‘Ik leef omdat ik zing’
De stem, onze stem, mijn stem. Zij haalt ons altijd weer uit het dal van het leven en tilt ons op… Een maand voordat ik ga emigreren, val ik. […]
De stem, onze stem, mijn stem. Zij haalt ons altijd weer uit het dal van het leven en tilt ons op… Een maand voordat ik ga emigreren, val ik. […]
Met hart en ziel samen zingen is in de coronacrisis niet toegestaan vanwege de kans op verspreiding van het virus. Al meer dan een jaar klinkt er geen koor- en samenzang meer, ook niet in kerken. De lofzang in de vieringen wordt gaande gehouden door enkele voorzangers, of er wordt alleen gesproken en instrumentaal gemusiceerd. Veel mensen ervaren het niet samen kunnen zingen als een gemis.
Samen zingen in de liturgie zorgt voor verbinding met elkaar en een veelstemmig verbonden zijn met de Ene. Samen zingen in de liturgie is ook samen belijden. Aan het […]
Verhuizing is meer dan re-locatie. Of misschien is het wel beter om te zeggen: locatie zegt iets over je ideaal. Ik gebruik dit blog maar voor een paar gedachten over een ideale theologische universiteit.
De vuurtoren op Terschelling heet Brandaris, sinds 1323 een lichtbaken voor zeelui. Vroeger konden zij hun weg wel vinden met behulp van sterren en kompas, maar de doorgang tussen Vlieland en Terschelling was uiterst gevaarlijk. De Bran-daris was een oriëntatiepunt. De oudste vuurtoren in Nederland werd vernoemd naar de Ierse heilige Brandaan (feestdag 16 mei). Hij zou in de zesde eeuw geboren zijn aan de Ierse westkust en daar een aantal kloosters hebben gesticht. Net als veel van zijn landgenoten werd hij aangetrokken door de eindeloze zee.
Van de 38 jaar bij de Koninklijke Marine bracht Matthieu J.M. Borsboom vele jaren op zee door. Maar hij was ook langdurig in Afghanistan. Vele uren stond hij op wacht: op de brug van schepen, varend en aan de wal, en op kazernes. Het geloof als leidend principe – hij groeide op in een warm nest, een rooms katholiek gezin met een oecumenische inslag – heeft hem hierbij altijd vergezeld. Herademing vroeg hem, als oud beroepsmilitair én actief rooms-katholiek, om een bijdrage voor dit themanummer ‘Waken’.
In de zestiende eeuw werden in het Arnhemse St.-Agneskloos-ter de Arnhemse mystieke preken geschreven. Deze preken verbinden de mystieke vereniging met God met de viering van de liturgie. In de ‘kerkwijdingspreek’ staat hoe de ruimte van de kerk en de liturgie die daar plaatsvindt, hand in hand gaan met wat er in de innerlijke ruimte van de mens gebeurt – in de tempel van de ziel.
Waken in bijbelse zin is een bewust afwijken van de natuurlijke gang van zaken. Op de achtergrond staat het biologisch ritme dat we kennen uit het scheppingsverhaal: ‘Zo werd het avond en morgen: de eerste dag’ (Genesis 1:5). Onder normale omstandigheden voegt de mens zich naar dit voorgegeven patroon, ook de vrome mens: ‘Bij mijn neerliggen en mijn opstaan zal ik de Eeuwige prijzen.’ Waken is daarentegen een vrijwillig doorbreken van het gewone ritme van slapen en wakker zijn.
In de Middeleeuwen danste men in en rond de kerk – ook al mocht dat niet van hogerhand. De dans was symbool voor de hemelse heerlijkheid en tegelijk tekenend voor het vieren van gemeenschap tussen aardse mensen. Kerkgangers zijn inmiddels minder spontaan geworden, verlegener. Maar waar wél in de kerk gedanst wordt, is dat een intense, meditatieve of blije gebeurtenis. Een pleidooi: ‘Haal de kerkbanken eruit!’