Menu

Premium

Preekschets Prediker 5:1

Prediker 5:1

Tiende zondag na Pinksteren

Wanneer een mens geniet van rijkdom en bezit, wanneer hem dat door God wordt toegestaan als zijn rechtmatig deel en hij zich verheugt in alles wat hij moeizaam heeft verworven, is dat een geschenk van God.

Schriftlezing: Prediker 5

Het eigene van de zondag

De maand augustus heeft geen sterke profilering in het kerkelijk jaar en is geschikt voor een prekenserie die niet aan roosters is gebonden. De keuze is gevallen op vier minder bekende hoofdstukken uit Prediker.

Uitleg

Prediker is geen man van grote woorden. Hij heeft ook geen vrolijke stem. Hij heeft niet veel op met de officiële godsdienst van Jeruzalem. Maar hij is ook geen bevlogen idealist. Er wordt in het boek Prediker wel een bepaalde nuchterheid, een eerlijkheid, een zakelijkheid, een gematigde levenshouding gevonden die mensen vandaag de dag kunnen waarderen. En waar God ter sprake komt, is het meestal om de mens tot bescheidenheid te brengen. Van Prediker krijg je geen woorden om de wereld te veranderen, wel woorden om het uit te houden. In deze zin is Prediker wel beschouwd als een postmoderne denker ‘avant la lettre’. Prediker is de grote woorden voorbij. Wie deze ‘Prediker’ precies was, weten we niet. In het eerste hoofdstuk neemt hij een koninklijke houding aan waardoor het verband met de wijsheidsliteratuur op naam van Salomo kan worden gelegd. Doet de schrijver dit zelf? Of hebben anderen er op deze wijze, door de grote naam van de wijze koning Salomo, voor willen zorgen dat het boekje binnen de canon van de bijbelboeken van het Oude Testament geaccepteerd zou blijven? Zijn leerlingen zijn hoogstwaarschijnlijk zonen van welgestelden van Jeruzalem geweest.

Het boekje is ontstaan in de tweede helft van de derde eeuw voor Christus. Er is lang over gedaan. Prediker wil niet schrijven hoe het zou moeten zijn. Hij schrijft zoals het is. Wie de schrijver ook was, hij heeft geluisterd, hij heeft gekeken, hij heeft de mensen zien handelen en talmen en hij is niet bijster onder de indruk van de kwaliteiten van het resultaat. Het is een understatement. De ambities van men-sen leiden niet tot structurele verbeteringen. Van God heeft deze schrijver, in alle eerlijkheid, weinig gezien. Prediker schrijft God daarom niet af. Tegelijkertijd bidt Prediker niet tot God. Hij zwijgt in ontzag en reflecteert. Hij weegt af en beproeft en beveelt mensen aan toch maar wel rekening te houden met God, om de menselijke maat niet uit het oog te verliezen.

De wijze waarop Prediker zich door zijn ervaring laat leiden, is uniek in de Bijbel. Waar de ervaring in andere wijsheidsboeken een rol speelt, is het veelal ter ondersteuning van reeds bestaande traditionele wijsheid en het reeds aanvaarde dogma, stellige beweringen over de mensen en God. Prediker zet zich af tegen mensen die menen God te kunnen kennen en doorgronden wat God wil. Prediker weet het allemaal niet. In dit opzicht lijkt hij wel op Socrates: ook steeds maar bezig mensen in hun gewaande zekerheden aan het wankelen te brengen. Prediker leefde ten tijde van een periode van grote onrust. In het binnenland is er veel in beweging in sociaal opzicht. In het buitenland verheffen zich grote rijken met militair geweld. Jeruzalem en het omliggende land liggen ingeklemd tussen twee grootmachten die worden bestuurd door de nazaten van de opvolgers van Alexander de Grote, in het zuidwesten, in Egypte, het Ptolemeeënrijk, in het noordoosten, in Syrië, het Seleucidenrijk. Dankzij een soort machtsvacuüm heeft Jeruzalem een tijdlang een soort half-autonome status. De landstreek Juda ligt aanvankelijk in de Egyptische invloedssfeer, later in de tweede eeuw juist in de schaduw van Syrië. Het is een vreemde tijd vol veranderingen. In de nasleep van de grote veroveringstochten van Alexander de Grote leven alle inwoners van deze rijken in de Grieks-Oosterse mengcultuur die wij kennen als het hellenisme.

Het bestuur in het Jeruzalem van Prediker is door de Ptolemeeën, de koningen die resideren in Alexandrië in Egypte, toevertrouwd aan representanten van de bovenlaag, de families uit wier midden ook de hogepriester werd gekozen. Hun gaat het voor de wind. Mogelijk komen Predikers eigen studenten uit deze groep. In het hoofdstuk dat we gelezen hebben, beschrijft Prediker het getrapte systeem van ambtenaren, waarbij hij ziet dat het precies de misstanden veroorzaakt die het had moeten voorkomen: iedereen schuift z’n verantwoordelijkheden af. Het lijkt wel een enorme multinational. Vreemd genoeg is het een tijd van economische bloei. De sociale mobiliteit neemt toe. Handige jongens kunnen het in deze wereld ver schoppen. Kansen voor enkelingen om tot rijkdom te komen zijn er veel en daar worden grote offers voor gebracht. Niet dat deze mensen daar gelukkig van worden, want met de rijkdom nemen ook de zorgen toe. De grote massa heeft verder weinig voordeel bij de rijkdom van de bovenlaag. Toch betekende het belang van de koning zelf bij een goede oogst van de gebieden die direct onder hem vielen een zekere veiligheid voor de gewone man. De koning zelf zou niet toestaan dat de lokale bevolking in slavernij werd verkocht; daarmee zou hij immers zelf worden benadeeld.

Algemeen wordt aangenomen dat er in deze tijd een crisis is ontstaan in het traditionele Jodendom. Het was een tijd van grote verwarring. Het lijkt in dat opzicht wel op onze tijd. Oude waarheden voldoen niet meer. Bekende nationale kaders worden opengebroken. Jongeren gaan nieuwe wegen. De eerste hoofdstukken van het Spreukenboek, waarschijnlijk uit dezelfde tijd of iets eerder dan Prediker, proberen daarop in ‘tegeltjeswijsheden’ antwoorden te geven (Spr. 1:8, zie ook: 2:6 en 2:22). Het boek Prediker staat in het teken van de reactie op het Spreukenboek en probeert een alternatief antwoord op de crisis in de godsdienst en levensbeschouwing te geven. Prediker ziet het anders: God is ver weg en als het God al iets kan schelen wat er gebeurt, dan is Hij kennelijk uiterst terughoudend met ingrijpen. Onder de gegeven omstandigheden lijken eten, drinken en vreugde het hoogste goed. Tot zeven keer beveelt Prediker aan de gelegenheden aan te grijpen in het heden te genieten. Stel genieten niet uit! Wacht niet tot later. Misschien ben je dan al dood. Hij lijkt het steeds maar te herhalen. Je kunt wel offers brengen, maar verwacht nooit garanties op geluk. Ook buiten de Bijbel vinden we in oude oosterse verhalen het advies te genieten, bijvoorbeeld in het beroemde Gilgamesjepos uit Mesopotamië (ca. 1200 v.Chr.). De vriend van Gilgamesj is dood en Gilgamesj is helemaal verslagen en wanhopig op zoek naar onsterfelijkheid, wanneer hij bij een herberg aan de kust aankomt. De waardin geeft hem de raad zich dik te eten, dagelijks feest te vieren en van het leven te genieten (het Gilgamesj-epos, tiende tablet, 71-83). Maar Gilgamesj kan het niet.

Aanwijzingen voor de prediking

Vaak wordt een tegenstelling tussen Prediker en Jezus gemaakt, omdat Jezus zo hoopvol uitziet naar Gods koninkrijk en Prediker (ten onrechte) bekendstaat als een cultuurpessimist. Maar in de gelijkenis van de rijke boer (Luc. 12:16vv.) zien we toch iets anders. Ook Jezus zet alles op scherp door te laten zien hoe kwetsbaar ons leven op aarde is en hoe betrekkelijk onze rijkdom is. Materiële rijkdom is zelden een reden tot onbezorgdheid. Met het bezit groeien de zorgen mee. Maar de vreugde die van God komt, heeft een heel ander karakter dan de dingen waar mensen tegen kunnen opkijken. Het is Prediker die hierover diep heeft nagedacht. Het verschil tussen het advies van de kasteleinse in het verhaal van Gilgamesj en het advies van Prediker is dat in het Gilgamesj-epos de goden het beste voor zichzelf houden en er voor een mens niets anders opzit dan er maar op los te leven, terwijl er bij Prediker juist in dit genieten bij tijden een geschenk van God kan worden beleefd. Ik geloof niet dat hij hier ironisch is. Dit genieten is geen oproep tot een egoïstische of egocentrische houding. Integendeel, in dit genieten gaat de wereld open en komen de gasten binnen. Ondanks alles kan het leven mooi zijn. God is in de hemel, jij bent op de aarde. Laat het zo zijn. Waar het op neerkomt, is het geschenk Gods te onderscheiden, in eten, in drinken, in het genieten; niet schraperig of gulzig of in overdaad, maar op maat, door los te laten, door het leven te nemen zoals het komt, hetzij als mens met veel, hetzij als mens met weinig bezittingen. De gave te genieten komt ten diepste van binnenuit. Deze vreugde verdienen mensen niet. Die komt als geschenk van God.

Liturgische aanwijzingen

Andere mogelijke schriftlezingen: Jacobus 1:19-27 en Lucas 12:16-21. Liederen: Gezang 288:1, 4 en 8; 289; 350 (LvdK); Tt 1; 113; AWN III,14. Geschikte afbeelding om te beamen: De rijke landbouwer, Rembrandt van Rhijn (1929), olieverf op paneel, Berlijn. De rijke landbouwer die te zeer verknocht was aan zijn bezit, te midden van zijn omvangrijke administratie (vroeger gehouden voor de geldwisselaar). Eigenlijk is het geen gelijkenis, maar een voorbeeld van iemand die schatten verzamelt voor zichzelf, maar die niet rijk is bij God.

Geraadpleegde literatuur

J. Ridderbos, (red.), Mens, durf te leven! Prediker: een postmodern denker uit de derde eeuw voor Christus, Kampen 1996; A. Lauha, Kohelet(bk), Neukirchen/Vluyn 1978; Th. Krüger, Kohelet (Prediger)(BK XIX Sonderband), Neukirchen/Vluyn 2000; J.L. Crenshaw, ‘Book of Ecclesiastes’ in: The Anchor Bible Dictionary,II, New York/London 1992; Th. De Feyter, Het Gigamesj-epos, Amsterdam 2001, 111: tiende tablet, 71-83.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken