Menu

Basis

Stadsklooster als roeping 

Tim Brys

Tim Brys is medeoprichter van het project Stadsklooster Brussel. Een stadsklooster kun je zien als een dorp in de stad,” zegt hij. De groep ontstond in 2021 en bestaat nu uit drie gezinnen met jonge kinderen, een koppel en een alleenstaande vrouw. Er wordt nog gezocht naar een gebouw om hun droom waar te maken.

Een gesprek met een denker over het belang van schuren, durven bevragen en de zin van vertraging.

Een roeping

“Het stadsklooster is een levensvorm, een roeping,” zegt Tim Brys.

Van opleiding is hij onderzoeker, met een doctoraat in artificiële intelligentie. Met zijn gezin belandde hij in Libanon, waar ze vijf jaar woonden en werkten in Syrische vluchtelingenkampen en in vredesprojecten.

“Op een bepaald moment hoorden we van vrienden in België dat zij een groepje hadden gevormd van een drietal gezinnen met het idee om samen te leven als christenen, ter verdieping van het geloof. Dat idee sprak ons enorm aan, en na onze terugkeer in België sloten we ons erbij aan.”

Drijfveren

“We hebben een aantal drijfveren binnen het project,” licht Tim toe. “We zouden graag meer doen in de buurt, bijvoorbeeld via vrijwilligerswerk. Maar door gezin, werk en kerk komen we er niet aan toe. Als we samenleven, helpen we elkaar, en komt er wellicht wat ruimte vrij om individueel of gezamenlijk wat meer sociale zaken te doen.”

Als mens worden we voortdurend gevormd, stelt hij: “Dat gebeurt door de mensen om ons heen, door de dingen waar we mee bezig zijn, door de rituelen die we uitvoeren. Die vorming bepaalt mede wat voor soort mens je wordt. Daarom is het goed om je te omringen met gelijkgestemde christenen. Toch moet je er tegelijkertijd voor waken dat je niet in een soort bubbel belandt, waarin je weinig meer met de buitenwereld te maken hebt. Het is dus zoeken naar balans: gevormd worden naar Jezus’ beeld, door samen te leven met christelijke rituelen en op een christelijk ritme, maar zonder dat het te nauw wordt.”

“Want er is niet één groep die de waarheid heeft,” vervolgt hij, “ook al geloven wij dat Jezus de waarheid is. Er moet altijd verbreding blijven: naar buiten stappen, andere perspectieven horen, geschuurd worden, kritisch bevraagd worden. Zelf gaan nadenken: wat geloof ik nu eigenlijk, wat doe ik nu eigenlijk, en waarom?”

Nog een drijfveer voor de groep is het geloof dat gemeenschapsvorming een gezond alternatief kan bieden in de doorgedreven individualistische maatschappij waarin we leven. “Ik ben zelf ook een individualist hoor,” zegt hij. “We zijn zo gevormd door onze maatschappij; het is waar we ons goed bij voelen. Maar ik besef tegelijk dat het een verarmd bestaan is. Misschien merk je dat niet zo wanneer je jong bent en gezond, werk hebt, vrienden, een dak boven je hoofd. Maar zodra één van die elementen begint af te brokkelen, kun je er opeens alleen voor staan, en wordt het leven moeilijker.”

Samen het leven vormgeven

“Vroeger koos je niet voor elkaar”, blikt hij terug. “Je werd elkaar gegeven en leefde je leven lang in dezelfde kring: het dorp waar je opgroeide en waarbinnen een sociaal netwerk actief was. Dat kan verstikkend zijn, zeker als je het gevoel hebt dat je er niet in past, maar er zitten ook heel rijke kanten aan.” Vandaag kunnen wij er bewust voor kiezen zo’n leven aan te gaan, stelt Tim: “Samen het leven vormgeven, ook als het moeilijk is — net als in een huwelijk. Je kiest om door conflicten heen te gaan, er samen mee aan de slag te gaan. Proberen te vergeven, proberen te verzoenen. En zo pogen we in de voetsporen van Jezus te treden.”

Zelf maakte hij in zijn tijd in Libanon kennis met dat gemeenschapsleven. “De Syrische cultuur is nog veel meer dan bij ons gestoeld op gemeenschap”, vertelt Tim. “Daar zagen we de rijkdom ervan, in combinatie met een minder gejaagd leven. Want het gejaagde leven dat wij hier leiden, staat ook gemeenschap in de weg: ‘geen tijd, geen tijd!”

In Libanon hebben de mensen verloopt het leven rustiger, weet Tim. “Daar hebben mensen niet die overspannen drukke agenda. Na het werk is de tijd vrijer in te vullen. Je gaat bij je buren op bezoek, of naar de winkel en maakt een praatje met de winkelier. We konden daar proeven van een rustiger gemeenschapsleven en zagen: ‘Daar zit iets in dat wij kwijt zijn, en graag terug zouden krijgen.’”

Kenmerken van de gemeenschap

“Onze gemeenschap moet aan een aantal kenmerken voldoen,” gaat Tim verder, “en die proberen we met elkaar helder te krijgen. Als eerste: wij willen graag Jezus volgen, en proberen meer zoals Jezus te zijn,” getuigt Tim. “Jezus is de perfecte beeltenis van God. God is de Schepper, de Onderhouder van alles. Als God stopt, stopt alles — dan kan niets meer blijven draaien. Wij willen ons graag afvragen: ‘Hoe kan ik me vandaag verhouden tot God?’”

Door Bijbellezen ontmoet hij God, getuigt Tim. Ook voelde hij de Heilige Geest in hem werken tijdens gebed. Toch blijft hij nuchter: “Tegelijk neig ik ook naar kritisch denken en de zaken bevragen en ben ik soms ook teleurstellingen tegengekomen, en stelde daardoor ook mijn geloof in vraag. Ik vroeg alsmaar: ‘God, waar zijt Gij’? Hij geeft ons het leven. Alles ligt in Zijn hand, alles komt uiteindelijk goed, al weten we niet hoe en begrijpen we niet alles. In het dagelijks leven ervaar ik tegenwoordig God maar weinig, en toch bouw ik er mijn leven op.”

Het is niet omdat je God niet ziet, dat Hij er niet is. Geloof is een manier van kijken

“Ik loop op straat en zie bomen, maar ik kan er ook bij stilstaan en echt observeren — en daardoor werkelijk de bomen, de details en hun verschillen zien. In het stadsklooster hoop ik te leren God meer te zien in het leven.”

Samenleven op christelijke basis

De groep wil graag samenleven in hetzelfde gebouw. “Ideaal gezien een klooster natuurlijk,” lacht Tim, “maar het kan ook een fabriekspand zijn dat wordt verbouwd, of in het uiterste geval een aantal huizen in dezelfde straat. Het gaat erom dat we in elkaars nabijheid zijn. Elkaar vaker ontmoeten, niet per se gepland. Het is moeilijk om gemeenschap te zijn als je verspreid woont.”

Een ander kenmerk is de christelijke basis. “Onze insteek is niet interreligieus. Andere religies vind ik heel waardevol, maar wij willen ons graag verdiepen in het christendom, op oecumenische basis. Mensen die zich bij ons willen aansluiten, moeten akkoord gaan met die visie en zich verbonden weten met een geloof dat onder de christelijke koepel valt. In die zin is het ook niet vrijblijvend om je aan te sluiten. En hoewel het samenleven van verschillende geloofsbewegingen verrijkend kan zijn, zal het zeker ook schuren en discussie opleveren op bepaalde punten.”

Kenmerkend is dat de bewoners op een gezamenlijk ritme willen leven, met gedeelde rituelen zoals samen bidden, of Bijbelstudie, of vasten. Maar ook informelere bijeenkomsten maken deel uit van het leven in Stadsklooster Brussel, zoals een gezamenlijke maaltijd.

De stadskloosterlingen zien voor zichzelf een sociale taak weggelegd binnen het project. “We willen graag dienen. Bijvoorbeeld door onze wekelijkse maaltijd open te stellen voor buurtbewoners. Maar ook door mensen op te vangen die tijdelijk een gemeenschap of verblijfsplaats nodig hebben — denk aan vluchtelingen of alleenstaande moeders. Onze gasten mogen aanleunen bij onze werking en meedraaien met ons ritme, maar dat zal niet verplicht zijn. Gastvrijheid is het belangrijkste.”

Kenmerkend voor de groep is verder dat de deelnemers voor een groot deel blijven leven zoals ze dat nu doen. “We werken, doen kerkelijke activiteiten, we zijn met ons gezin bezig, onze kinderen gaan naar school. Kortom: we staan midden in het gewone leven.”

Met elkaar in dialoog gaan, samen zoeken naar de weg — ook dat hoort bij het concept. “Het is een experiment, een leefwijze in opbouw”, verklaart Tim. “Dat samen doorleven is een worsteling. En ik denk dat daarin juist de kracht schuilt. Je krijgt het niet cadeau. Je groeit erin, en je groeit erdoor.”

De regel van Stadsklooster Brussel

Alle ideeën, voornemens en gedachten die er zijn, leiden er volgens Tim bijna automatisch toe dat de bewoners van Stadsklooster Brussel — hoewel ze geen officiële religieuze orde zijn — niet ontkomen aan het formuleren van een ‘regel’, zoals die ook bestaat bij de bekende kloosterordes. “Iets in de trant van: dit is waar we voor staan, dit is waar we ons voor willen inzetten. Maar ook: wat te doen wanneer iemand uit het project wil stappen, hoe zit het financieel in elkaar? Grenzen afbakenen, zodat voor ieder duidelijk is waar het om gaat.”

De regel geldt ook als leidraad wanneer nieuwe mensen zich aanmelden, om te toetsen of er genoeg gemeenschappelijke grond is tussen de nieuwkomer en de gemeenschap.

Onlangs lazen ze samen het boek Gemeenschapsleven van de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer’ getuigt Tim. “Bonhoeffer omschrijft daarin hoe je een gemeenschap op christelijke basis kunt opbouwen. Hij raadt aan de utopie van het samenleven zo snel mogelijk te doorprikken: zorg dat je verwachtingen realistisch zijn, dat je voorbereid bent op conflict. Daar moet je samen doorheen, in gesprek en indien nodig met hulp van buiten de groep.

Gemeenschap schuurt voor een individualist, maar het kan je wel meer mens maken, met Jezus als leidraad

Keuzes maken

Gemeenschap kan een breder draagvlak creëren voor activiteiten. Maar dat neemt niet weg dat je nog altijd keuzes moet maken, stelt Tim: “Soms moet je zaken loslaten, want je hebt niet plots meer uren in een dag. Misschien komt er in plaats van bepaalde hobby’s bijvoorbeeld een gezamenlijk gebedsmoment.” Keuzes maken betekent ook: vertraging inbouwen in je leven. Als voorbeeld noemt Tim het spontaan bij iemand op bezoek kunnen gaan, op een moment dat het je goed lijkt dat te doen.

“Mijn vrouw en ik zijn verbonden aan een evangelisch-charismatische huiskerk in Brussel, die is aangesloten bij de federale synode. We zijn daar heel actief. Dat doet ons ook nadenken over het spanningsveld tussen klooster en kerk. Als je in het stadsklooster woont, moet je dan nog ten volle lid zijn van een kerk? Want dat betekent dat je twee gemeenschappen hebt die aan je trekken voor gelijkaardige zaken. Al is het klooster geen kerk,” vult hij aan, “beide moeten elkaar ergens aanvullen.”

“Je moet keuzes maken: waar besteed je je tijd aan? Soms zien we dat mensen zó bezig zijn met het organiseren van activiteiten rond hun kerk, dat ze geen tijd meer hebben voor andere aspecten van het leven. Vrienden, familie — dat is ook belangrijk. Dat is óók gemeenschap. Er zijn dus verschillende gemeenschappen waar je deel van uitmaakt, en die met elkaar verzoend moeten worden. Hopelijk kunnen we elkaar binnen het klooster inspireren om de juiste keuzes te maken.”

Een moderne manier van klooster zijn

De groep leent een aantal ideeën van het traditionele klooster, maar niet volledig, omdat ze zich niet willen afkeren van de wereld. “We kiezen niet voor een contemplatief leven, maar voor interactie”, zegt Tim. “Maar ook binnen de traditionele kloosters is er een brede waaier aan invullingen. Er zijn ordes die juist sterk op de buitenwereld gericht zijn en op het sociale aspect.”

Het grootste verschil tussen Stadsklooster Brussel en een traditioneel klooster? Tim denkt even namen zegt dan: “Wij kiezen er niet voor de klassieke geloften af te leggen: kuisheid, gehoorzaamheid en armoede. We hebben ook geen abt die ons leidt of voorgaat. We hebben meer individuele vrijheden. Elk gezin krijgt zijn eigen appartement met eigen voorzieningen. En ieder beheert zijn of haar eigen inkomsten; dat verdwijnt niet in een gemeenschappelijke pot.”

“Eigenlijk is het dus een heel moderne manier van werken,” lacht hij. “We bekijken de kloostergeschiedenis en selecteren wat ons aanspreekt: het basisidee passen we aan onze eigen wensen aan, en de rest laten we varen.”

Contrast tussen comfort en roeping

Hoewel de naam Stadsklooster Brussel veelbelovend klinkt, heeft het project momenteel nog geen eigen plek gevonden. “Het liefst zouden we in Brussel een plek vinden”, aldus Tim. “Een tijd geleden waren we uitgenodigd door een katholieke parochie dicht bij het Zoniënwoud. Een mooie plek, de kinderen konden zo het bos in en overal spelen.” Toch strookte die plek niet met de visie van het Stadsklooster: “We willen graag in een gemengde buurt wonen, om juist daar het verschil te kunnen maken voor mensen met verschillende achtergronden. Het zet wel het contrast op scherp tussen wat misschien beter lijkt voor onze kinderen, en datgene waarvoor we denken dat we geroepen zijn.”

Dit voorjaar hadden de initiatiefnemers contact met de paters assumptionisten in Koekelberg. “Via ons netwerk kwamen we met hen in contact. De paters leven al vele jaren in een omgebouwde oude fabriek. Een prachtige ruimte, met een refter en een kapel. Ze moeten om uiteenlopende redenen verhuizen en willen ons graag als opvolgers, zodat hun levenswerk een vervolg krijgt.” De aankoop- en renovatiekosten bleken echter te hoog voor het budget, waardoor het plan niet door kon gaan. Tim: “Het was voor ons een realitycheck. We kunnen het met onze eigen middelen niet waarmaken.”

Via het katholieke netwerk, of via religieuze ordes, hoopte Stadsklooster Brussel een onderkomen te vinden. Zo onderzochten ze de mogelijkheid van erfpacht. De leefgemeenschap mag in dat geval tegen een symbolisch bedrag gedurende een vastgestelde periode het domein beheren en onderhouden. Maar ook dat leverde niets op. Momenteel onderzoekt hij meerdere opties, zoals crowdfunding en het aanstellen van een betaalde kracht die zich één dag in de week met het project kan bezighouden.

Ondanks de uitdagingen staat hij er ontspannen in: “Ik denk dan maar: als een deur open moet gaan dan zal dat wel gebeuren. Of soms moet je even duwen tegen een dichte deur, en als die opengaat is dat mooi meegenomen. We mogen vertrouwen hebben – al betekent dat niet dat je in je stoel moet blijven zitten.” In afwachting van een vaste plek bouwen de initiatiefnemers van Stadsklooster Brussel vanuit hun woonplaatsen aan de gemeenschap. “We organiseren twee keer per week een online gebedsmoment, en eens per maand komen we live samen.” Ook zijn er gezamenlijke boekbesprekingen, momenten met de kinderen, en jaarlijks gaat de gemeenschap samen op stap.

“Ik denk wel dat het leeft,” knikt Tim, “dat experimenteren met de vormen van vroeger. Veel mensen zijn op zoek naar manieren om die waarden opnieuw in hun leven te integreren.”

“In Amerika heb je de New Monasticism-beweging. Sommigen onder hen houden zich bezig met ecologie en verzamelen bijvoorbeeld wapens om ze om te smeden tot gereedschap. Ook in het Verenigd Koninkrijk zijn heel wat gemeenschappen actief, en in Nederland en Duitsland bestaan verschillende stadskloosters. Denk ook aan een organisatie als Chemin Neuf. Deze gemeenschappen sluiten zich niet noodzakelijk aan bij een bestaande orde, maar vormen hun leven naar hun eigen inzichten.”

De nieuwe gemeenschappen zorgen ook voor een verschuiving in media-perceptie, ervaart hij. “Waar de media soms zeer negatief en afwijzend konden zijn over religie, komen kranten ons nu interviewen met open vizier — nieuwsgierig, zonder de kritische toon die ik zou verwachten. Dat vind ik opmerkelijk.”

Individualisme en zingeving

Het geheim van die verschuiving? “Ik denk dat wij met ons project raken aan twee thema’s die sterk leven in de maatschappij: ten eerste zingeving, en ten tweede de gevolgen van doorgedreven individualisme”, stelt Tim. “De vele cohousingprojecten die de laatste jaren zijn opgestart hebben volgens mij met die thema’s te maken. Ze willen een wapen tegen eenzaamheid zijn, maar hebben vaak ook een ecologische missie: zorgen voor elkaar en voor de wereld. Sommige hebben zelfs een heel holistische visie, met bijvoorbeeld een crèche onder hun dak en ouderenzorg erbij.”

En dan is er nog het zingevingsaspect: “Jongeren zijn op zoek naar kaders en houvast. In veel landen zie je dat jongeren opnieuw met geloof bezig zijn, het domein van spiritualiteit verkennen. Waarschijnlijk komt dat omdat zij zich, anders dan hun ouders, niet hoefden af te zetten tegen de kerk. Ze zijn zonder kerk opgegroeid en staan er dus vrijer tegenover. Dat wij met het stadsklooster gemeenschap en zingeving samenbrengen, maakt ons in zowel de seculiere als de christelijke wereld interessant.” Gemeenschap is het antwoord op de uitdagingen van deze tijd, denkt hij: “Meer verbinding, meer vertrouwen. Wanneer die dingen ontbreken, komt ook het democratisch model onder druk te staan — zeker wanneer de bevolking geen vertrouwen meer heeft en de overheid steeds meer wil controleren. Met als gevolg de opkomst van zowel extreemrechts als extreemlinks.”

Artificiële intelligentie als Socratische assistent

“Ik ben nu bezig met een boekje over AI. Daar kun je heel goede dingen mee doen, en dat gebeurt ook — denk maar aan doorbraken op medisch gebied. Ik ben er persoonlijk dan ook geen tegenstander van,” verklaart Tim. “Maar anderzijds ondermijnt het op bepaalde vlakken ook wezenlijk menselijke zaken. Technologie wordt soms gepresenteerd als hét antwoord op een maatschappelijk probleem, maar pakt vaak alleen de symptomen aan.”

De manier waarop AI in het onderwijs wordt ingezet, getuigt volgens hem van een gebrek aan visie: “Onderwijs is vormend. En wat is vormend? Alles wat, bij wijze van spreken, met bloed, zweet en tranen wordt bereikt. Dat proces wordt nu ondergeschikt gemaakt aan efficiëntie. Kijk, als je denkt dat het doel is ‘de taak afkrijgen en inleveren’, dan kan AI daar prima bij helpen. Maar ik denk dat juist de weg ernaartoe — het overwinnen van de obstakels die je onderweg tegenkomt — juist heel vormend is.”

Aandachtig lezen: we doen het nauwelijks nog. Mensen consumeren teksten, ze pakken eruit wat ze nodig hebben, de rest ontgaat ze, illustreert Tim. “We zijn enorm gejaagd, gericht op efficiëntie. AI zou in het onderwijs kunnen worden ingezet als een soort Socratische assistent die je voortdurend bevraagt, in plaats van de antwoorden te geven.” Het mag duidelijk zijn: ook in Tims visie op onderwijs zit het zoeken naar vertragen vervat. “De tijd krijgen om tot iets te komen is zo belangrijk”, stelt hij. “We moeten opnieuw leren om de kleine dingen van het leven waar te nemen.”  

Dat is geen pleidooi om terug te keren naar het verleden, haast hij zich te zeggen. “We moeten vooruit; ik denk niet dat het goed is om puur conservatief te zijn. Ons project Stadsklooster heeft niet tot doel de beschaving te redden. Wel dit: oordeel met wijsheid, en vraag je af wat van waarde is. Geloof wordt vaak zo’n pakketje: als je dit gelooft, moet je dat ook geloven. Ik vind het belangrijk om niet alles voor waar aan te nemen, maar zelf af te wegen waar ik in geloof en wat voor mij van waarde is. We leven in de 21e eeuw, maar mogen ons tegelijk laten inspireren door Benedictus, Franciscus en Ignatius — ook in hoe we onze kloostergemeenschap vormgeven.”

Over de auteur

Martine Meijers woont in Antwerpen en werkt als beleidsondersteunend medewerker bij Ligo, centrum voor basiseducatie. Ze is redacteur van De Band, het kwartaalblad van de Antwerpse protestantse kerken, en schrijft voor Theologie.nl over geloof, zingeving en kerkelijk leven in deze tijd.

Bronnen:

Tim Brys – Hoe maak je een stadsklooster (Otheo, 2025) 

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken