Menu

Basis

‘Troost, troost mijn volk’

Epifanie (Jesaja 40:1-11, Psalmen 104:1-13, Titus 3:4-7 en Lucas 3:15-16:21-22)

Hoe ensceneren de lezingen voor deze zondag de doop van Jezus in de Jordaan? Jesaja zet de toon. Heel het voorafgaande is opgerold en voorbij. Nu alles wat te verduren is voor ballingen in de ballingschap ten diepste gepeild is, hoor je hoe de stem van degene die voorleest diep ademhaalt. En bijna fluisterend klinkt wat nooit gehoord is: nachamoe nachamoe ‘ammi (‘Troost, troost mijn volk’ – Jesaja 40:1).

Het zijn de letters die ook klinken in de naam kafar nachoem, ‘troostdorp’ Kafarnaüm, en in de naam Noach, ‘deze zal ons troosten’ (Genesis 5:29). Het kan bijna alleen maar gefluisterd worden. Het bestaat wel. Troost. In al je onheil word je niet alleen gelaten. Voor God ben je er. Hij spreekt tot je. Die eerste woorden zijn als een arm om je heen, één en al belofte. Wat is er aan de hand? Wel, schreeuw het uit. De richting is bekend. Het is voor het hart van Jeruzalem. Jeruzalem moet weten dat de tijd van haar ellende voorbij is. Het leed is geleden. En de levenloze woestijn is een vindplaats aan het worden voor de weg van de Heer. Waar gaat Hij dan naartoe? Naar Sion, naar Jeruzalem. Daar zal zichtbaar worden wat het Goede Verhaal vertelt, over de herder die er voor zijn kudde zal zijn, die zich zal ontfermen over de lammeren en de zuigelingen. Hij staat ervoor in. Er zal voor hen toekomst zijn.

De wereld geschapen voor de mens

Er is schoon schip gemaakt. Alles wat de poëzie vermag, brengt de psalm bij elkaar om een wereld in beeld te brengen waar alles werkelijk goed is. Het dreigende water tot boven de bergen (Psalmen 104:6) is Gods regisseurskamer geworden, de wolken ‘zijn wagen’ die ‘wandelt op de vleugelen van de wind’ (104:3 – NBG ’51). De bronnen krijgen een weg toegewezen naar de dalen zodat de dieren in het veld kunnen drinken, terwijl de vogels in de lucht wonen en de aarde voedsel voorbrengt voor de mens: brood, wijn en olie. Die verzen 104:14-15 moet je erbij lezen. De tekst zet alles in scène om in beeld te brengen hoe God er is opdat de mens er kan zijn en het goed heeft. Mocht je in gepeins verzonken zijn, deze psalm rukt aan de scharnieren van je bewustzijn. Kijk! Kijk je ogen uit.

Gods goedheid voor de mens

Het doel is het eerst in intentie, in de bedoeling, het laatst in de uitvoering, leerde de klassieke filosofie. Daarom zijn het licht, het land, de wateren, dat wat wij de ‘schepping’ noemen, misschien niet de eerste bedoeling van de schepping. Wat God voor ogen heeft is goedheid – als een rijmwoord door het scheppingsverhaal geweven – en mensenliefde, waardoor Hij ons heeft gered. Dat is wat zijn barmhartigheid voor ons ‘uithaalt’, het goede voor ons. In de brief aan Titus (3:5) wordt die sleutel aangegeven. Zoiets is ook tussen de regels in de eerdere Jesajalezing aan te voelen.

Wie is de Messias?

De liturgie van vandaag geeft ons bovenstaande teksten mee. Zo komen we aan bij de Jordaan. We scharen ons gemakkelijk bij de menigte die daar in afwachting staat. Zou Johannes niet de Messias zijn? Maar Johannes is daar bij Lucas zeer gedecideerd over. Hij wil je wel door het water halen, maar het wachten is op degene die sterker is. Die zal dopen met de Geest en met vuur. Waarschijnlijk is het niet zo dat het gereedschap van die sterkere (Geest en vuur) van betere kwaliteit is dan het ‘water’ van Johannes. Maar meer dan over een nieuwe schepping (Genesis 1 en 8) gaat het over het aloude en steeds weer nieuwe verbond (Exodus 19). Ook wanneer Johannes zich daarvoor inzet, zich daarvoor geeft – hij is niet de godfather van dit geheim. Hij zal die sterkere niet opnemen als zijn leerling of toewijden aan zijn verbondenheid. Daarmee is ruimte vrij voor de vraag: wie zal dat dan wel doen?

‘Jij bent mijn geliefde Zoon’

En het geschiedt. Lucas blijkt nu bij zijn verhaal te komen. Terwijl alle voorbereidingen getroffen zijn en de toeschouwers op hun tenen staan en zich ter plaatse bijna verdringen, gebeurt alles, zo te zien of te horen, alsof er niets aan de hand is. Al het volk wordt gedoopt. Ook Jezus wordt gedoopt. Hij bidt. Alsof God op dit moment gewacht heeft, wordt de hemel geopend. De heilige Geest daalt neer in de gestalte van een duif. Al vanaf het ‘zweven over de wateren’ (Genesis 1:2) zit die duif in het verhaal. Vrede op aarde brengt hij in beeld bij Noach (Genesis 8:11). Jona/Duif wil die vrede in geen geval naar Nineve brengen. Alles is in scène gezet om God het luik van de hemel open te laten schuiven en God te laten zeggen: ‘Jij bent mijn Zoon, de geliefde, in Jou vind Ik mijn vreugde.’ Engelen hadden dit ook wel kunnen laten weten. Zij fungeren vaker als his master’s voice. Met Kerstmis hebben ze die rol nog gespeeld in de velden van Betlehem. Maar het lijkt erop dat God volgens Lucas nu zelf te kennen wil geven dat deze ‘Jij’ zijn zet is, zijn meesterzet.

Lucas zal nu alle namen van Jezus’ voorgeslacht gaan noemen, heel die bijbelse wereld in elkaar gaan schuiven. Zijn verhaal over Jezus is nu echt begonnen. In de liturgische lezingen van dit jaar zullen we daar veel van gaan horen.

Deze exegese is opgesteld door Jan Engelen.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken