Menu

Premium

‘Spreid toch je vleugel uit over je dienares’

Bij Ruth 3

In Ruth 3 laat de auteur aanvoelen, hoe sterk het goddelijke en het menselijke handelen met elkaar verweven zijn. Wat eerder door Noömi en door Boaz als een taak van God werd gezien, wordt in dit hoofdstuk een opdracht voor mensen. Gods trouw uit zich doorheen het handelen van mensen.

Telkens opnieuw doorheen het verhaal van Ruth is er de spanning tussen de harde werkelijkheid die vol gevaar is enerzijds, en anderzijds de mogelijkheid dat God toch zegenend aan het werk is. Hongersnood en het overlijden van drie mannen kleuren het lot van Noömi. God geeft zijn volk opnieuw brood, maar geldt dat ook voor de achtergebleven weduwen? Noömi durft er het lot van haar schoondochters niet op verwedden. Haar terugkeer is gekleurd door bitterheid, ook al vergezelt de trouwe Ruth haar. Deze bitterheid keert geleidelijk om. Van een bittere vrouw wordt Noömi terug iemand die opnieuw in de goedheid van God en mensen leert geloven.

Op zoek naar een rustplaats

In dit gebeuren speelt Ruth een belangrijke rol. Dat zij hun dagelijks brood uitgerekend op het veld van Boaz bijeenraapt, is voor Noömi een goddelijk teken. De God waar Noömi in gelooft, is een God die trouw is aan mensen die trouw zijn (Ruth 1,8). Dat Ruth zo welwillend is ontvangen door een bloedverwant, is voor Noömi een teken van Gods trouw aan levenden en doden (Ruth 2,20). Eerder had zij aangegeven dat deze trouw voor haar schoondochters de vorm kan aannemen van een rustplaats in het huis van een echtgenoot (Ruth 1,8). Toen zag zij dit als iets dat God waar kan maken, omdat zijzelf niet de mogelijkheid heeft om hun de veiligheid van een zwagerhuwelijk te bieden. Maar nu ziet zij wel mogelijkheden om een rustplaats te zoeken waar het Ruth goed kan gaan. Haar plan is echter niet zonder risico. Ze stelt haar schoondochter bloot aan gevaar. De nacht is wellicht niet minder gevaarlijk dan de dag (vgl. Ruth 2,9 en 2,22). Bovendien brengt ze Ruth in een compromitterende situatie, waarbij het nog maar de vraag is of ze kunnen rekenen op het eervolle gedrag van hun bloedverwant.

Ruth daagt Boaz uit

Als Boaz wakker wordt en beseft dat er een vrouw onder zijn deken ligt, spreekt hij haar aan. In deze omstandigheden kan hij niet eerst informeren bij wie ze hoort (Ruth 2,5). Juist dit is wat hier op het spel staat: wie is ze en bij wie hoort zij? Blijft zij de Moabitische, de arme weduwe, afhankelijk van de welwillendheid van de rijke landeigenaar? Of wordt ze erkend als wie zij is of kan worden voor anderen, zoals haar schoonmoeder maar ook het hele volk?

Eerder had Boaz haar handelwijze geprezen. Wat ze deed voor haar schoonmoeder, vader, moeder en land verlaten, mag door God beloond worden. Hij omschrijft en duidt dit tevens als ‘het zoeken van een toevlucht onder Gods vleugels’ (Ruth 2,11). Maar nu daagt Ruth hem in gelijkaardige bewoordingen uit om zelf een toevluchtsoord te worden. ‘Spreid uw vleugel/kleed uit’, zegt ze (Ruth 3,9 – het Hebreeuwse woord is hetzelfde). Het is een suggestief gebaar, dat symbool kan staan voor de intimiteit tussen man en vrouw. In Ezechiël 16,8 komt het eveneens voor, in een erg poëtisch gedeelte over hoe God zich bindt aan het lot van vrouwe Jeruzalem, in beelden van liefde en het tot de zijne maken. Deze vraag tilt het gebeuren op van een compromitterend staaltje verleidingskunst tot een uitdaging tot authentieke, vrijwillige geloofshandeling. Kun je geloven dat God zijn vleugels spreidt over mensen en dan niet zelf hetzelfde doen?

Ruth verbindt haar vraag bovendien met de idee van het ‘lossen’. Strikt genomen is er geen regel in de Tora die suggereert dat, afgezien van het zwagerhuwelijk, bij de verantwoordelijkheden van een bloedverwant ook een huwelijk hoorde. Maar Boaz is een verwant die familieverplichtingen heeft tegenover haar overleden man en schoonvader. Kan hij deze verantwoordelijke positie negeren en haar toch blijven toewensen dat God Ruths trouw aan haar schoonmoeder zal belonen, nu zij onder zijn vleugels een toevlucht zoekt? Ruth vraagt méér dan wat wettelijk moet. Daartegenover staat, dat ook haar trouw veel verder ging dan wat redelijkerwijze verwacht mocht worden. Zij ging door waar Orpa, met de instemming en de zegen van haar schoonmoeder, terugkeerde.

Aan elkaar gewaagd

Voor Boaz heeft Ruths vraag nog een betekenis. Dat ze naar hem komt omdat hij een bloedverwant is, in plaats van jongemannen na te lopen, is een bijkomend teken van trouw. Hij erkent wat volgens hem heel de poort weet: dat zij een waardevolle (Hebr.: chajil) vrouw is (Ruth 3,11). Deze karakterisering is een echo van de beschrijving van Boaz als waardevol man (Ruth 2,1). Deze identieke karakterisering gaat echter in de meeste vertalingen verloren. Indirect accepteert Boaz haar zo als zijn gelijke. Zal hij dan ook gelijk aan haar worden wat zijn trouw betreft?

Met de vermelding van de functie van de losser en van de mensen in de poort verbreedt het verhaalperspectief zich opnieuw tot een breder gebeuren dan wat zich onder de dekens afspeelt tussen man en vrouw. In wat mensen doen, weerspiegelen zij soms hoe God is, en dat heeft ook nood aan een maatschappelijke erkenning. Hierbij brengt Boaz een complicerende factor aan, in de figuur van een andere naaste bloedverwant. Niettegenstaande Boaz’ geruststellende woorden verhoogt dit de spanning van het verhaal. Wiens reputatie beschermt Boaz door haar in het duister weg te sturen? Zal hij zijn woorden wel nakomen? Of koopt hij Ruth af met een grote hoeveelheid graan? Wat als die andere losser ook bereid is om Ruths waarde te erkennen? Met hetzelfde vertrouwen waarmee Noömi Ruth naar de dorsvloer stuurde, raadt ze haar nu aan om af te wachten tot Boaz alles geregeld heeft. Vandaag nog, voorspelt ze, zal dat gebeuren. En zo gebeurt het ook.

Wellicht ook interessant

Bernd Hirscheldt
Bernd Hirscheldt
Basis

Korte Metten: Wondertjes

Een van de mooiste kanten aan het vak van predikant is dat je nooit kan bepalen met wie je in contact zal komen. Dat klinkt misschien wat vreemd. Maar het is een voorrecht om met mensen te kunnen omgaan die je niet zelf hebt uitgekozen, omdat ze precies dezelfde interesses hebben of omdat ze het roerend met je eens zijn. Of omdat je een gemeenschappelijk verleden met elkaar deelt. Dat alles geeft een gevoel van vertrouwelijkheid, maar een nieuwe ontmoeting met een onbekende, iemand die in een heel andere wereld leeft, blijkt vaak veel boeiender te zijn.

Nieuwe boeken