Menu

Premium

Preekschets Spreuken 9:10

Spreuken 9:10

Eenentwintigste zondag na Pinksteren

De vreze des Heren is het begin der wijsheid en het kennen van de Hoogheilige is verstand.

Schriftlezing: Spreuken 9

Het eigene van de zondag

De herfsttijd heeft een veel minder uitgesproken liturgische kleur dan de bijzondere jaarkringen. Voor de komende weken zijn teksten uit de wijsheidsliteratuur gekozen. Dat biedt de mogelijkheid om eventueel een relatie te leggen met de joodse feestdagen die in deze tijd gevierd worden (Jom Kippoer en Soekoth). Dit is de eerste van vier zondagen over Spreuken. De gekozen tekst is het refrein dat in alle wijsheidsboeken terugkomt en als zodanig belangrijk om zicht te krijgen op de concrete betekenis van de wijsheid voor het leven met God. De tekstkeus voor deze zondag is daarom mede bedoeld als een wat algemenere inleiding op het Spreukenboek. Zo ontstaat de mogelijkheid de gemeente bij wijze van introductie een achtergrond voor de hierna volgende zondagen te bieden. Binnen de protestantse traditie wordt op de laatste zondag van oktober soms aandacht gegeven aan Hervormingsdag (31 oktober). Zie bij de betreffende schets.

Liturgische aanwijzingen

Liederen: LvdK Psalm 14; 49; 111 (!); 112; Gezang 7; 22 (!); 326. Als evangelielezing kan Matteüs 7:24-27 goede diensten bewijzen.

Geraadpleegde literatuur

Robert L. Alden, Proverbs. A commentary on an ancient book of timeless advice, Michigan 1985; B. Gemser, Sprüche Salomos (HAT), Tübingen 1937; W.H. Gispen, Spreuken I en II (KV), Kampen 1952, 1954; Arndt Meinhold, Die Sprüche I, II (ZB), Zürich 1991; Otto Plöger, Sprüche Salomos (bk), Neukirchen 1984.

Preken over Spreuken
De tekst van de Spreuken is in het algemeen zeer toegankelijk. Dat heeft te maken met het per definitie generaliserend karakter van een spreekwoord en het vrijwel ontbreken van een specifieke context in dit bijbelboek. Daardoor is het inderdaad een boek van haast ‘timeless advice’ (Alden) geworden. Dat biedt homiletisch gezien bijzondere mogelijkheden en grenzen. Mede met het oog op de hiernavolgende schetsen enkele algemene opmerkingen vooraf over de homiletische werkwijze bij preken over Spreuken.

De preekkern ligt in het algemeen voor de hand. Bij de preekvoorbereiding valt er doorgaans niet zoveel specifiek exegetisch werk te verrichten als bij veel andere bijbelgedeelten. De relatie met de context is lang niet altijd betekenisgevend, vaak slechts associatief te leggen en soms zelfs volledig afwezig. Juist daardoor komt het eropaan de tekst zo zorgvuldig mogelijk te laten spreken en daarbij ook de kleinste aspecten, ook die van de context, tot hun recht te laten komen. Een aantrekkelijke optie is om bij de gekozen spreuk een bijbelverhaal als illustratie te kiezen. Dat biedt extra mogelijkheden tot uitdiepen van de boodschap.

De toegankelijkheid van de tekst maakt het mogelijk een rechtstreekse relatie met de hoorder te leggen. De herkenning is in het algemeen erg groot, vanwege het algemeen menselijke van de thematiek die de tekst aansnijdt. De prediker hoeft daarom weinig moeite te doen om de existentie-analogie uit te werken voor vandaag. Die mogelijkheid heeft tegelijk als valkuil dat de hoorder gaat domineren in de preek. Dat risico is des te groter naarmate de afgegrensde preektekst smaller wordt. Maar het tekstmateriaal binnen het Spreukenboek laat meestal niet toe een brede preektekst te selecteren. Uitdieping van het kerygmatisch kaliber van de tekst is daarom belangrijk.

Samenhangend met dit laatste element: als de preekboodschap voor de hand ligt, kan licht het misverstand ontstaan, dat de geschetste levenskeus en -houding ook voor de hand ligt. Veel van de Spreuken zwerven ook als een algemeen spreekwoord of zegswijze ergens rond in de alledaagse conversatie en dat suggereert op zijn minst dat het hier getekende leven binnen handbereik ligt. Dat is het specifieke kerygmatische probleem waar de prediker voor staat bij het Spreukenboek en daarom verdient het aandacht om op dit punt in de preekvoorbereiding zorgvuldig theologische verdieping aan te brengen.

Voor die verdieping is het onmisbaar om de draagkracht van elke spreuk te doordenken tot op het evangelie van Jezus Christus. Alleen dan kan de preek (prediker) moralisme en wetticisme te boven komen.Voor wie in Hem is, ligt de wijsheid pas echt voor het grijpen (zie Rom. 10: 4-8).

Uitleg

De tekst is een centraal motief in de wijsheidsboeken (vgl. Job 28:28; Ps. 111: 10; Spr. 1:7). Het is het algemene refrein dat de wijsheid als praktisch beginsel voor het mensenleven verbindt aan het kennen van jhwh.

Wijsheid heeft een specifieke kleur in de bijbel. Het is te omschrijven als praktisch inzicht in het gewone leven.

Tegen de achtergrond van de context van dit hoofdstuk krijgt de tekst het karaktervan een appèl om te kiezen voor de wijsheid. Die keus krijgt hier een duidelijke kleur in de uitnodiging van twee vrouwen. Mevrouw Wijsheid wordt zichtbaar in haar zorgend bezig zijn. Zij nodigt uit tot een maal dat ze zelf heeft bereid. Vrouwe Dwaasheid heeft het over gestolen water en heimelijk gegeten brood.

Let op de typering van Vrouwe Dwaasheid. Luidruchtig en zittend op de hoogte. In haar tekening wordt iets zichtbaar van de vreemde vrouw die zo vaak in het Spreukenboek voorkomt. Haar gestalte wordt in dit boek verrassend scherp en concreet getekend. Tegelijk reikt de waarschuwing voor haar optreden dieper dan de concrete seksuele verleiding: zij is de personificatie van het leven zonder God (alsof God niet bestaat).

De keus tussen wijsheid en dwaasheid is uiteindelijk een keus tussen leven en dood. ‘Door mij worden uw jaren vermeerderd’ tegenover ‘haar genodigden zijn in de diepten van het dodenrijk’.

De keus voor de wijsheid komt op uit de vreze des Heren. Het blijft lastig om de spirituele betekenis van die uitdrukking goed te treffen. De betekenisnuance ‘vrees’ is in feite onmisbaar vanwege het ontzag dat er in ligt. Het gaat immers om de Hoogheilige (de Allerheiligste), die niet kan leven met het kwaad. Tegelijk is dat woord vandaag weinig bruikbaar omdat we het associëren met ‘angst’. Dat past niet bij de vertrouwelijke omgang die er mogelijk is met God. Nu ‘godvrezendheid’ als aanduiding in onbruik geraakt is, zullen we ons wellicht met een omschrijving moeten behelpen. Een aardige typering die de oorspronkelijke kleur van de ‘vrees’ bewaart, is de klassieke omschrijving van A. Janse: bang zijn om Hem verdriet te doen.

Kennen is hier in al zijn betekenisnuances aanwezig. Van verstandig inzicht tot intieme omgang. Dat laatste is in ieder geval de diepste bron van wijsheid. Geen mens maakt de hier bedoelde keus op eigen kracht. Die wordt geboren in de omgang met Jhwh. Maar dan kan een mens ook de verstandige keuzes doen in de praktijk van dit leven (Spr. 3:6).

Aanwijzingen voor de prediking

Een spreekwoord is niet per definitie een ‘preekwoord’. Als boodschap van de preek roept het vragen op. Komen we naar de kerk om te horen dat wie een kuil graaft voor een ander, er zelf in valt (Spr. 26:27)? Een spreekwoord functioneert al gauw als een cliché. Het alledaagse van deze bundel spreekwoorden provoceert prediker en hoorder. Tegelijk is het een prikkelende toegang tot het eigene van het Spreukenboek. De echte wijsheid is te vinden in het gewone leven. Deze spreuken zijn geen dooddoener, ze wekken juist het leven (met jhwh) in het alledaagse gebeuren.

Juist in het gewone leven wil God erkend worden. Vaak klinkt de waarschuwing om niet te leven zonder God (alsof God niet bestaat). Dwaas heet dat in het Oude Testament (Ps. 14). Maar je bent wijs als je jhwhin alle dingen kent. Die keus beheerst in feite al je doen en laten. Ze komt hier op ons af in de gestalte van twee vrouwen. Je ziet en hoort waar ze voor staan. In overeenstemming met haar nadrukkelijke aanwezigheid in de eerste negen hoofdstukken mag hier de vreemde vrouw wel scherp getekend worden. Het is om feeling te kweken voor wat ze doet: ontrouw breekt je leven.

De keus tussen wat wijs is en wat dwaas kan echt in concreto getekend worden. Het verdient aanbeveling in de preek te laten zien, dat die keus vaak bepalend is voor de vorm van veel spreuken. Vanaf hoofdstuk 10, waar de echte spreukenverzameling begint: een wijs zoon verheugt zijn vader, een dwaas zoon is een bekommering voor zijn moeder. Dat gaat zo door tot het eind: bedrieglijk is de bevalligheid en ijdel de schoonheid, maar een vrouw die de Here vreest, is te prijzen. Op deze manier komt de keus echt midden in het gewone leven te staan.

De vraag is: hoe kom je nu tot die keus? Hoe kan een mens ‘wijs’ worden uit alle uitnodigingen die op hem af komen. De bron ligt bij de vreze des Heren. Wat dat betekent, is concreet te maken met het verhaal van Jozef en de vrouw van Potifar. Zij was in die situatie de vreemde vrouw en haar uitnodiging betekende een niet te missen kans. Toch vindt Jozef het verlossende woord: ‘Hoe zou ik dit grote kwaad doen en zondigen tegen God.’ De dwaas zou zeggen: er is geen God, dit is iets tussen jou en mij. In Jozefs woorden ligt het ontzag voor God, die gekend wil zijn in wat er tussen die twee mensen gebeurt.

Moet je bang zijn voor God? Die vraag verdient in dit verband een plek in de preek. Het antwoord kan uitgediept worden rond de naam ‘Hoogheilige’ die jhwhhier draagt. Je mag wel bang zijn voor zijn toorn. Die gaat over het kwaad. Als Allerheiligste God maakt Hij korte metten met het boze, denk aan de zondvloed, de ballingschap, aan Golgota. Vreselijk is het te vallen in de handen van de levende God. Maar in de zondvloed gaf Hij een ark: nieuw leven in een schone wereld. Aan de ballingen gaf Hij een belofte mee: een rest keert weer. Op Golgota gaf Christus zich als Redder. Daarom hoef je niet bang te zijn voor God. ‘Vrees God’ wil zeggen: laat er niets tussen Hem en jou komen.

Vanuit dit evangelie kan de diepte van de Spreuken hoorbaar worden. Wie een kuil graaft voor een ander, valt er zelf in. Dat is dus een spreekwoord waarin de heiligheid van Gods toorn gloeit. Zie het verhaal van Haman en Mordechai. Het verdient aanbeveling vanuit dit perspectief heel concreet de keus voor de wijsheid in het dagelijkse leven te tekenen. Desgewenst door de creativiteit van de hoorders te prikkelen om zelf eigentijdse spreuken te ontwerpen (b.v.: ‘Een wijs man selecteert zijn tv-programma’s, maar een dwaas zapt tot laat in de avond’).

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken