Menu

Premium

Preekschets Romeinen 6:8

Romeinen 6:8

Zesde zondag na Pinksteren

Wanneer wij met Christus zijn gestorven, geloven we ook dat we met hem zullen leven.

Schriftlezing: Romeinen 6:1-13

Het eigene van de zondag

Bij de zoektocht van de gemeente hoort het ook om steeds weer de vertaalslag te maken. Oude en vertrouwde woorden wekken, naast bevestiging, ook irritatie en vervreemding. Irritatie bij kerkverlaters en vervreemding voor nieuwkomers. Het woord zonde is zo’n woord. De Nederlandse literatuur, bijvoorbeeld van Maarten ’t Hart en Jan Wolkers, is vol van irritatie. Nieuwkomers moeten door de karikatuur van de woorden heen geleid worden tot de kernbetekenis. De christelijke gemeente legt oude woorden in de weegschaal en waagt het er steeds weer op in correspondentie met de tijd woorden als relevant te blijven herkennen. De Romeinenbrief wordt wel de systematische theologie van Paulus genoemd en is daarom bij uitstek de brief om de woorden, die in uitleg en beleving scheefgegroeide woorden, te herijken.

Uitleg

Om Romeinen 6 te verstaan is hetnodig te zien hoe weids Paulus het nieuwe mensbeeld in Christus voorstelt. Het natuurlijke godsgeloof is niet toereikend, al biedt het via het verstand het besef van goed en kwaad (1:20). Ook zij die de wet kennen, lijden aan een ontoereikende kennis van God. ‘Jood is men door zijn innerlijk’ (2:29). Abraham leefde zonder de wet. Zijn geloof werd hem tot gerechtigheid gerekend (4:9). Paulus wil de gemeente een nieuw en breed schema voorhouden: het Adam-Christusmodel. Paulus denkt daarbij vanuit het collectief mensheid dat zich tegen God keert. De wet verheldert deze positie, maar lost niets op, verlost niet.

De Geest, die bij de doop in Christus daalde, is geen eersteling (arraboon) maar ‘a fullpayment of the harvest (Dunn, 470). De doop van Christus komt daarmee te staan in de spanning van het ‘reeds – nog niet’. Zowel het gedoopt zijn in de dood (eis ton thanaton) als het opgestaan zijn met Christus (eis Christon Jèsoun) behoort bij het schema van ‘reeds – nog niet’. De schepping blijft in barensnood (8:22). Ook hier keert Paulus zich tegen gnostieke stromingen die willen ontsnappen aan de werkelijkheid van de zonde. Het gebruik van de aoristus in 6:2-11 krijgt te veel nadruk in veel theologische reflecties. De vorm van de imperativus (in 6:1223) maakt duidelijk dat het ‘reeds – nog niet’ voluit aanwezig blijft (Dunn, 471). Als dat niet zo zou zijn, zou Paulus zich niet zo druk gemaakt hebben over de wet (7:14-25).

Het gedoopt zijn in de dood van Christus betekent dat we het sterven van Christus in ons dragen (2 Kor. 4:10). De oude mens is gekruisigd (sunestauroothè, 6:6).

Het opstaan met Christus houdt in dat we nu geen werktuigen meer hoeven te zijn van de zonde, maar van de gerechtigheid (dikaiosunès, 6:13). Zoals Christus leeft voor God, zo ook wij (6:10). Ook Bornkamm wijst op het feit dat de zonde niet weg is, maar achter ons (Bornkamm, 197). Het brengt Dunn tot de uitspraak: ‘Luthers simul iustus et peccator is also semper iustus et peccator until Gods final summons’ (Dunn, 493).

Paulus benadrukt de realiteit van het nieuwe leven. Voor de heiden-christenen betekent dit dat ze niet los staan van de olijfboom van Israël (11:20-22). In zijn behandeling van de brief aan de Romeinen benadrukt Barth: ‘Het “ja” van het geloof bevestigt en bewijst zich als “ja” ook in het “nee” van de toevallige inhoud van het leven, omdat het in God rust en zijn inhoud ontleent aan God, net zo stellig als het “nee” van het geloof “nee” is en “nee” blijft, ook als het leven toevallig “ja” zegt, omdat dit uit God voortkomt en op God doelt’ (Barth, 129). Paulus heeft het ‘mysterienhafte Denken’ over de doop totaal doorbroken (Bornkamm,198).

Aanwijzing voor de prediking

Terwijl elders maar ook in ons land de strijd tegen de zogenaamde islamisering gaande is, is er in West-Europa en het Angelsaksische taalgebied een discussie over seculariteit gaande. De publieke ruimte zou voor sommigen bewoond moeten worden door ‘de neutralen’ die maar één regel hebben: de rechtsstaat. Godsdienst hoort achter de huisdeur als een privézaak. De Canadese filosoof Charles Taylor zegt in zijn boek Een seculiere tijd: ‘Hoe hebben we ons verwijderd van een situatie waarin mensen uit de christelijke wereld naïef binnen een theïstisch construct leefden naar een situatie waarin we allemaal pendelen tussen twee houdingen, waarin ieders construct als zodanig naar voren komt, en waarin bovendien ongeloof voor velen de belangrijkste voor de hand liggende optie is geworden?’ (Taylor, 57) Er is al lang geen sprake meer van de gedoopte natie, alsof dat ooit uit Paulus’ doopleer af te leiden zou zijn geweest.

Het is goed om de theologische visie van Paulus opnieuw te bezien in het ‘reeds – nog niet’-schema. De doop wordt dan geen toegang tot een culturele (kerkelijke) context, maar de aanvaarding van een beslissing in geloof. De discussies in de Generale Synode van de Protestantse Kerk in Nederland (2009) over het overdopen zie ik in het verlengde hiervan. De klacht over de teloorgang van het kerkelijke ritueel en daarmee impliciet het voortbestaan van het kerkelijk institutaire kan nu tot een persoonlijke dans (Ps. 30) worden. Het doopbevel kan worden gezien als een kansrijke missionaire activiteit zonder resultaatdwang. De dooptheologie van Paulus is bevrijdend en realistisch. De vertaalslag ervan is een kunst die in elke situatie haar aanleiding kan vinden. De belofte van Matteüs 28 blijft veelbelovend voor wie creatief en pastoraal te werk gaat. Dunn wijst op de pastorale waarde van de spanning (tension) tussen het ‘reeds – nog niet’ (Dunn, 495). Het gesprek met de Evangelische Beweging, te zien ook als het persoonlijke versus het institutaire, is gediend met de dooptheologie van Paulus binnen de gemeente.

Liturgische aanwijzing

Aanvullende lezing: Psalm 30 (graf én leven) en Matteüs 28:16-20 (doopbevel en belofte). Liederen: Psalm 33:1, 7 en 8; Gezang 63 (Lvdk); Gezang 64 en 78 (Tt).

Geraadpleegde literatuur

Karl Barth, De brief aan de Romeinen, Amsterdam 2008; Günther Bornkamm, Paulus, Stuttgart 1969; James C. Dunn, The Theology of Paul the Apostle, Grand Rapids, Michigan 1998; Ch. Taylor, Een seculiere tijd, Rotterdam 2009.

Wellicht ook interessant

Een houtsnede uit 1999 van Willy van der Duyn met als titel Geen droom bakert je in windselen.
Een houtsnede uit 1999 van Willy van der Duyn met als titel Geen droom bakert je in windselen.
Basis

Lazarus voorbij

AI zo lang als er mensen bestaan, gaan ze ook dood. Het zou dus moeten wennen, maar dat is niet zo. En daar zijn wel wat redenen voor: onze herinnering reikt niet tot de eerste mens; voor eenieder is er altijd een eerste betreurde dode in zijn of haar leven. Daarbij is de dood geen optelsom van steeds en altijd hetzelfde. Sterft er iemand, dan nemen we afscheid van een persoon zoals er nooit eerder een geweest is, en ook nooit meer een zal zijn. Vervelend is ook dat de dood zo veel gezichten heeft. Mensen kunnen vreselijk sterven, maar ook heel mooi. Veel te jong, en ja, soms ook te laat. In verzet, maar ook in overgave. Overvallen, maar ook voorbereid. Zinloos, maar ook zinvol.

None

Recensie Geestelijke Begeleiding (W.A. Barry & W.J. Connolly)

Het boek ‘Geestelijke begeleiding’ is een uitstekend basiswerk voor wie wil weten wat geestelijke begeleiding is, maar nog meer voor wie zich zelf waagt aan dit delicate spirituele ambt. Het is de herwerkte versie van een boek dat voor het eerst in 1982 uitgegeven werd, maar niets aan waarde heeft ingeboet. De twee auteurs zijn jezuïeten die een soort handboek schreven voor geestelijke begeleiding in de Ignatiaanse traditie.

Nieuwe boeken