Een filosofie van de liefde
Liefde als bron van waarheid, goedheid en schoonheid (deel 2) “De werkelijkheid zien voor wat ze is, is een morele prestatie, en het is de liefde die daartoe aanspoort.”Filosofisch drieluikDit […]
Liefde als bron van waarheid, goedheid en schoonheid (deel 2) “De werkelijkheid zien voor wat ze is, is een morele prestatie, en het is de liefde die daartoe aanspoort.”Filosofisch drieluikDit […]
Deze bijdrage is een poging om een stukje filosofie van Immanuel Kant over ‘ratio en contemplatie’ te benaderen vanuit een theologisch gezichtspunt en het zogeheten ‘transcendentale systeem’ als zodanig te interpreteren. Dit systeem zet hij uiteen in zijn ‘Kritik der reinen Vernunft’ (1781), het dogma van de vrije redenering: Kants epistemologie van de vrijheid.
Wijsbegeerte is het verlangen naar wijsheid. In veel beschouwingen over wijsbegeerte staat die wijsheid centraal. Veel minder wordt de nadruk gelegd op het hart van de zaak: het gegeven dat het verlangen – de begeerte om iets of iemand helemaal te kennen – de drijvende kracht is om wijs te kunnen worden. Het verlangen tot zo’n volledige ‘bekentenis’ leidt naar wijsheid.
Met veel genoegen heb ik het boek van Henk de Roest gelezen waarin hij pleit voor samenwerkend onderzoek in de praktische theologie, waarbij onderzoeker en practicant gezamenlijk onderzoek verrichten. In deze bijdrage reageer ik met een methodologische doordenking, waarbij de focus ligt op de spanning tussen onderzoeker en practicant.
In zijn recente boek Collaborative Practical Theology. Engaging Practitioners in Research on Christian Practices voert Henk de Roest een warm pleidooi voor samenwerking in de praktische theologie tussen onderzoekers en onderzochten, wetenschappers en gelovigen. Eerder mocht ik zijn boek aan de Vrije Universiteit komen becommentariëren en een uitwerking van die lezing ligt hier voor.
De Japanse zenmeester Eihei Dōgen beschreef hoe je de samenhang van eenheid en veelheid kunt ‘zien’. Maar ook als deze helderheid niet lijkt door te breken, hoeven we volgens hem niet te treuren. We bevinden ons namelijk altijd in de sacrale ruimte van het universum en kunnen ons hier onmogelijk van losmaken, net zo min als ‘een vis het water verlaat of een vogel de lucht’.
We zijn een deel van de kosmos. Als zodanig kan ‘de kosmos’ nooit aan ons als een ding verschijnen. Wel zijn wij in staat om over onszelf en over de kosmos na te denken. Vanuit natuurwetenschappelijk en filosofisch opzicht is er geen enkele reden om de mens centraal te stellen. Maar in de mens is de kosmos wel tot zelfbewustzijn gekomen. Dat schept verantwoordelijkheid.
De titel boven dit artikel is van Trouw-columnist Ephimenco en stond in 2018 boven zijn reactie op een opiniebijdrage van mijn hand, dat precies dat betoogde: de term ‘queer’ is uitstekend geschikt om Jezus, zoals hij in de (canonieke) evangelies geportretteerd wordt, weer te geven.
Vorige week stak een Afghaanse vrouw zichzelf in brand op het Griekse eiland Lesbos. Zij verbleef in het kamp voor asielzoekers op dit eiland dat is aangelegd nadat het roemruchte kamp Moria afbrandde. De Griekse autoriteiten klagen de vrouw aan voor brandstichting. Er moet een boodschap worden afgegeven, zei een woordvoerder. ‘Dit had een grotere brand kunnen veroorzaken.’ Maar de vrouw gaf een boodschap af. De boodschap van haar uitzichtloze ongeluk en het feit dat zij daarmee niet kan leven. Horen wij die boodschap?