Geboortenissen
Hergeboorte, de Geest aan het werk, Gods adem, sabbat, uitzending, vrede en een onrustig uitzien naar vaste grond voor Gods toekomst: dat zijn de terugkerende thema’s in de lezingen voor deze zondag.
Hergeboorte, de Geest aan het werk, Gods adem, sabbat, uitzending, vrede en een onrustig uitzien naar vaste grond voor Gods toekomst: dat zijn de terugkerende thema’s in de lezingen voor deze zondag.
Israël leeft te midden van andere, machtigere volkeren. Hoe dan omgaan met elkaar, met leiderschap, het verlangen naar vrijheid, maar ook naar bestaanszekerheid? Tegen die achtergrond schrijven bijbelse auteurs de verhalen over de uittocht.
In zijn boek ‘Churches and the Crisis of Decline’ geeft Andrew Root het fictieve verhaal van hoe een kerksluiting anders had kunnen verlopen. Root is hoogleraar Youth and Family Ministry aan het Luther Seminary (St. Paul, Minnesota). ‘Churches and the Crisis of Decline’ is het vierde boek van een serie waarin Root de inzichten van de Canadese filosoof Charles Taylor vertaalt naar de kerkelijke praktijk. In dit deel en het deel ervoor spreekt ook de socioloog Hartmut Rosa een geducht woordje mee.
Na een lezing van Gert van den Brink ontstond er onrust in reformatorische kringen. De gereformeerde erfenis van de Synode van Dordrecht staat op het spel. Het gaat over zekerheid in een onzekere wereld, over de betrouwbaarheid van God. André Groenendijk beschrijft de geschiedenis van de gereformeerde gezindte en het ontstaan van de predestinatieleer en verbindt dit aan de actualiteit.
Waarom gaat het in deze tijd nauwelijks nog over bekering? Tom en Tabitha gaan in deze aflevering in gesprek met Wim Dekker over de Bijbelse wortels van dit woord alsmede de impact die het spreken over bekering gehad heeft in de gereformeerde traditie. Wim Dekker voert een krachtig pleidooi tot herwaardering van de Bijbelse oproep tot omkeer, persoonlijk en maatschappelijk.
Er zijn maar twee hoofdstukken in Exodus nodig om te laten zien waarom en hoe de slavernij meer dan enkel een feit is. Daar is in de Tora alleen een Farao voor nodig die Jozef niet kent, die van verloren zijn en gevonden worden niet weet en zich enkel hard kan opstellen om ‘zijn volk’ zogenaamd te beschermen tegen ‘die vreemdelingen’. Na de negen slagen op Egypte dreigt Mozes met de verschrikking van de tiende plaag, maar Farao luistert niet.
Het is bijna lente. Hoewel de temperatuur op het moment van schrijven niet ver boven nul uitkomt, schijnt de zon al uitbundig en is er overal uit de grond een schitterende kleurenpracht van bloemen opgekomen. De dagen worden langer, de natuur loopt uit – nu nog voorzichtig, straks in uitbundig groen. In deze column bespreek ik twee middeleeuwse gezangen die de hernieuwde natuur op aanstekelijke wijze in verband brengen met de opstanding van Christus of met spirituele groei. Beide zijn geschreven in de twaalfde eeuw, het ene door Adam van St. Victor (circa 1112-circa 1192); het andere door Hildegard van Bingen (1098-1179).
Met de aankondiging van de tiende plaag in Exodus 11 is de onwil van Farao om het volk te laten vertrekken duidelijk geworden. Hoofdstuk 12 is de keerzijde van dezelfde medaille: de radicale vernieuwing die de uittocht voor de zonen van Jakob-Israël betekent.
In het liturgische spel van de Veertigdagentijd, tijd van inkeer, boete en verzoening, worden grote lofzangen vermeden. Het ‘groot Gloria’ en het ‘Halleluja’ blijven achterwege. Het Gloria klinkt pas weer, voluit met klokgelui, aan het begin van het driedaagse Paasfeest, op de avond van Witte Donderdag. Het Halleluja, die feestelijke en bijna uitzinnige kreet, wordt pas aangeheven na het epistel in de Paasnacht, als aankondiging van het opstandingsevangelie. Goede Vrijdag lijkt ontdaan van lofzangen. Maar schijn bedriegt.