Menu

Premium

Ruths omkeer en het pinksterverhaal

Bij Ruth,1,1-2,4 en Handelingen 2,1-24

Het vraagt even denkraerk om het eerste hoofdstuk van het boek Ruth in verband te brengen met het eschatologisch getinte pinksterverhaal uit Handelingen. Maar dan valt op dat in Ruth 1 een van de sleutelraoorden sjoev, omkeren, is. Het komt in verschillende vormen traaalf keer voor. De eerste keer lezen rae het, als Naomi na de dood van haar familie rail omkeren, terug naar Betlehem, naar huis (Ruth 1,6). Haar traee schoondochters raillen met haar mee omkeren. Ze staan op een kruispunt als Naomi hun drie keer vraagt: Keert toch om, terug naar het huis van jullie moeder en jullie goden, raaar jullie een toekomst hebben. Naomi vraagt drie keer, om zeker te zijn dat hun keuze vrijraillig en overdacht is. Na de derde keer geeft Orpa toe en keert om naar een toekomst die zij kent. Ruth laat zich niet vermurraen, zij kiest voor de onbekende toekomst aan de zijde van Naomi en antraoordt op de drievoudige vraag met een eed, die raij ook als trouraformule kennen. Met deze eed verbindt Ruth zich aan Naomi en haar volk en zij accepteert officieel de Eeuraige als haar God.

Maar Ruth is een Moabitsche en eigenlijk niet welkom in Israël. Moabieten mochten niet in de gemeenschap opgenomen worden. Toen Israël uit Egypte kwam, braken zij de heilige regel van gastvrijheid, door Israël op doorreis niet eens water aan te bieden (Deut. 23,4-5). Later stuurden zij Bileam om Israël te vervloeken (Num. 22,5vv). De Moabieten waren uit een incestueuze verbinding ontstaan: Moab was het kind van Lot en een van zijn dochters (Gen. 19,36vv). De omkeer van Ruth bestaat niet in de ‘terug’keer naar Juda, dat kan zij niet. Haar omkeer betekent, dat zij de fouten van eerdere generaties van haar volk omkeert door haar houding van genegenheid tegenover anderen.

Het verbod omgekeerd

Boaz heeft ook een rare komaf. Zijn voorvader is Perez die uit de aan hoererij herinnerende verbintenis van Juda en Tamar voortkwam. Hij beantwoordt de houding van genegenheid bij Ruth, door zich correct te gedragen en voor haar op te komen met alle mogelijkheden die hem ter beschikking staan. Met een doordachte strategie lukt het hem haar in de gemeenschap opgenomen te krijgen. Hij kéért het aloude verbod. Naomi keert werkelijk terug naar haar gemeenschap. Zij keert de arrogantie die haar man tentoonspreidde, door als notabele van de stad het volk in moeilijke tijden in de steek te laten en te vertrekken.

Deze drie personen horen bij de voorouders van David uit wie ooit de Messias zal voortkomen. Volgens Tamar Frankiel, Amerikaans professor voor godsdienstgeschiedenis, opent de houding van deze drie een poort naar de Messias, want hun handelen brengt tikkun teweeg, een correctie, zoals het corrigeren van fouten uiteindelijk een verloste wereld tot gevolg zal hebben en de komst van de Messias mogelijk zal maken.

Sjavoeot

De meest opvallende overeenkomst tussen Ruth en Handelingen bestaat in het Sjavoeotfeest, het wekenfeest, waarop de afsluiting van de graanoogst gevierd wordt. Vandaar dat in de synagoge het boek Ruth gelezen wordt. Zijn naam dankt het feest aan het feit dat tussen de eerste en de laatste graanoogst zeven ‘weken’ verstreken zijn. Behalve als oogstfeest heeft het net als Pessach vooral een religieuze betekenis. Na de bevrijding uit Egypte (Pessach) komen de Israëlieten in de derde maand bij de Sinaï om de Tora te ontvangen, de grondslag die de net verworven vrijheid als volk en met God in een eigen land op veilige voeten moet stellen. In de bijbel wordt het feest niet met naam en datum vermeld (zoals Pessach) en het kent geen symbolen, behalve twee tarwebroden als symbool voor de oogst, omdat de openbaring op de Sinaï niet in de tastbare taal van symbolen vertaald kan worden. Pinksteren wordt op hetzelfde tijdstip gevierd, zeven weken na Pasen.

Vuurtongen

De vuurtongen in Handelingen herinneren aan de Sinaï en vormen zo een verbinding tussen Pinksteren en Sjavoeot. De roeach manifesteert zich door een ‘geraas’, een ‘wind’ die vuurtongen met zich meevoert, kleine vlammetjes die zich op ieder van de leerlingen neerzetten. Zij zijn een symbool voor God en de Tora: ‘En de berg Sinaï stond geheel in rook omdat de Eeuwige daarop neerdaalde in vuur’ (Ex. 19,18). God spreekt de woorden van de Tora uit het midden van het vuur (Deut. 4,11), en één van de elementen waarin de Tora op Sinaï gegeven wordt, is vuur: ‘Van zijn rechterhand ging een vurige Tora uit’ (Deut. 33,2). De woorden van de Tora worden met vuur vergeleken, omdat beide uit de hemel gegeven worden; beide zijn eeuwig.

De mensen die op het geluid van de roeach afkomen, zijn joden uit verschillende landen, die in Jeruzalem Sjavoeot vieren, een van de drie pelgrimsfeesten (Hand. 2,5). Zij horen de boodschap ieder in zijn eigen taal; zonder de barrière van een andere taal kunnen zij de boodschap beter aanvoelen. Ook in de rabbijnse traditie wordt de universaliteit van de Tora benadrukt. Zij wijst erop, dat de Tora in zeventig verschillende talen gegeven werd (Tanchoema Yitro, § 11). De leerlingen spreken over de grote daden van God (Hand. 2,11). In de volgende verzen (14-24) tilt Petrus het gebeuren op een eschatologisch niveau, door uit de profeet Joël te citeren en verbindt het daarna met Jezus. Petrus maakt hun verwijten, maar later blijkt dat zij zich verbazingwekkend niet aangevallen voelen (2,37). Het is vreemd dat al die joden uit verre landen Jezus aan het kruis zouden hebben gebracht. Daar klinkt vermoedelijk een latere redactie van Handelingen door, net zoals bij de grote aantallen die zich laten dopen. Deze tekst handelt van de binnenjoodse missie door Petrus die een groot succes suggereert (vgl. 2,46).

Wellicht ook interessant

Schilderij De Leviet in Gibea van Gerbrand van den Eeckhout
Schilderij De Leviet in Gibea van Gerbrand van den Eeckhout
Basis

Seks en geweld: Rechters 19-21

Vrouw overlijdt na brute groepsverkrachting. Drie dagen hevige strijd in burgeroorlog: meer dan vijfenzestigduizend slachtoffers onder de strijders. Aantal burgerslachtoffers: onbekend, maar groot. Nee, dit is niet uit de krant van vandaag. Het is een korte samenvatting van wat we lezen in de laatste drie hoofdstukken van hel Bijbelboek Rechters (19-21). Seks en geweld. Wat moeten we met dit oude relaas? Gewoon maar concluderen dat de ontsporingen waarover verhaald wordt, nu eenmaal onontkoombaar zijn als een ‘condition humaine’ – in de zin van: het is nooit anders geweest – of valt er meer over te zeggen?

None

Studiemiddag op 4 juni naar aanleiding van publicatie ‘Gods slaafgemaakten’

De beroemde voormalige slaafgemaakte en abolitionist Frederick Douglass (1818-1895) was christen én buitengewoon kritisch op het christendom van vele slaveneigenaren in de Verenigde Staten. Die laatste vorm van christendom noemde hij “slaveholding religion” en die plaatste hij tegenover wat hij zag als het ‘echte christendom’ – de “Christianity of Christ”. In zijn recente boek Gods slaafgemaakten laat historicus en theoloog Martijn Stoutjesdijk zien dat beide interpretaties van het christendom eigenlijk altijd al aanwezig zijn geweest in de Bijbel en geschiedenis van het christendom.

None

Recensie van Amsterdamse Cahiers: Jesaja

Als predikant heb je je vaak te buigen over fragmenten uit het complexe Bijbelboek Jesaja. De bekendste flarden keren jaarlijks terug, vaak in combinatie met het Nieuwe Testament. Tekstfragmenten die ‘iedereen’ kent, roepen vaak allerlei beelden en herinneringen wakker (‘je hebt me bij de naam geroepen/ je bent de mijne’; ‘het volk dat in duisternis ronddoolt’; ‘zwaarden, ploegscharen…’). Tegelijkertijd blijft het grootse deel van de profetie doorgaans gesloten.

Nieuwe boeken