Menu

None

Recensie Echo’s van het goede nieuws van Geurt Henk van Kooten

Zeker predikanten, maar eigenlijk alle theologen en theologisch geïnteresseerden moeten dit boek lezen. Het biedt een originele maar nuchter historische blik op de vier evangeliën, zowel gedegen als een tikkeltje speculatief. Het effect ervan is dat je de evangeliën nog weer eens compleet wilt lezen, in het Grieks natuurlijk, om de talrijke inzichten uit dit boek te wegen en je te verhouden tot dit nieuwe perspectief.

Van Kooten leest de evangeliën als biografieën van Jezus, te vergelijken met andere biografieën uit de klassieke oudheid. Als een goed historicus plaatst hij de auteurs van de evangeliën midden in de wereld van de eerste eeuw, die van het Romeinse Rijk, tegen de achtergrond van de Griekse cultuur. Van Kooten neemt de klassieke auteurs serieus. Dat geldt vooral de kerkvader Papias, die van Van Kooten de hoofdprijs voor betrouwbaarheid krijgt. Papias verbindt de evangelist Marcus aan Petrus en stelt dat Mattheüs Aramese uitspraken van Jezus verzamelde (Van Kooten identificeert die als de Bergrede). Papias schrijft het evangelie van Johannes toe aan Johannes de Oudere en Van Kooten legt waarom dit volgens hem de beste optie is. Dat Papias Lucas niet noemt, komt volgens Van Kooten omdat dit evangelie zo laat geschreven is dat Papias het nog niet kende.

Nadrukkelijk neemt Van Kooten afstand van nog altijd invloedrijke negentiende-eeuwse denkbeelden, met name van de late datering van Johannes. Diens hoge christologie zou een latere ontwikkeling zijn. Van Kooten beschouwt Johannes daarentegen als het vroegste evangelie. Van de hypothetische bron Q (van Quelle) gelooft Van Kooten niets. Lucas schreef zo laat dat hij zowel uit Johannes en Marcus kon putten, als uit Matteüs (die op zijn beurt weer Marcus verwerkte). Waar Matteüs nog positief stond tegenover contact met Parthen (de magiërs die het kind Jezus komen zoeken), is de politieke constellatie bij Lucas zo gewijzigd dat hij ze liever weglaat.

Ten opzichte van negentiende-eeuwse beelden biedt Van Kooten dus niet minder dan een revolutie. Intussen baseert hij zijn visie op uitgebreid recent onderzoek. Als hij Marcus’ bedoeling om Jezus als niet-politieke messias af te schilderen bespreekt, gaat hij nauwkeurig na welke specifieke munt Jezus vroeg toen Hem naar de belasting gevraagd werd.

Ik ben geen historicus of nieuwtestamenticus, maar af en toe krijg ik de indruk dat een vrij smalle basis een behoorlijk breed argument moet dragen. Dat geldt bijvoorbeeld de datering en plaats van schrijven van Lucas. Het argument begint bij Lucas’ vermelding van Lysanias, de tetrach van Abilene, rondom de volkstelling. Historisch is dat incorrect en Van Kooten stemt met Steve Mason in die hieruit afleidt dat Lucas een passage uit Josefus’ Oudheden heeft gebruikt, maar niet compleet begrepen. Die Oudheden werden in 93 n.Chr. gepubliceerd, dus moet Lucas van later datum zijn. Omdat die Oudheden zo omvangrijk waren, was het waarschijnlijk enkel mogelijk ze in de keizerlijke bibliotheek van de Vrede in Rome te raadplegen. Daar heeft Lucas volgens Van Kooten dus zitten werken aan zijn evangelie. Dat kan heel goed, maar de enkele vermelding van Lysanias moet hier wel veel gewicht dragen.

Dat Marcus kennis van Galilea laat zien, passend bij de connectie met Petrus, is helder. Dat Caesarea Maritima de ideale plek voor hem zou zijn om zijn evangelie te schrijven, ook. Maar of hij zich daar daadwerkelijk bevond?

Iets dergelijks speelt ten aanzien van de datering van Johannes. Omdat de evangelist in hoofdstuk 5 nadrukkelijk stelt dat er in Jeruzalem bij de Schaapspoort een bad is dat Betzata heet, moet Johannes volgens Van Kooten voor 66 n.Chr. gedateerd worden, omdat in het begin van de Joodse Opstand zowel het badhuis als de poort vernietigd werden. Schreef Johannes later, dan zou hij de verleden tijd gebruikt hebben. Andere verklaringen, zoals literaire fictie of iets dergelijks, komen niet in beeld. Ik zeg niet dat Van Kooten ongelijk heeft, maar een smalle basis moet soms wel een zware conclusie dragen. Eerlijk gezegd vind ik het wel verfrissend dat Van Kooten dergelijke keuzes maakt en een compleet voorstel op tafel durft te leggen.

Wat ik minder geslaagd vind, is dat Van Kooten oudtestamentische en Joodse invloeden consequent relativeert ten gunste van klassiek-Griekse. Hij erkent wel dat de proloog van het evangelie van Johannes zinspeelt op Genesis, maar zet daarnaast dat de Logos net zo goed lijkt op die in Heraklitus’ werk. Dat de proloog past bij een klassiek theater en dat de ‘tent’ uit Joh. 1:14 een theatertent is: onwaarschijnlijk is het niet. Maar de referentie aan Gods wonen bij Israël in een tent lijkt me niet over het hoofd te zien. Dat Jezus in de Bergrede de wet van Mozes tegenspreekt (pag. 139) is ook wel erg sterk gezegd.

In zijn bespreking van Lucas noemt Van Kooten dat de evangelist rekening moest houden met anti-joodse sentimenten onder de Romeinen. Daar paste hij zijn evangelie op aan. Maar wat te denken van de breuk tussen christenen en synagoge, die in het evangelie van Johannes al veel scherper ligt dan in de synoptische evangeliën? Je hoeft niet in de negentiende eeuw te leven om daarin toch een aanwijzing voor een latere datering te zien.

Dit zijn opmerkingen in de marge bij een boek waarvan ik genoten heb en dat mij veel te denken geeft. Het is met vaart en kennelijk plezier geschreven, geeft blijk van eruditie en intellectuele durf. In feite moeten predikanten niet meer over de evangeliën preken totdat ze dit boek hebben gelezen en verwerkt.

Arnold Huijgen (1978) werkt sinds 2022 als hoogleraar dogmatiek aan de PThU. Eerder publiceerde hij over hermeneutiek, triniteitsleer, Israëltheologie en de theologie van het gereformeerd protestantisme. Zijn boek Maria: Icoon van genade (2021) werd bekroond als theologisch boek van het jaar 2021. Hij theologiseert graag op punten waar het schuurt tussen traditioneel geloofsgoed en de huidige spiritualiteit, kerk en samenleving, op zoek naar wat Bijbelse en traditionele bronnen in nieuwe contexten te zeggen hebben. Zijn nieuwe onderzoek onder de werktitel Inferno gaat over visies op hel en ondergang. 


Geurt Henk van Kooten, Echo’s van het goede nieuws. De evangeliën in context, toen en nu. Uitgeverij: Utrecht, KokBoekencentrum Uitgevers, 2025. 360 pp. € 29,99. ISBN 9789043543798

Wellicht ook interessant

None

Echo’s van het goede nieuws op plek 44 van in de Bestseller60!

In zijn nieuwe boek Echo’s van het goede nieuws (verschenen op 18 december 2025) presenteert Geurt-Henk van Kooten een geheel nieuwe kijk op het vroegste christendom. De Cambrigde-hoogleraar werpt nieuw licht op de Evangeliën door ze te plaatsen in hun oorspronkelijke, historische context. Dat geeft een andere kijk op de zaak. Zo laat Van Kooten op overtuigende wijze zien hoe Jezus religie en politiek van elkaar scheidde en een innerlijke zoektocht naar waarheid opende. 

None

Max Lucado – In de kribbe

Advent is een tijd van verwachting, het vieren van het moment dat God dichtbij kwam. Max Lucado nodigt je in dit boek uit om getuige te zijn van de geboorte van Christus zoals je die nog nooit eerder hebt gezien. In de Kribbe leidt je door elk van de adventdagen met een bijbelvers om over na te denken, een inspirerende passage uit enkele van zijn populairste boeken en een gebed om je te helpen de boodschap van de dag toe te passen. Sluit je aan bij Jozef en Maria in een stal, naast een herder en aan de voeten van de koning in de kribbe, terwijl je het grootste geschenk van allemaal viert.

Nieuwe boeken