-Gravenhage 1965; G.H. ter Schegget, Een hart onder de riem, Over de bergrede, Baarn 2001; Fr. Hauck, in: Th WNT, IV, onder ‘Mammon’.

Wellicht ook interessant

None

Preview: God. Naar een andere filosofie

We beginnen dus nu aan een boekje over denken over God, over de Naam. Goed, maar is dat nog wel nodig? Kan dat zelfs nog wel? Niet dat het taboe zou zijn, nee, merkwaardig genoeg loopt de boekenmarkt over van titels over God en godsdienst. Iedereen schrijft over God tegenwoordig. Sinds kort bestaat het prestigieuze Journal for Continental Philosophy of Religion (Brill). Dat betekent dat er in elk geval interesse wordt getoond in dat filosofische terrein. Theologen, natuurlijk, maar ook filosofen, wetenschappers, politici, kunstenaars en nog anderen kunnen er niet over zwijgen.

None

Nicea voor Nu; hoe een oude belijdenis ons vandaag kan helpen

Drie initiatiefnemers – Jelle Huismans, Margriet Westes en Arnold Smeets – hebben ervoor gezorgd dat 32 schrijvers samen 47 korte, puntige bijdragen schreven over de Geloofsbelijdenis van Nicea. Steeds namen de auteurs een paar woorden uit de belijdenis voor hun rekening, waarover zij twee à drie pagina’s schreven. Dat maakt het tot een zeer toegankelijk boek. Met dank daarvoor: ik heb het met plezier gelezen en hier en daar zinnen onderstreept en smileys of kruisjes gezet bij uitspraken die mij boeiden of juist tegenstonden.

Nieuwe boeken