Kerkgebouw en kerkinterieur: alles ademt betekenis
De plaats waar de gemeente samenkomt dóet ertoe. Het gebouw zelf én de inrichting, de aankleding. Een pleidooi voor ‘zorg en aandacht’…
De plaats waar de gemeente samenkomt dóet ertoe. Het gebouw zelf én de inrichting, de aankleding. Een pleidooi voor ‘zorg en aandacht’…
In de meeste kerkgebouwen neemt het orgel een belangrijke plaats in. En voor onze liturgie is het vaak onontbeerlijk. Hoe heeft het orgel eigenlijk die plek gekregen? En wat is nodig om het van waarde en betekenis te houden?
Als de vraag voorligt ‘wat we met het kerkgebouw gaan doen’, kan dat een financiële, maar ook een andere reden hebben. In ieder geval is het een indringende vraag, die kerkenraad én gemeente sámen serieus hebben te nemen. Hoe doe je dat? Wat zijn de afwegingen?
In een gefuseerde gemeente wordt het ene gebouw afgestoten, het andere vernieuwbouwd. Naast de pijn en het afscheid geeft dit ook mooie kansen ‘het kerkgebouw’ bij de tijd en bij deze nieuwe gemeente te brengen. Enkele betrokkenen vertellen hun verhalen.
Moet bij sluiting van het kerkgebouw ook de plek van gebed en stilte verdwijnen? De kerk in een dorp of (stads)wijk is immers niet alleen voor de geloofsgemeenschap van betekenis. Is ‘een netwerk van kapellen’ mogelijk…?
Een paar jaar geleden maakten we een themanummer over kerkgebouwen, vooral vanuit het perspectief van de kerksluiting. De noodzaak, de ervaringen, de emoties… enz. Nu weer een themanummer over ‘het kerkgebouw’, maar dan meer over de waarde en betekenis, en hoe dat vast te houden of te versterken. Hier de inleiding op dit thema.
Wat betekent het kerkgebouw voor de mensen die er komen, geregeld of incidenteel? Welke waarde heeft het, welke emotie roept het op? Voor de geloofsgemeenschap, maar ook voor het dorp, de wijk of de buurt? Hoe zien en ervaren we een kerkgebouw, in onze eigen omgeving of waar dan ook?
Naar aanleiding van het recente onderzoek dat door Nederlandse kranten onder leden en ex-leden van de rooms-katholieke kerk werd gedaan, schreef ik een opiniestuk waar ik veel reacties op kreeg. Mijn pleidooi: Katholiek-zijn kun je alleen maar autonoom. Het staat voor een levenshouding die juist verschil in mening mogelijk maakt. Terecht de vraag: wat bedoel ik met die houding en die autonomie?
Eens te meer maakt Paulus het ons niet makkelijk om het goed te doen in het geloof. De meest indrukwekkende spirituele belevenissen en gaven kunnen hun waarde verliezen. Niet eens het martelaarschap garandeert dat ik een goede christen ben. En dat krijgen we in dezelfde dienst te horen als twee van de meest ingrijpende ontmoetingen: die van Mozes met God op de Sinai, en Jezus’ gedaanteverandering.