Aswoensdag
OT: Joël 2,12 -19 Psalm: Psalm 57, Psalm 103,8- 12 EV: Matteüs 6,1 -6.16- 21 Epistel: 2 Korint iërs 5,20 -6,10 Overig: Alternatieven:
OT: Joël 2,12 -19 Psalm: Psalm 57, Psalm 103,8- 12 EV: Matteüs 6,1 -6.16- 21 Epistel: 2 Korint iërs 5,20 -6,10 Overig: Alternatieven:
Aan het begin van de Veertigdagentijd, waarin verschillende passages uit Jeremia en Klaagliederen gelezen zullen worden, lijken we hier in Jeremia 14 een beetje met de deur in huis te vallen. Het is meteen ‘van dik hout’: totale ontreddering vanwege de ‘grote droogte’, die in de eerste verzen beschreven wordt.
Aswoensdag: we gedenken dat we stof zijn en gaan weken in van bezinning en van beperkingen op ons consumeergedrag. Maar ten gunste van wie? Zeker, er zijn allerlei ‘vastenacties’, meestal voor mensen ver weg. Maar wat prevaleert wanneer je daaraan meedoet: echte betrokkenheid bij de mensen voor wie je doneert, of een goed gevoel over jezelf? De lezingen van vandaag confronteren ons met de vraag wat mijn en ons vasten inhoudt, en zegt daarbij wat het zou moeten zijn.
In Joël 2 en Psalm 57 is sprake van angst voor een dreiging. In Joël 2 bestaat de dreiging uit de naderende legermacht van Alexander de Grote; in de psalm uit ‘Saul’, de door het volk ‘gevraagde’ koning die David wil verdelgen. In de spelonk – als een prelude op het ‘verborgene’ uit Matteüs 6 – bevindt David zich letterlijk met de rug tegen de muur. Maar hij is tegelijk veilig nu dit ‘verborgene’ hem aan de waarneming van Saul onttrekt. Vanuit dat besef wordt in de psalm vanuit het dieptepunt de lof ingezet.