Menu

Premium

Toren

Eén ding hebben alle torens met elkaar gemeen: zij vallen op. Torens steken uit boven andere gebouwen en trekken daarmee de aandacht. Zij bieden uitzicht. Zij dienen als oriëntatiepunt dat van verre zichtbaar is.

In het oude Nabije Oosten was de toren geliefd. Hetzij vanwege het religieuze aspect (tempeltoren), hetzij vanwege de veiligheid (wachttoren). Welke functies torens in de bijbel hebben, onderzoeken we in het vervolg.

Grondtekst

Het Hebreeuwse woord voor toren is migdal, dat ongeveer 50x voorkomt, waarvan eenderde in Nehemia en Kronieken. De migdal heeft soms meer weg van een burcht dan van een spits bouwwerk. Opvallend is het gebruik van de toren in Hooglied (4:4; 7:5; 8:10; misschien 5:13), steeds als beeld om de hoofdpersoon te karakteriseren. Het woord heeft bekendheid gekregen door het verhaal van de torenbouw van Babel (Gen. 11:4-5; zie bij de bespreking van ‘ladder’). Meer dan eens zien we het als onderdeel van of verbonden met een plaatsnaam: Migdal-El (Joz. 19:38); Migdal-Gad (Joz. 15:37); Migdal-Eder (Gen. 35:21); toren van Chananel (Jer. 31:38); toren van David (Hoogl. 4:4) enzovoort. Hieruit mogen we opmaken dat in Israël de toren een belangrijk bouwwerk was. Nog twee andere woorden komen we tegen in het Oude Testament: in Jesaja 23:13 bachoen, een belegeringstoren (Statenvertaling: ‘sterkte’; Willibrord: ‘stormtorens’), en in 32:14 bachan, ‘wachttoren’ (mogelijk hier eigennaam naast Ofel). Zie ook het Griekse pyrgos in de apocriefe boeken, onder andere in 3 Ezra 1:55; 4:4; Judith 7:5; 1 Makkabeeën 1:33; 4:60; 5:5, 65; 2 Makkabeeën 10:18,22,36;13:5; 14:41. Hier gaat

het om torens van waaruit men verdedigt en waarheen men kan vluchten. Het Nieuwe Testament noemt op vier plaatsen pyrgos, ‘toren’, voornamelijk in gelijkenissen; zie Matteüs 21:33 (en de parallel Mar. 12:1; vgl. Jes. 5:2), Lucas 13:4 en 14:28.

Letterlijk en concreet

a.In de bijbel zien we diverse typen torens met uiteenlopende functies. Doorgaans gaat het om torens bij of op de stadsmuur. Zij zijn gebouwd met het oog op de verdediging van de stad; zij bieden uitzicht op de wijde omgeving, zodat vijanden meteen kunnen worden gesignaleerd (2 Kon. 9:17; 2 Kron. 14:6; 27:4; 32:5; Jes. 23:13). Op de torens plaatsen de verdedigers wel oor-logsmaterieel (2 Kron. 26:15). Deze torens hebben soms een enorme hoogte. Lucas 13:4 verhaalt van de instorting van Siloams toren, waarbij achttien mensen het leven verloren. Dat moet wel een hoog bouwwerk zijn geweest. Het apocriefe Judith 1:3 spreekt van torens bij de stadspoorten met een lengte van bijna vijftig meter en met fundamenten van ongeveer dertig meter breed (vgl. de ongeveer vijfentwintig meter hoge toren in 2 Makk. 13:5). Of zijn deze maten hier hyperbolisch bedoeld om de macht van de koning te tonen? Torens in de stad, vaak in de nabijheid van een tempel, dienen eveneens als vluchtruimte (Richt. 9:51-52). Bij grote dreiging geldt de toren, sterk als hij is, als laatste plek van veiligheid.

b.Verder vernemen we van torens in de wijngaard en in het veld (2 Kron. 26:10; Jes. 5:2; Mar. 12:1). Deze toren heeft twee functies. De eerste is die van bescherming voor de arbeiders en herders; de tweede die van uitkijkpost om indringers te signaleren. Ook bewaart men wel voedsel in de toren (1 Kron. 27:25).

Beeldspraak en symboliek

a.Psalm 48 met zijn lyrische beschrijving van Sion geeft aan de toren en de muren van de stad zowel een letterlijke als symbolische betekenis. De zanger roept de pelgrims op rond de stad te trekken, zijn muren te aanschouwen en zijn torens te tellen (vs. 13-14). De concrete stad, muren en torens onthullen een diepere zin. Het tellen symboliseert de macht (vgl. Jes. 33:18). Dit prachtige en solide bouwwerk is een en al verwijzing naar de grootheid en trouw van de Heer.

b.De dichter van Hooglied bezigt in zijn liefdeslyriek graag de toren als metafoor. De hals van de vrouw is als de toren van David (4:4). Het beeld benadrukt de statigheid. Zoals de koninklijke toren fier boven alles oprijst, zo krachtig staat de vrouw daar. Zij laat zich niet zomaar innemen, is bijkans niet te veroveren (vgl. Ps. 48:3). De terminologie van vers 4 doet denken aan strijd – torens, schilden en wapenuitrusting. Blijkbaar liggen liefde en dood, vrede en strijd, zoet en bitter dicht bij elkaar. Verderop wordt haar hals vergeleken met de ivoren toren (7:4[5]). Naast de fierheid en het onneembare verwijst de schittering van de ivoren toren (vgl. 1 Kon. 10:18) naar de schoonheid van de vrouw. De toren van de Libanon, in hetzelfde vers, drukt de weerbaarheid van de vrouw uit. In 8:10 vergelijkt de vrouw zich met een muur en haar borsten met torens. Muur en toren, zo vaak samen genoemd, staan voor afscherming en veiligheid. Dat wil zeggen, zij heeft iedereen op afstand gehouden en haar eer bewaard. Aldus dient zij haar broers met hun kritische blik van repliek. Misschien wijst de combinatie van muur en borsten op het evenwicht tussen hardheid (muur) en zachtheid (borsten) in het leven van de vrouw.

c.De parabel van de wijngaard (Mat. 21:33; Mar. 12:1), die herinnert aan de harde profetie van Jesaja 5, vermeldt dat de wijngaardenier ook een wachttoren in de wijngaard bouwt. De toren moeten we niet loskoppelen van de rest; hij is onderdeel van de wijngaard. De wijngaard is het volk van God, de pachters verwijzen naar de geestelijke leiders van dit volk; de laatsten hebben echter niet het welzijn van de ‘wijngaard’ op het oog. Het late geschrift Henoch heeft het over de verwoesting van de schaapskooi en toren, waarmee de verwoesting van het volk is bedoeld (89:66-67; vgl. de Brief van Barnabas 16:5). Een verwoeste toren verbeeldt het einde van elke bestaansgrond. Immers, een functionerende toren is een teken van veiligheid en weerbaarheid. Op de dag van de Heer zullen torens vallen. Anders gezegd, de crisis is compleet. Deze crisis is noodzakelijk om vernieuwing te verkrijgen (Jes. 30:25). De rijzige gestalte van de toren kan beeld zijn van trots en arrogantie, waaruit onrecht voortkomt. Zulke torens worden omvergeworpen. Volkeren of mensen die daar op lijken, hebben geen bestaansgrond. De Heer ageert tegen al wat hoog is, zegt Jesaja 2:10-18. Op indrukwekkende wijze speelt de auteur hier met begrippen hoog en laag (vgl. Ezechiël 26:4, 9). De dichter Barnard heeft deze gedachtegang treffend verwoord: ‘Het onderste komt boven, de torens vallen om…’ (Gezang 482, Liedboek voor de Kerken).

d.De dichter van Psalm 61:4 noemt God een ‘sterke toren tegen de vijand’. Gelet ook op het eerste versdeel duidt hij met dit beeld God als degene bij wie hij kan schuilen. Mogelijk bedoelt de dichter op de asielplaats in de tempel. Die plaats is onoverwinnelijk omdat de Heer er woont. Hetzelfde zien wij bij de wijsheidsleraar, die de sterke toren als metafoor voor de Naam gebruikt (Spr. 18:10). Hij bedoelt: wie God aanroept als de basis van zijn leven, zal leven, ook al wordt hij bedreigd. Denkend aan deze teksten, past de zanger van de Rol der Lofprijzingen uit Qumran het beeld in omgekeerde richting op zichzelf toe: ‘Gij hebt mij gesteld als een sterke toren, als een steile muur’ (7:8). Dezelfde woorden verschijnen als bede in de eschatologisch getinte Zegenspreuken (5:23). De Eeuwige schept rechtvaardige mensen tot torens, bronnen van kracht.

e.Om de hardnekkigheid ervan tot uitdrukking te brengen, spreekt het Testament van Levi van goddeloosheid en ongerechtigheid als een toren (2). En de gehuwde vrouw is voor haar minnaars een ‘toren des doods’, zegt de wijze (Sir. 26:22). Zij hebben haar huwelijkse staat te respecteren!

Praxis

a.Liederen:

Liedboek: Psalm 48; 61; 78; 89; Gezang 61; 262; 482;Alles I: 4; Bijbel I: 8; 43; Gezegend: 119; 260; ZAD II: 6; Zing: 64; Zingend V: 75.

b.Poëzie:

Virginia Hamilton Adair, Gedichten, Baarn 1998, blz. 76-77: ‘De Ruïne’. H. Marsman, Verzamelde gedichten, Amsterdam 198810, blz. 105: ‘Toren van Babel’. J.W. Oerlemans, De gedichten van vroeger, Amsterdam 1992, blz. 228: ‘Babels’. Ankie Peypers, Letters van een naam, Baarn 1985, blz. 24: ‘De stompe toren’.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken