Menu

None

Een nieuwe lente

Maandag: tijd voor een Theologencolumn. Deze week opent Hanna Rijken de week met een blik op twee middeleeuwse gezangen: een van Adam van St. Victor en een van Hildegard van Bingen. Hoe zien we de voorjaarskriebels bij hen? 

Hanna Rijken

“Ik hoop dat we in deze lentetijd geïnspireerd door de Geest kunnen volstromen met groene
groeikracht.”

Het is bijna lente. Hoewel de temperatuur op het moment van schrijven niet ver boven nul uitkomt, schijnt de zon al uitbundig en is er overal uit de grond een schitterende kleurenpracht van bloemen opgekomen. De dagen worden langer, de natuur loopt uit – nu nog voorzichtig, straks in uitbundig groen. In deze column bespreek ik twee middeleeuwse gezangen die de hernieuwde natuur op aanstekelijke wijze in verband brengen met de opstanding van Christus of met spirituele groei. Beide zijn geschreven in de twaalfde eeuw, het ene door Adam van St. Victor (circa 1112-circa 1192); het andere door Hildegard van Bingen (1098-1179).

Adam van St. Victor: Mundi renovatio

Ik begin met een werk van eerstgenoemde: de sequens ‘Mundi renovatio.’ Dit gezang is in een vertaling van Jan Willem Schulte Nordholt opgenomen in het Liedboek voor de kerken (1973) als gezang 202, ‘Nu de Heer is opgestaan.’ De eerste regels hiervan luiden:

Nu de Heer is opgestaan
loopt alom het leven uit,
breekt de nieuwe lente aan,
roert zich in het groene kruid.
Heel de aarde die ontwaakt,
looft Hem die haar heeft gemaakt
met een jubelend geluid.

Het ontwaken van de schepping, het ontluikende groen en het gekwinkeleer van de vogels (dat later in het lied nog nadrukkelijker genoemd wordt); het is alles een eerbetoon aan de Schepper. De natuur kan ontwaken omdat Christus uit de dood is opgestaan.

Muzikale vorm: sequens

Wie een Liedboek voor de kerken in de boekenkast heeft staan, zal aan de notatie van gezang 202 zien dat het hier om een bijzondere muzikale vorm gaat: de sequens. Dit genre was in de hoge middeleeuwen erg geliefd, zo geliefd zelfs dat het zingen ervan op een gegeven moment aan banden gelegd werd. Twee andere sequensen die tot op heden bekend zijn, zijn ‘Victimae Paschali laudes’ voor Pasen en ‘Veni sancte Spiritus’ voor Pinksteren.

Kenmerkend voor de sequens zijn de strakke vorm, het syllabische karakter (iedere noot een lettergreep) en de melodische herhalingen. Die herhalingen zijn zichtbaar gemaakt door middel van de Romeinse cijfers I en II. Deze indeling vergemakkelijkt een uitvoering in twee groepen. Groep I begint, groep II zingt de volgende regels op dezelfde melodie.

Drie-eenheid

In het Liedboek voor de kerken is de melodie van ‘Nu de Heer is opgestaan’ genoteerd in een driedelige maatsoort. Er zijn echter ook uitvoeringen te beluisteren waarbij de noten vrij in de maat gezongen worden. Hoe zit dat precies? Bij de notatie in het Liedboek voor de kerken is uitgegaan van een muzikaal principe uit (ongeveer) de dertiende eeuw. Liturgische muziek moest de perfectie van God weerspiegelen. God bestaat als Heilige Drie-eenheid, daarom werd de driedelige maatsoort als perfect beschouwd. Het teken om deze maatsoort aan te geven was een cirkel, symbool van perfectie. Daarvan is later de C, een halve cirkel, afgeleid als teken voor de vierkwartmaat.

Kanttekening

In zijn boek Van feest naar feest (2004) merkt Marius van Leeuwen op dat de directe samenhang tussen de lente en het Paasfeest natuurlijk alleen opgaat voor het noordelijk halfrond. Op het zuidelijk halfrond zijn de seizoenen gespiegeld en begint de lente eind september. Het instellen van een aparte kerkelijke kalender voor het zuidelijk halfrond is volgens Van Leeuwen echter geen aantrekkelijke optie, het zou de eenheid van de wereldkerk te zeer verstoren.

Hildegard van Bingen: Viriditas

Ook de middeleeuwse mystica Hildegard van Bingen bezingt het uitlopen van de natuur. Het levende groen van de natuur verwijst volgens haar naar Christus.

Hildegard is één van de meest toonaangevende componisten van de middeleeuwen. Haar Symphonia Harmoniae Caelestium Revelationem, een verzameling van composities, geldt als meesterwerk binnen de Westerse muziekgeschiedenis. De Symphonia bestaat uit verschillende muzikale vormen die bedoeld zijn om te zingen tijdens de vieringen in het klooster: antifonen om te zingen als omlijsting bij een psalm of kantiek, responsoria, en ook sequensen.

Eén van de sequensen, die we deze weken ook met de vrouwenschola van het Vocaal Theologen Ensemble gaan uitvoeren, is ‘O Ignis Spiritus,’ O vuur van de Geest. In ‘O Ignis Spiritus’ volgt Hildegard min of meer de vorm van de klassieke sequens, met muzikale herhalingen, al gaat ze er vrij mee om. In één van de verzen, wat mij betreft één van haar allermooiste, bezingt Hildegard hoe door de Geest de wolken, lucht en wateren in beweging worden gezet en hoe de aarde dauwt van groene groeikracht:

Van U vloeien de wolken,
vliegt de bovenlucht ijlings voort,
hebben de stenen vocht,
leiden wateren hun stroompjes naar buiten
en dauwt de aarde van groene groeikracht (viriditas).

(Vertaald door Mieke Kock, die toestemming heeft gegeven voor gebruik alhier.)

Hildegard brengt het uitlopen van de natuur in verband met groei van spiritualiteit door de Heilige Geest. Zij gebruikt hiervoor het begrip viriditas (groene groeikracht of vitaliteit). Viriditas komt van het Latijnse woord virido, dat groen maken betekent (viridis betekent groen).

Ze plaatst dit begrip tegenover ariditas, droogte of dorheid. Hildegard gebruikt het begrip viriditas zowel in letterlijke zin, als het gaat over de groenheid van gras of planten, maar ook als beeld van het spirituele leven door de Geest. Door het werk van de Geest krijgt de mens levenskracht om tot bloei te komen.

Met Adam van St. Victor en Hildegard van Bingen hoop ik dat we deze in lentetijd geïnspireerd door de Geest kunnen volstromen met groene groeikracht.

O alleredelste groen,
jij wortelt in de zon,
jij straalt in lichtende glans
in een levenscyclus
die het zintuigelijk vermogen nooit begrijpt.

Jij bent omvangen
door de lieflijke omarming
van Gods mysteriën.
(…)

‘O nobilissima viriditas’ – responsorium Hildegard van Bingen
(Vertaling uit ‘Zicht op Hildegard,’ (Heeswijk-Dinther: Uitgeverij Abdij Van Berne, 2022) vertaald door Felicia Dekkers.)

Hanna Rijken is theoloog en musicus, en universitair docent Theology & the Arts aan de Protestantse Theologische Universiteit. Ze is auteur van De Choral Evensong in de praktijk.

Hanna Rijken

Het is bijna lente. Hoewel de temperatuur op het moment van schrijven niet ver boven nul uitkomt, schijnt de zon al uitbundig en is er overal uit de grond een schitterende kleurenpracht van bloemen opgekomen. De dagen worden langer, de natuur loopt uit – nu nog voorzichtig, straks in uitbundig groen. In deze column bespreek ik twee middeleeuwse gezangen die de hernieuwde natuur op aanstekelijke wijze in verband brengen met de opstanding van Christus of met spirituele groei. Beide zijn geschreven in de twaalfde eeuw, het ene door Adam van St. Victor (circa 1112-circa 1192); het andere door Hildegard van Bingen (1098-1179).

In 'De Choral Evensong in de praktijk gaat' theoloog en musicus Hanna Rijken in op de liturgische achtergronden van de Choral Evensong. Daarnaast schenkt ze aandacht aan de praktijk in Nederland: praktisch-theologische aspecten als lezingen, gebeden, rituelen en muziek. Er is in Nederland namelijk een groeiende belangstelling voor de Anglicaanse Choral Evensong. Op steeds meer plekken worden Choral Evensongs gehouden, waarin koren een complete Anglicaanse liturgie zingen. Schoonheid en heiligheid zijn belangrijk aspecten daarvan. Dit boek is onmisbaar voor theologen, zangers, dirigenten, organisten en iedereen die van Anglicaanse kathedrale muziek en liturgie houdt.

de choral evensong in de praktijk

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken