Menu

Premium

Rode ridder

Bij Jesaja 62,8-63,4

Toelichting: Ne’ezibah = Verlatene, Jesaja 62,12.

Jonkvrouw Neeziba buigt zich voorover in het venster van de ronde toren van de hoge ridderburcht. Zo kan ze precies de weg afturen, of haar ridder toch eindelijk in aantocht is. Jaren geleden is hij vertrokken. De jonkvrouw heeft er akelige herinneringen aan. Ze stonden net op het punt om elkaar te huwen. Toen kwam er een grote groep haveloze soldaten op weg naar het slagveld. Ze wilden dat haar ridder ook mee ten strijde trok. ‘Het is op bevel van de koning!’ zeiden ze erbij. Ja, dan zit er weinig anders op. En terwijl de ridder zijn spullen bijeenzocht, er een paard gezadeld werd en de wapenrusting in orde werd gemaakt, schrokten de soldaten alles op wat er te vinden was in het kasteel – brood, pasteien, zwijnen en pauwen, herten en zwanen. En tonnen bier goten ze in hun gulzige keelgaten, en alle vaten wijn uit de kelder.

Zo bleef jonkvrouw Neeziba eenzaam achter in een leeg kasteel. Zou hij ooit nog terugkeren van het slagveld?

Maar zie, vandaag wordt haar verlangen vervuld. Wie komt daar aan met die grote rode mantel om? Ze ziet het onmiddellijk. Haar ridder! Ze snelt op haar muilen de torentrappen af. Ze ziet hem al de slotbrug over komen naar de wijd open poort. Ze wil hem in de armen vallen, maar iets weerhoudt haar. Die mantel, hij stinkt! Hij is niet zomaar rood, maar rood van het bloed! ‘Mijn lief!’ roept de ridder. ‘We hebben de koning en het slagveld nooit bereikt. Onze soldaten hebben onderweg onderling ruzie gekregen en elkaar aan het zwaard geregen. Zulke vrienden hebben geen vijand nodig. Niemand is er over, op mij na. En vandaag keer ik tot u terug. Ik wil u aanstonds omhelzen. Maar laat me eerst deze kleding afdoen en mij baden. Mijn mantel is vol van het bloed van mijn medestrijders.’ ‘Mijn Rode Ridder!’ fluistert jonkvrouw Neeziba bleek. ‘Welkom thuis!’

Wat valt je op aan deze ridder? Waarom is hij zo welkom?

(Om de gedachten te bepalen: De ridder is moedig en heeft plichtsbesef, hij doet niet mee aan de domme strijd, maar raakt er ongewild door besmeurd. Hij keert terug naar de vrede op aarde en vervult het verlangen.)

Wellicht ook interessant

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Drie-eenheid

In 2024 schreef Bram van de Beek een artikel voor een wetenschappelijke encyclopedie over hoe er in de Vroege Kerk werd gedacht over de drie-eenheid. Al vanaf de jaren-’80 is hij actief als hoogleraar. In 1981 volgende hij in Leiden prof. dr. H. Berkhof op als hoogleraar Dogmatiek. In 2000 verhuisde hij naar de Vrije Universiteit, waar hij Symboliek ging doceren. Bij symboliek gaat het om de inhoud van de geloofsbelijdenissen. Ook was Van de Beek bijzonder hoogleraar Systematische theologie aan de Universiteit van Stellenbosch in Zuid-Afrika.

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Inferno

Iedereen heeft misschien wel zijn eigen beeld van de hel. Persoonlijk vind ik de hel zelf veel moeilijker voor te stellen dan de hemel. Als ik de hel zou moeten verbeelden, dan zou ik kiezen voor een druk winkelcentrum waar ik eindeloos op en neer ga op de roltrap. Ik ben dan in een drukte van mensen waar ik niet verbonden mee kan raken, omdat die mensen op dat moment allemaal voor zichzelf leven. Een plek waar ik innerlijk alleen maar onrustig kan worden en onrustig zal blijven. Zo stel ik me de hel voor: als een plek waar ik in het leven hier op aarde al niet graag kom. Als ik over het beeld nadenk, ontbreekt een belangrijk element: God Die Zijn oordeel heeft uitgesproken over mijn leven. Dat ik niet zonder reden voor altijd op die roltrap op en neer zal gaan en ik innerlijk gek wordt van de steeds toenemende onrust.

Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Basis

Waarom ‘Eeuwig’ toch niet altijd een goed vertaalwoord is

Enkele publicaties vorig jaar, waaronder het boek “Het einde van de Hel” van Reinier Sonneveld, hebben de eeuwenoude discussie of God alle mensen uiteindelijk zal redden1 weer nieuw leven ingeblazen. Een belangrijk argument tegen de leer dat voor ongelovigen de hel de eindbestemming zou zijn, is dat de Hebreeuwse en Griekse woorden die meestal met “eeuwig” vertaald worden, niet de betekenis “eindeloos” hebben. Dat was aanleiding voor het blad Met Andere Woorden (MAW), een vakblad voor Bijbel en vertalen, om een themanummer uit te geven rondom dit woordje, “eeuwig” en “eeuwigheid”. En, hoewel vertalers zich het liefst op de tekst zelf focussen, ontkom je er niet aan keuzes te moeten maken die aan een dergelijke discussie raken.2 Zo moet een vertaler kiezen of hij meegaat in het zo bekende “eeuwig” en “eeuwigheid”, of in navolging van kritiek en diverse onderzoeken voor een andere weergave kiest. In het themanummer verdedigden enkele artikelen de keuze voor “eeuwig”. In de studievertaling waar ik aan mee mag werken, de Nieuwe Concordante Vertaling (NCV),3 is echter een andere keuze gemaakt. In dit artikel laat ik graag zien waarom “eeuwig” toch niet altijd een goed vertaalwoord is.

Nieuwe boeken