Aannemen, ontvangen
Geloofstaal & cultuurtaal ‘Aannemen’ en ‘ontvangen’ zijn woorden uit onze dagelijkse taal waar we niet meteen iets achter zoeken. In de geloofstaal echter herinnert het woord ‘ontvangen’ ons eraan dat […]
Geloofstaal & cultuurtaal ‘Aannemen’ en ‘ontvangen’ zijn woorden uit onze dagelijkse taal waar we niet meteen iets achter zoeken. In de geloofstaal echter herinnert het woord ‘ontvangen’ ons eraan dat […]
Geloofstaal & cultuurtaal Het woord ‘verkondigen’ is – evenals ‘prediken’, dat er in betekenis dichtbij staat – heden ten dage een typisch christelijk woord geworden. We vinden het vrijwel uitsluitend […]
Geloofstaal & cultuurtaal Het woord ‘christen’ is oorspronkelijk geen zelfaanduiding van de volgelingen van Jezus geweest. Deze benaming is in de dagelijkse geloofstaal vooral door buitenstaanders gebruikt. Christenen zelf hebben […]
Geloofstaal & cultuurtaal Vrezen komt in de geloofstaal voor als ‘de vreze des Heren’; vrees wordt dus in verband gebracht met de Here zelf. Het is geen term die je […]
Geloofstaal & cultuurtaal Een ambt is een openbare taak in dienst van de gemeenschap; denk bijvoorbeeld aan een ambtenaar of een ambt als minister. In de protestantse kerken kent men […]
Geloofstaal & cultuurtaal Het woord ‘vroomheid’ gebruiken wij niet veel voor de eigen tijd, maar soms in beschrijvingen van het verleden als ‘de middeleeuwse vroomheid’. Het woord ‘vroom’ heeft soms […]
Geloofstaal en cultuurtaal Iemand ‘winnen’ als het overtuigen en inwinnen van iemand voor een bepaalde zaak, is nauwelijks een gangbaar begrip in onze taal. We gebruiken ‘winnen’ eigenlijk alleen in […]
Geloofstaal & cultuurtaal Voor wandelen is tijd en rust nodig. In een druk bezet bestaan heeft wandelen vooral een plaats in uitzonderingssituaties. Wie ziek is, gaat een wandeling maken om […]
Geloofstaal & cultuurtaal Gaaf, onberispelijk, onschuldig en volmaakt: het verbindende element tussen deze woorden is dat ergens niets aan mankeert of dat er niets op aan te merken is. Toch […]