Menu

Filters

Auteur

Hoofdthema

Pleinen

Soort materiaal

Andere bronnen

Premium

De eenheid bewaren

In Exodus 19,1-11 klinken woorden die te maken hebben enerzijds met Gods heilsdaden, anderzijds met het antwoord van mensen op die heilsdaden. ‘Met eigen ogen hebt gij gezien hoe Ik ben opgetreden tegen Egypte’ (19,4). Eerst wordt gesproken over Gods handelen in de geschiedenis, hoe Hij zijn oog heeft laten vallen op dat ene volk. Maar tegelijk wordt ook van dat volk iets gevraagd. Niet ‘teruggevraagd’. Dat zou inhouden dat we werken met het principe: voor wat hoort wat. Neen, van de mens, van het volk wordt gevraagd dat men het verbond zal onderhouden.

Premium

Laat hen allen één zijn

In Exodus 19 lezen we hoe de Israëlieten zich moeten heiligen om de Eeuwige te ontmoeten bij de heilige berg. Psalm 68,1-14 bezingt hoe de Eeuwige in al zijn macht en grootheid zijn vijanden verplettert, maar met een milde regen nieuwe kracht schenkt aan zwakken. Wie uit die kracht put is als een boom aan stromend water, zegt Psalm 1. In twaalf woorden vat 1 Johannes 5,11 het evangelie samen: ‘God heeft ons eeuwig leven geschonken en dat leven is in zijn Zoon.’

Premium

Niet verborgen

Wij mensen kunnen van Hem zeggen dat Hij een God is die zich verborgen houdt (Jes. 45,15), maar van Zichzelf zegt Hij: ‘Niet in het verborgene heb Ik gesproken’ (Jes. 45,19). Wij kunnen vertwijfeld uitroepen: ‘Wáár is God nu…?’, maar Zélf herinnert Hij ons altijd weer aan zijn naam: ‘JHWH – Ik ben er’ (Jes. 45,19b). Het is de liefde waarover Jezus onomwonden spreekt die het zicht op God openhoudt, waardoor er geen sprake kan zijn van enige verborgenheid. Maar evenzeer het zicht op de mens, waardoor we elkaar kunnen liefhebben…

Premium

Herstellen, navolgen en getuigen

De opdracht die Jezus aan Petrus geeft in het slot van het Evangelie volgens Johannes, heeft veel vragen opgeroepen in de receptiegeschiedenis ervan. Daarbij draait de controverse om de bijzondere rol die Petrus al dan niet toebedeeld krijgt onder de leerlingen – en de mogelijke gevolgen daarvan voor Petrus’ opvolgers, de bisschoppen van Rome. De tekst gaat echter over meer dan over de relatieve posities van Jezus’ leerlingen – in deze perikoop naast Petrus ook de geliefde leerling. Met name staat de vraag van navolging überhaupt centraal.

Premium

‘Maar vernietigen zal Ik het niet’

‘Maar vernietigen zal Ik het niet.’ Deze woorden zijn het enige lichtpuntje in het tekstgedeelte van vandaag. Ze slaan op het land of op de aarde. De Statenvertaling geeft ze tussen haken weer: ‘(doch Ik zal geen voleinding maken)’ (4,27; vgl. 5,10.18). Jeremia verkondigt de net-niet-totale ondergang. Dat roept bij ons meteen de vraag op: is er redding mogelijk uit dit Armageddon? Geen vreemde vraag op Palmzondag, als we Hosanna roepen: ‘Red toch!’

Premium

Méér dan een pelgrim

Voor de christengemeenschap rond Marcus is het duidelijk: Jezus als de Gezalfde van God (1,1) verkondigt de nabijheid van het Rijk Gods (1,14). Dit kan gemakkelijk verkeerd begrepen worden door een volk dat verdrukt wordt door de Romeinen, en hoopt dat er van Godswege bevrijding zal komen. Marcus beschrijft Jezus niet als een aardse koning die met geweld de strijd tegen de Romeinen zal aangaan. Hij ziet Jezus als de Mensenzoon, een lijdende dienaar, die als nederige koning Jeruzalem binnenkomt op een veulen, en zich laat zalven voor zijn begrafenis.

Nieuwe boeken