Menu

Premium

Preekschets Openbaring 4:6

Openbaring 4:6

Quasi modo geniti

…vier dieren…

Schriftlezing: Openbaring 4:1-11

Het eigene van de zondag

Kijken als kinderen: na Pasen worden we als door een kier in de hemel iets gewaar van wat er op aarde zal gaan gebeuren.

Liturgische aanwijzingen

LvdK Psalm 81; Gezang 109 en 205.

Geraadpleegde literatuur

K.H. Kroon, Serie Verklaring van een bijbelgedeelte: Openbaring Hoofdstuk 1-11, Kampen z.j., 42-45; K.H. Miskotte, Hoofdsom der Historie. Voordrachten over de visioenen van den apostel Johannes, Nijkerk 1944, 71-88; K. Barth, KD III, 3, Zürich 1961, 541-558; J.W. van Henten in: J. Fokkelman, W. Weren, De bijbel literair. Opbouw en gedachtegang van de bijbelse geschriften en hun onderlinge relaties, Zoetermeer 2003, 745759.

Uitleg

Het visioen dat Johannes beschrijft in hoofdstuk 4 heeft een eeuwenlange voorgeschiedenis in de joodse profetie en apocalyptiek, te beginnen met de dramatische beelden in Ezechiël 1 en Jesaja 6. Het visioen heeft daarna nog eens een eeuwenlange doorwerking gehad in de christelijke beeldende kunst. In eindeloze variatie kom je het tegen, minutieus gepenseeld op perkament of robuust uitgehakt op kerkportalen: een majesteitelijke figuur troont temidden van vierentwintig gezagsdragers en wordt beschermd door vier gevleugelde dieren. De duiding is onveranderlijk: daar zit Christus omringd door de zijnen. De vier dieren zijn de hemelse ghostwriters van de vier evangelisten. Zij geven Jezus’ verhaal door aan de schrijvers op aarde. Elke evangelist heeft zijn eigen dier. Sinds Hieronymus het eenmaal zo had uitgelegd, lag het beeld zeker voor duizend jaar vast. Nu deze duiding haar geloofwaardigheid heeft verloren, verlangt men naar andere verklaringen. Men kan kiezen uit een breed aanbod van godsdiensthistorische parallellen (om van actuele tijdsberekeningen maar te zwijgen). Het onderzoeken van al deze verbanden kost tijd. Ik kies nu met het oog op de preekvoorbereiding voor een kinderlijke concentratie op de voornaamste elementen van het visioen. Ik probeer bij de beelden te blijven en vraag me af wat ze mij doen.

Wat een overzichtelijk beeld is het eigenlijk! Het is dan ook niet meer dan de openingsscène van wat komen gaat. Dat wat volgt in het boek Openbaring is een beangstigende werveling van beelden die niet zal ophouden tot het moment dat het nieuwe Jeruzalem indaalt in onze werkelijkheid. Dat is het verhaal van de weeën van de Messias en van het zuchten van de schepping en van de vernietigende krachten, die elk vredesproces proberen tegen te houden. Het is het verhaal van de wereldgeschiedenis die op haar eind loopt en van de mensheid in doodsnood. Hier echter, in dit vierde hoofdstuk, gaat alleen nog maar het gordijn open en krijgen we een blik in het hoofdkwartier. Het is duidelijk dat er zitting wordt gehouden en er mag dan een crisis ophanden zijn, er heerst geen paniek in de vergaderzaal. Er is ook zeker geen sprake van een machtsvacuüm. De centrale plaats wordt bezet en er kunnen besluiten genomen worden. Een college van gezagsdragers is bij de besluitvorming betrokken. Ze lopen niet zenuwachtig rond. Ze zijn rustig aanwezig, bewust van hun verantwoordelijkheid. En wat belangrijker is: er is gezorgd voor een uitstekend geïnformeerde inlichtingendienst. Vier gevleugelde dieren met overal ogen! Niets ontgaat hen. Zij kennen de wereld en alles wat daarin is. Zij registreren alles wat er gebeurt tot in alle hoeken en gaten der aarde. Vier dieren voor de vier hoeken der aarde. Deze regering weet dus waar ze mee bezig is. Bij nader toezien valt het op dat dit hele tableau gevat is in duurzaam en kostbaar gesteente en dat er een enorm voltage op staat. Het is oogverblindend en levensgevaarlijk voor onbevoegden. We bevinden ons duidelijk op topniveau. We zien iets van Gods hoofdkwartier. We zien hoe er in de hemel gedacht wordt over de aarde.

Aanwijzingen voor de prediking

De hoorders van de schriftlezing worden overspoeld door de veelheid van beeldende informatie. Daarom is het zaak om vanaf de eerste zin van de preek eenvoud te scheppen. Bijvoorbeeld zo: ‘Johannes krijgt een blik achter de schermen van het wereldgebeuren. Hij ziet in één visioen God, mens en wereld. God op de troon, de mensheid vertegenwoordigd door 24 oudsten en de wereld in de gestalte van vier enorme, gevleugelde dieren. Die beelden helpen hem om houvast te krijgen in een tijd dat angst zijn leven ontwricht.’ Misschien dat nu de blik voldoende erop gericht is om méé te kijken.

Johannes ziet God op de troon. God zetelt als een regeringsleider met een energieke uitstraling. Hij heeft een regering gevormd en daar gaat iets van uit. De regering houdt zitting en beraadt zich over de wereld. De mensheid en het wereldgebeuren zijn blijkbaar niet aan zichzelf overgelaten. De regering zit gebeiteld. Zoiets zie je niet alle dagen. Niemand zit ooit veilig op z’n zetel. Er wordt om zetels gevóchten in naam van de democratie terwijl het gaat om politieke en economische belangen. We zijn dagelijks betrokken in een stoelendans. En dan ineens worden de gedachten bepaald bij dat beeld van Johannes: met prachtig licht als van edelstenen, met zicht op een zee die geen kwaad meer kan, met een oogstrelende regenboog. We komen we in de sfeer van een genadig zinsverband. Er wordt dus toch geregeerd! Wat ziet Johannes nog meer?

Het ene beeld roept het andere op. Johannes ziet hoe de regeringsleider in de hemel overleg voert met vierentwintig oudsten. God werkt niet in z’n eentje, Hij betrekt mensen in zijn regering. Hij overlegt met een soort volksvertegenwoordiging. Dit college vormt de veiligheidsraad van de verenigde naties, zoals die zou moeten zijn. Wie zijn het? Probeer er gezichten bij te zien. Zijn het toonaangevende mensen uit de synagoge en de kerk? Grote namen uit de geschiedenis? Rabbi Hillel, Maimonides en Martin Buber? En Augustinus, Maarten Luther en Karl Barth? Allemaal mannen van naam? Alleen mannen? Alleen theologen? Of maakt God steeds een eigen keus? Vindt Hij nu hier en dan daar mannen en vrouwen, die vurig bidden voor de wereld in de moeilijkste uren van de geschiedenis? Regeert God de wereld door het gebed van zulke vrouwen en mannen? Maar dan is deze gemeente die hier op dit uur is verzameld óók vertegenwoordigd. Haar zorg om wat er gebeurt in deze wijk, in deze stad, in dit land, in deze wereld, is niet voor niets. God luistert aandachtig naar wat deze mensen inbrengen. Dat ziet Johannes. Wat ziet hij nog meer?

Hij ziet vier gevleugelde dieren met overal ogen. Ze hebben alles in de gaten wat er in de wereld gebeurt. Ze vormen de inlichtingendienst van de regering. Maar ze kijken niet alleen rond, ze nemen ook deel aan het wereldgebeuren, ze zijn er zich verantwoordelijk voor. Die vier wezens vertegenwoordigen alles wat er in de wereld gebeurt. Zij zorgen ervoor dat het probleem van de wereld centraal staat in het overleg. Het is trouwens niet één probleem, het zijn vier problemen. Daarom zijn er vier verschillende wezens nodig. De wereld treedt op als een lachende leeuw, ongebreideld en ontzagwekkend. Dat is de wilde, ongetemde kant van de wereld. Dat zijn de explosies van politieke wil en macht, waarmee schrik over de volkeren valt. Niet te temmen. De wereld kan er ook uitzien als een gefokte stier, die zijn kracht samenbalt in dienst van zinvolle arbeid. Die zich inzet voor de opbouw van het leven. Dat is de gedomesticeerde kant van onze wereld. Denk aan cultuur en techniek, aan onderwijs en onderzoek. Dat is ook onze wereld. Maar waarom zou je alleen iets dierlijks in de wereld zien. De wereld heeft op haar beste momenten toch een menselijk gezicht? Dat is dat derde wezen. Die lijkt op een mens, intelligent en wijs, inventief en planmatig handelend, met zowaar een geweten, en toch grillig en gevaarlijk genoeg. De wereld is de wereld van de mens. En deze wereld nu maakt geschiedenis, ze neemt bij tijden een enorme vlucht, als een adelaar. Zo ziet de wereld en haar geschiedenis eruit in de gestalte van die vier wezens. En onwillekeurig denk je: als dat maar goed gaat. Wel, precies daarover gaat het overleg tussen God en zijn vertrouwelingen. Hun vraag is: wie beteugelt die wezens in hun vlucht? De vierentwintig volksvertegenwoordigers zijn stuk voor stuk een maatje te klein voor dat karwei. Zij hebben veel vragen, maar geen afdoende antwoorden. Johannes raakt in vervoering als hij ziet dat het antwoord gegeven wordt door die vier wezens zelf. Zij sperren hun muil open en heiligen Gods naam. Ze laten zich in hun majesteitelijke gang corrigeren door Gods gezag. Ze zetten hun verleden, heden en toekomst niet langer op eigen titel, maar op Gods titel. Niet te geloven! Ze brullen het uit, ze juichen dat hun geschiedenis uiteindelijk niet bepaald wordt door chaos, door willekeur of door één of ander systeem, maar dat ze in hun vlucht gedragen worden door de bedachtzame, liefdevolle en rechtvaardige gedachten van God. Ze zijn blij met de koning die God op aarde inzet: Jezus Christus. De vierentwintig volksvertegenwoordigers zien het en nemen er de pet voor af.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken