Wie als geoefend bijbellezer het boekje Ruth leest, kan zich aan één gedachte maar moeilijk onttrekken: het gevoel van déjà vu. Een oude kinderloze vrouw, Noömi, die uit het buitenland komt en uiteindelijk als door een wonder (het is natuurlijk geen toeval) nog een kind krijgt van een onvruchtbaar lijkende schoondochter, Ruth. Het boekje mag Ruth heten, het gaat over Ruth maar om Noömi. Want het gaat om en over de voorfamilie van de grote koning, David.De plaats van het boek in de BijbelHet boekje, beter: de feestrol Ruth staat in de christelijke canon na het boek Rechters/Richteren, in navolging