Menu

Premium

Tussen Montsegur en Wolfenstein

Esoterica in de moderne populaire cultuur

Esoterische literatuur is wijd verspreid. Wie een willekeurige boekenwinkel inloopt, ziet kasten vol boeken gewijd aan wicca, horoscopen, helderziendheid, chakra’s, mandala’s, intuïtief weten, enzovoorts. Op internet is het aanbod nog groter. Toch stopt de invloed van de esoterica niet bij de ‘zweefmolenliteratuur’ (Kluun, God is Gek, 2009), ze is ook vertegenwoordigd in Hollywood-krakers, videogames en popsongs.

De ‘esoterische traditie’ heeft als fundamentele notie dat de wereld alleen gekend kan worden zoals deze is door middel van ‘gnosis’, ‘verborgen kennis’. Deze speciale kennis kan louter door middel van initiatie en dan nog alleen aan enkele uitverkorenen worden overgedragen. Wetenschappelijke kennis is overdraagbaar en verifieerbaar. Voor religieuze kennis geldt alleen het eerste. De gnostische kennis is echter niet-overdraagbaar en niet-verifieerbaar in de traditionele zin van het woord. Kennis is een gave aan of van de ingewijde. Deze kennis is niet specifiek, maar allesomvattend. Wie zichzelf kent, kent de kosmos, en wie de kosmos kent, kent zichzelf. Vanwege het exclusieve en elitaire karakter van deze religieus getinte epistemologie heeft de esoterische traditie in het Westen door de eeuwen heen een grote aantrekkingskracht gehad op intellectuelen en kunstenaars.

Deze esoterische traditie kent twee stromingen, die beide de notie van de gnosis delen: de hermetische en de gnostische variant. De hermetische esoterie begint volgens de traditie zo rond het begin van onze jaartelling in Alexandrië en zou teruggaan op de geheime leerstellingen van de Egyptische god Toth, in het Grieks Hermes. Alchemisten, theosofen en antroposofen behoren tot deze specifieke, esoterische stroming. Zij delen een sterk holistisch georiënteerde kosmologie, waarin het Al zich via emanaties differentieert in de rijkdom aan soorten en vormen die het universum rijk is. Alles wat bestaat, van de eenvoudigste steen tot het universum zelf, wordt doorademd met dezelfde goddelijke kracht. In die goddelijke kracht is alles wat bestaat één. In relatief onbereflecteerde vorm wordt deze hermetische esoterie ook in de moderne new age-bewegingen aangehangen.

De gnostische esoterie is veel pessimistischer. Gnostici delen de werkelijkheid op in twee radicaal van elkaar gescheiden werelden: die van het Licht en die van het Duister. Alles wat bestaat wordt in één van beide ‘kampen’ opgedeeld die een eeuwige strijd met elkaar aangaan. Lichaam, vrouw, voedsel en materie horen bij de Duisternis; geest, ziel, man en ideeën horen bij het Licht. Er is geen hoop op een uiteindelijk samenkomen van alle materie en geest, maar alleen hoop op een definitieve vernietiging van lichamelijkheid, materie, vrouwelijkheid enzovoorts.[1]

In dit artikel geef ik zeven voorbeelden van cultuuruitingen waarin esoterische – hermetische én gnostische – elementen naar voren komen: drie films, twee games, één boek en één popsong.

Films

Indiana Jones III: The Last Crusade (1989)

The Last Crusade is de laatste van de drie ‘klassieke’ Indiana Jones-films met in de hoofdrollen Harisson Ford als Jones junior en Sean Connery als zijn excentrieke en wereldvreemde vader. Gesitueerd aan het einde van de jaren dertig van de vorige eeuw draait The Last Crusade om een groep nazi’s, die op zoek is naar de heilige Graal. Het thema van schatzoekende nazi’s was overigens ook al onderwerp van de film Indiana Jones and the Raiders of the Lost Arc. Vader en zoon Jones zijn tegengesteld in karakter, maar moeten gezamenlijk deze snode plannen dwarsbomen.

Het is een ongelofelijk doch historisch feit dat de Nazi’s op zoek zijn gegaan naar allerhande spirituele objecten, zoals de Ark van het Verbond en de Heilige Graal. Hoewel Adolf Hitler zelf niet zoveel ophad met religie en spiritualiteit, had de van oorsprong katholieke SS-Reichsführer Heinrich Himmler dat des te meer. In 1935 richtte hij samen met Darré, één van de belangrijkste nazi-ideologen, de Ahnenerbe op. Dit SS-instituut moest in eerste instantie wetenschappelijk onderzoek doen naar de geschiedenis van het Arische ras, maar heeft zich later meer en meer ingezet om op allerlei exotische plekken te zoeken naar esoterisch-occulte objecten zoals voornoemde Graal en Ark. Onder invloed van een ‘spirituele gids’, Karl Maria Wiligut (1866-1946, zie ook verderop in dit artikel), liet Himmler het oude kasteel Wevelsburg helemaal opknappen om te dienen als spiritueel centrum van zijn nieuwe wereldorde.

De schrijvers van The Last Crusade hebben echter goed opgelet en meer verwijzingen naar de geschiedenis van het esoterisme in de film verstopt. Als Jones senior een nazi weet te verslaan door hem inkt in zijn gezicht te spuiten, zegt een meegereisde collega: “Don’t you get it? The pen is mightier than the sword”, een citaat van de rozenkruizer Edward George Earl Bulwer-Lytton (1803-1873). De rozenkruizers zijn een fictief geheim genootschap, verwant aan de wel reëel bestaande Vrijmetselarij. Aan het genootschap hangt de geur van geheime aloude kennis, verborgen rituelen en politieke complotten. Bulwer-Lytton beïnvloedde op zijn beurt de Fransman Eliphas Levi (1810-1875), die zich bezighield met Tarotkaarten en de ‘demon’ Baphomet. Baphomet zou een geitachtige duivelsfiguur zijn tot wie de Tempeliers gebeden zouden hebben. Op zijn beurt beïnvloedde Levi Aleister Crowley (1875-1947), de ‘godfather’ van deze esoterische kringen, die zich actief inzette voor een ‘spirituele-esoterisch’ interpretatie van de christelijke symbolen, waaronder de Graal zelf. De samenhang tussen de opeenvolgende denkers en auteurs in dit negentiende-eeuwse Franse occultisme is zeer onoverzichtelijk, maar belangrijk is te onderkennen dat veel van wat in moderne reli-thrillers als The Da Vinci Code (zie ook verderop in dit artikel) gezegd wordt over connecties tussen Katharen, Tempeliers, Vrijmetselaars, enzovoorts zijn oorsprong in deze tijd vond.

Een en ander wordt op het einde van de film mooi geïllustreerd. Als de Graal het leven van vader Jones heeft gered, moeten ze het heilige object in de rotskerk achterlaten. Indiana vraagt zijn vader wat hij nu eigenlijk gevonden heeft. Senior antwoordt: “Illumination” (‘verlichting’). Hiermee staat regisseur Steven Spielberg in een lange, alchemistische traditie: de Graal is geen object, maar geestelijke kennis. De Graal duidt op verlichting die openstaat voor wie dat waardig is, en is niet langer een object dat gestolen of vernield kan worden. Ik zal hier later verder op ingaan.

Mary (2006)

Mary (2006) is de laatste film van de Amerikaanse regisseur Abel Ferrara. Zijn film The Bad Lieutenant leverde hem veel kritiek op vanwege al dan niet vermeend seksisme en verheerlijking van geweld en drugs. Mary is van een andere soort. De egoïstische macho-regisseur Tony Childress (Matthew Modine) heeft een film gemaakt over het leven van Jezus van Nazareth. Deze film met de titel ‘This is my blood’ wordt in korte scènes getoond als intermezzo’s in het verhaal van Mary zelf.

De scènes uit ‘This is my blood’ die de kijker te zien krijgt, zijn grotendeels gebaseerd op het apocriefe Evangelie van Maria Magdalena, maar ook op dat van Thomas en van Filippus. Wat deze zogenaamde ‘gnostische’ evangeliën gemeen hebben is de idee van ‘zelf-verlossing’. Het is niet Jezus die voor ons aller verlossing aan het kruis gestorven is, zoals de orthodoxie leert, maar hij heeft ons voorgedaan hoe wij ons zelf, allen individueel, kunnen verlossen. “De Leraar heeft ons geleerd hoe wij volledig mens moeten worden,” citeert Maria Magdalena in de film het naar haar genoemde evangelie.

Veel moderne esoterici zien in deze apocriefe geschriften een beeld opduiken van een andere kerk, de ‘echte kerk’, zoals deze door Jezus feitelijk zou zijn bedoeld. Vooral de positie van de vrouw zou in deze setting nog onbedorven zijn. Voor een vrouwvriendelijk christendom is de meerderheid van deze geschriften echter niet een goede vindplaats. Veel gnostische geschriften blijken feitelijk een zeer vrouwvijandige boodschap te hebben. Maria wordt gewaardeerd omdat ze haar vrouwelijkheid afgelegd heeft en een ‘man’ geworden is. De verlossing die deze gnostische teksten aanbieden is het afleggen van elke aardse band, die voornamelijk naar voren komt in lichamelijkheid, vrouwelijkheid en seksualiteit. Veel moderne esoterici lezen de oude (dualistische) gnostische geschriften namelijk heel selectief en met een (holistische) hermetische bril, en ontwaren een overeenkomst tussen henzelf en de oude religies die voor een groot gedeelte in hun eigen hoofd zit.

Perfume: The Story of a Murderer (2006)

De film Perfume: The Story of a Murderer is een Duitse film uit 2006 (Das Parfum – Die Geschichte eines Mörders) geregisseerd door Tom Tykwer en gebaseerd op de gelijknamige roman van Patrick Süskind. De film vertelt het verhaal van Jean-Baptiste Grenouille (Ben Whishaw), een wees die als slaaf behandeld wordt door een lompe leerlooier in het Parijs van de achttiende eeuw. De jongen blijkt een uitzonderlijk goede neus te hebben, beter dan een bloedhond. De werkelijkheid dringt zich als eerste aan hem op als een kakofonie van geuren. Het duurt niet lang of zijn bijzondere gave wordt ontdekt door een gesjeesde parfummaker, de heer Giuseppe Baldini (Dustin Hoffman), die hem opleidt in de edele kunst van het parfum maken. Jean-Baptiste op zijn beurt blaast met zijn creativiteit en passie de verlopen zaak van Baldini nieuw leven in.

Als hij per ongeluk een vrouw (Karoline Herfurth) vermoordt – geïntrigeerd als hij is door haar maagdelijke geur – raakt hij geobsedeerd door het kunnen ‘vasthouden’ van geuren. Omdat Baldini hem niet verder kan helpen, stuurt hij de jongeman naar Grasse, waar het proces van ‘enfleurage’ wordt gebezigd. Hierbij wordt met dierlijke was en ingewikkelde chemische (alchemistische!) processen de geur van een bepaald object in vloeistof gevangen. Jean-Baptiste wil echter de geur van vrouwen bewaren om zo het legendarische ‘dertiende parfum’ te vinden, de droom van elke parfumier. Hij slaagt – na twaalf moorden – in zijn zichzelf gestelde taak, maar eindigt op het schavot. Met het dertiende parfum echter kan hij iedereen ‘betoveren’ zodat zijn executie verandert in een massale orgie. Teleurgesteld in de mensheid giet Jean later de gehele inhoud van het flesje met het dertiende parfum over zijn hoofd.

De film zit vol met verwijzingen naar de alchemie: talloze chemische processen passeren de revue, woorden als ‘distilleren’ en ‘experimenteren’ vallen geregeld. Voorts wordt er een knap woordspel gespeeld met de in het Engels in klank verwante woorden: ‘sense’ (‘gevoel’), ‘scent’ (‘geur’) en ‘essence’ (‘essentie’ of ‘wezen’). De alchemistische connectie gaat echter veel dieper dan louter beelden en terminologie. Het populaire beeld van alchemisten wordt vaak bepaald door het cliché van morsige oude mannetjes die met het mengen van de vreemdsoortigste ingrediënten op zoek zijn naar de ‘Steen der Wijzen’, die alle metalen in goud zou kunnen veranderen en de eigenaar het eeuwige leven zou schenken. De historische alchemisten waren echter geen dwazen, maar voorlopers van de empirische chemie en bovendien vaak ook filosofen. Door hun holistische wereldbeeld zagen zij belangrijke overeenkomsten tussen het ‘verhelderen’ van stoffen en het verlichten van de menselijke geest. De ‘Steen der Wijzen’ die zij zochten, was eerder geestelijke verlichting dan een fysiek object. In het Engels heet deze steen ook veel correcter ‘the Philosopher’s Stone’, de ‘Filosofensteen’. Feitelijk is Perfume dus een modern alchemistisch sprookje.

Games

Return to castle Wolfenstein (2001/2009)

Het computerspel Return to Castle Wolfenstein (2001) is een zogenaamde ‘first-person-shooter’ en een remake op de klassieker Wolfenstein 3D. Het spel is gesitueerd rond het kasteel Wewelsburg, een zeventiende-eeuws kasteel dat onder leiding van Himmler werd bezet en gebruikt zou zijn voor occulte rituelen en praktijken. In het spel wordt commando B.J. Blazkowicz door de geallieerden naar Duitsland gestuurd om geruchten te controleren rond één van Himmlers persoonlijke projecten, de zogenaamde SS Paranormale Divisie.

In het spel is een grote bijrol weggelegd voor een vrouwelijk karakter met de naam ‘Marianne Blavatsky’. Zij draagt de rang van SS Oberführer, een bestaande doch nooit aan een vrouw gegeven militaire rang. In het begin van het spel komt zij alleen voor als afzender of ontvanger van ambtsberichten binnen de SS-legerleiding. Aan het einde van het spel wekt Blavatsky de Duitse warlord Heinrich I uit zijn dodenslaap. De overeenkomst in naam tussen deze ‘game-priesteres’ en een historische vrouw is te groot om toevallig te kunnen zijn. Helena Blavatsky (1831-1891) is oprichter van het Theosofisch Genootschap, dat tot de dag van vandaag bestaat. Theosofen leiden hun ideeën terug naar antieke beschavingen zoals bijvoorbeeld India en Griekenland en naar filosofen als Plato (427-347 voor Chr.) en Plotinus (204-270).

Wat hebben Blavatsky en haar Theosofie nu met Hitler te maken? Veel en weinig tegelijk. In het tweede gedeelte van het spel ontdekt Blazkowicz dat de Nazi’s een soort Übersoldaten aan het maken zijn: half mens, half machine en tot leven gewekt door electriciteit. Dat laatste is van belang.

Electriciteit is natuurlijk eerder gebruikt als levenselixer (Frankenstein van Shelley is het bekendste voorbeeld), maar voor dit artikel is het interessanter om naar een ander boek te kijken met de onmogelijke titel Theozoologie of de Wetenschap van de Sodom-apen en het Goddelijke Electron van de Duitse auteur Lanz von Liebenfels (1874-1954). Hij beschreef in zijn Theozoologie de theorie dat ‘Ariërs’ geboren zijn uit seksuele gemeenschap tussen interstellaire goden en electriciteit. Untermenschen zijn het resultaat van de paring tussen apen en inferieure mensenrassen. Hij propageerde daarom de massa-castratie van ’aapachtige mensen’. Later verving hij de termen ‘Theozoologie’ en ‘Ario-Christendom’ door term ‘Ariosofie’, maar de inhoud veranderde niet. Tevens is hij de oprichter van de Orde van de Nieuwe Tempeliers (1915), compleet met een eigen liturgie en hiërarchie. Heinrich Himmler zou zich later hierdoor erg aangesproken voelen.

Himmler zelf stond onder de invloed van een ariosofisch geïnspireerde goeroe, Karl Wiligut, zoals al eerder is opgemerkt. Hoewel Himmler door zijn ondergeschikten en zelfs door Hitler zelf niet zo serieus genomen werd, nam hij zichzelf bloedserieus. Himmler zag zichzelf als de reïncarnatie van een Duitse prins Heinrich I, bijgenaamd ‘de Vogelaar’ (876-936). Deze ‘vogelaar’ verenigde voor het eerst in de geschiedenis de Duitse stammen (zij het voor korte tijd), een idee dat Himmler erg aanstond. Hij wilde alle Arische volkeren verenigen tot een superras, en zijn SS-ers waren de voorhoede. Zijn droom spatte in 1945 definitief uiteen.

In 2009 verscheen wederom een game met dezelfde naam: het borduurt verder op de ideeën van zijn voorganger, maar doordat het gebruik maakt van science fiction-achtige elementen, verliest het spel aan aantrekkingskracht.

Prince of Persia (2008)[2][3]

De titel Prince of Persia is geen onbekende in de wereld van gaming. In 1989 publiceerde het bedrijfje Brpderbund de allereerste versie van dit spel. In deze versie raakt de naamloze prins verdwaald in een zandstorm. Hij raakt betrokken in een conflict tussen de Ahura-koning en zijn opstandige dochter Elika. Elika en de prins zijn getuigen van de bevrijding van de heer der duisternis Ahriman. Het is aan ons koppel-tegen-wil-en-dank om de gecorrumpeerde landen te genezen van Ahrimans slechte invloeden, de Boom des Levens te herstellen en de eeuwige balans tussen Goed en Kwaad te herstellen. De mythe van het Zoroastrianisme in een ultramodern gamejasje.

Volgens de oude Perzische godsdienst van het Zoroastrsme beheerden Mazda (later Ormazd genoemd) en zijn tweelingbroer Angra Mainyu (later Ahriman genoemd) de tere balans tussen Goed en Kwaad. De mensheid is gevangen tussen beide machten, en elke individuele mens moet beslissen aan welke kant hij behoort. Het verhaal van de Prince of Persia is zonder twijfel op deze mythe gebaseerd: Ormazd en Ahriman worden expliciet genoemd, Elika citeert geregeld uit de ‘zoroastrische bijbel’, de Avesta – die zij ‘de legendes’ noemt – en de prins zelf heeft een soort eenentwintigste-eeuwse interpretatie van een zoroastrisch ritueel kleed aan (de ‘Sudreh’). Bovendien spreekt ze geregeld zinnen in het oud-Perzisch. De boom waarin Ahriman gevangen zit, staat op een soort bouwwerk dat ongetwijfeld naar de traditionele vuurtempels verwijst. In de verhalen van Duizend-en-Een-Nacht worden de Zoroastrianen steevast ‘vuuraanbidders’ genoemd. De laatste aanwijzing ligt in het gebruik van het woord ‘ahura’ voor Elika en haar vader. ‘Ahura’ betekent ‘heer’ en staat in de zoroastrische mythologie voor de kwaliteiten van Ormazd, bijvoorbeeld wijsheid of goedheid. Ormazd heette oorspronkelijk ook Ahura Mazda.

Tijdens de Sassanidische Periode (226-633) herstelden de Perzen de glorie van hun oude rijk. Onder Shapur I (240-271) controleerde het rijk alle handelsroutes tussen Oost en West. In deze kosmopolitische situatie kreeg een andere profeet vaste voet aan het Perzische hof. Mani (210-276) combineerde ascetische discipline met het dualisme van Zarathoestra, en bracht deze in een systeem met Boeddha en Jezus van Nazareth. In zijn visie was de wereld en de gehele kosmos doordrongen van duisternis én licht. Het was de taak van de mensheid om de in de duisternis opgesloten lichtdeeltjes te bevrijden. Dit was bijvoorbeeld mogelijk door het eten van (plantaardig!) voedsel, waardoor de in de plant opgesloten lichtpartikels vrij konden komen. In de Prince of Persia moet de prins ‘seeds of light’, ‘lichtzaden’, verzamelen om zo Elika’s krachten te vermeerderen. Pas als ze alle licht verzameld hebben, kunnen ze de confrontatie met de heer van de duisternis aan.

Mani’s carrière aan het Perzische hof was trouwens van korte duur. Toen de ‘barbarenkoning’ Odenathus de Perzen in 266 verpletterend versloeg, was er geen ruimte mee voor Mani’s universele godsdienst. Het christelijke Europa zou echter een blijvende belangstelling voor zijn leer behouden.

Elika’s god is postmodern, in de zin dat het een strikt verborgen God is. Ahriman en zijn medestanders zijn zichtbaar en tastbaar aanwezig. Ormazd is echter in geen velden of wegen te bekennen. Hij spreekt niet tot Elika of de prins, noch wordt zijn aanwezigheid gezien. De prins is dan ook vaak sceptisch: waar Elika de zoveelste redding ziet als een genade van Ormazd, ziet de prins er liever het lot in. De enige wijze waarop Ahura Mazda wel aanwezig is, is door de figuur van Elika (haar naam, haar profetieën, haar vertrouwen) en zogenaamde ‘platen’ die door de Goede God zijn achtergelaten en waarmee ons koppel op anders onbereikbare plaatsen kan komen. Ormazd lijkt zichzelf verborgen te houden en de verantwoordelijkheid voor de wereld aan zijn mensen over te laten. Hoe verder God zich uit de wereld lijkt terug te trekken, hoe groter de rol van hen die in hem blijven geloven. Het spel eindigt met de cryptische woorden: “Wat betekent nu een zandkorrel in een orkaan?” Het antwoord is dat elke korrel kan kiezen om wel of niet door de storm meegesleurd te worden.

Popsongs

Iron Maiden – Montsegur (2003)

In 2003 schreef de heavy metal-band Iron Maiden het lied Montsegur (van de cd Death Dance) over de slachting van twintig duizend mannen, vrouwen en kinderen in 1209. De troepen van de monnik-generaal Arnaud-Amaury hadden bevel gekregen om de Kathaarse ketterij in Zuid-Frankrijk met wortel en tak uit te roeien. Iedereen werd afgeslacht, Kathaar of niet. Volgens de overlevering zou de abt gezegd hebben: ‘Doodt hen allen, God zal de zijnen herkennen!’ En zo geschiedde dus. De Katharen waren een relatief klein groepje christenen in het zuiden van Frankrijk die er een streng-ascetische levenshouding op na hielden: vasten, seksuele onthouding en terugtrekking uit de wereld. Ze verzetten zich tegen de financiële rijkdom en geestelijke armoede van de clerus. De bandleden hebben duidelijk sympathie voor de uitgeroeide ketters:

I stand alone in this desolate space
In death they are truly alive
Massacred innocence, evil took place
The angels were burning inside

Iron Maiden koppelt dan de Katharen aan de Tempeliers:

Templar believers with blood on their hands
Joined in the chorus to kill on demand
Burned at the stake for their souls’ liberty
To stand with the cathars to die and be free

De Tempeliers waren een religieuze ridderorde opgericht ter bescherming van pelgrims in het Heilige Land en later van het H. Land zelf. Nadat de christenen Palestina moesten opgeven, stortten de Tempeliers zich op het bankwezen, met ongekend succes: ze werden schatrijk. In 1307 werd door een gecoördineerde actie van de Franse koning Filip de Schone de top van de Tempeliers ingerekend. Vele leiders werden op de brandstapel geworpen of stierven in de gevangenis. De eigendommen vervielen aan de staat of werden overgedaan aan de Maltezer Kruisridders. Vanaf dat moment is er van de Tempeliers geen spoor meer terug te vinden. De reden voor hun uitroeiing zou dan ook gelegen zijn in hun geheime, mystieke kennis, die een serieuze bedreiging voor de gevestigde kerkelijke orde zou zijn. Uit de notulen van de Inquisitie zou blijken dat ze tot de islam bekeerd zouden zijn. Diezelfde notulen vermelden de aanbidding van een geheimzinnig duivelsfiguur met de naam Baphomet. In de loop van de geschiedenis zijn er talloze groeperingen geweest, die zich de geestelijke erfgenamen van de Tempeliers hebben genoemd: Vrijmetselaars, Rozenkruisers en een paar dozijn Romantici. Helaas voor de liefhebbers van complottheorieën werden de Tempeliers echter niet vermoord om hun geheime kennis of duivelsaanbidding, maar omdat de Franse koning van zijn schulden aan de orde af wilde.

De connectie tussen de Tempeliers en de Katharen komt niet van Iron Maiden zelf. Auteurs van moderne religieuze thrillers koppelen Tempeliers en Katharen dikwijls aan elkaar door beide stromingen een ‘esoterisch’ etiket op te plakken. Beiden groeperingen zouden in bezit zijn geweest van geheime kennis over Christus en de kosmos, een waarheid die de officiele kerk als een fundamentele bedreiging van haar eigen bestaan zou zien. Vanwege deze geheime kennis zouden zowel Katharen als Tempeliers zijn vermoord in een kerkelijk-politiek complot.

Paus Innocentius III (1160-1216) besloot uiteindelijk om de Kathaarse vrijheid in het Zuid-Franse Occitanië aan te pakken. Behalve deze min of meer religieuze reden voor een dergelijke kruistocht speelden ook politieke motieven een grote rol. De Franse koning Filip II wilde namelijk maar wat graag de losse graafschappen in het zuiden inlijven bij zijn eigen Franse koninkrijk. Innocentius gaf Filip een religieus en maatschappelijk verantwoorde reden, namelijk het uitroeien van een verfoeilijke ketterij. In 1209 geeft Filip II zijn edelen toestemming om onder pauselijk leiderschap op te trekken tegen Occitanië. Iron Maiden zingt:

As we kill them all so god will know his own
The innocents died for the pope on his throne
Catholic greed and its paranoid zeal
Curse of the grail and the blood of the cross

Behalve een verbinding tussen de Katharen en de orde van de Tempeliers, komt Iron Maiden ook nog met de Graal op de proppen. Deze typische verbinding tussen allerlei (al dan niet fictieve) religieus alternatieve stromingen als Rozenkruisers, Manicheëers, Katharen, Tempeliers, alchemisten, Vrijmetselaars, de Graal, Theosofie, enzovoorts is in trek de laatste jaren. Deze hype vond zijn hoogtepunt in The Da Vinci Code.

Boeken

The Da Vinci Code (2006) en andere ‘reli-thrillers’

De afgelopen jaren hebben honderden ‘reli-thrillers’ de boekenmarkt overspoeld. Het succes van dit ‘genre’ is grotendeels te danken aan het boek The Da Vinci Code (Dan Brown, 2003). Veel ‘reli-thrillers’ waren al eerder geschreven, maar zijn naar aanleiding van Browns boek opnieuw in de belangstelling gekomen. Ook zijn er veel auteurs die juist hun boeken zijn gaan schrijven vanwege het succes van The Da Vinci Code. Zo verschenen alleen al in het Nederlands (vertaald) onder andere: Steen der Wijzen (James Rollins, 2007), Het Woord (Irving Wallace, 2006), Jeruzalempoker (Edward Whittemore, 2006), Opstanding (Greg Iles, 2006), Het Franciscusverbond (2006, John Sack), Het Sixtijns Geheim en Het Geheim van de Madonna (Philipp Vandenberg, beide 2005), Non Nobis en De Volmaakte Ketter (Hanny Alders, beide 1999) en De Uitverkorene (Jonathan Rabb, 1998).

Behalve romans zijn er ook boeken uitgebracht waarin auteurs betogen op wetenschappelijke wijze tot vergelijkbare resultaten te zijn gekomen. De bekendste is ongetwijfeld Holy Blood Holy Grail (M. Baignet, R. Leight en H. Lincoln, 1983). Op dit boek heeft Dan Brown zich gebaseerd voor The Da Vinci Code. Verder zijn er publicaties als: The Templar Revelation (L. Picknett en C. Prince, 1997), De Sleutels van Hiram (C. Knight en R. Lomas, 1997), De Tombe van God (R. Andrews en P. Schellenberger, 1996), De Wachters van Eden (Joh. von Buttlar, 1994), Het Jezuscomplot (H. Kersten en E.R. Gruber, 1993) en Het Teken, de zegel en de wachters (G. Hancock, 992). De wetenschappelijke status van deze publicaties is overigens op zijn zacht gezegd nogal onduidelijk.

Op onnavolgbare wijze boetseert Umberto Eco in zijn Ilpendolo di Foucault (1988; Slinger van Foucault, 1989) al deze groepen, individuen en theorieën tot één grote complottheorie. Waar Eco vooral de spot drijft met deze theorieën – ‘Het Plan’ gaat met zichzelf op de loop – zijn dergelijke ideeën over een wereldwijde, occulte samenzwering van geheimzinnige personen en groeperingen niet voor iedereen direct onzin. Dan Brown en Eco zijn hierin overigens niet origineel. Er bestaat een complete subcultuur van verwante literatuur, boeken waarin de ‘echte waarheid’ over de geschiedenis en over het christendom wordt onthuld. Zie bijvoorbeeld Waren de goden kosmonauten (Von Daniken, 1969), Worlds in Collision (Velikovsky, 1950) over het Oude Egypte en Atlantis: the antediluvial world (Ignatius Donelly, 1882) over Atlantis. De hit Atlantis (1968) van Donovan is overigens een hymne aan deze theorie.

Bij wijze van conclusie

Het esoterische gedachtegoed is rijkelijk vertegenwoordigd in hedendaagse culturele uitingen, in boeken, films, popsongs en zelfs videogames. Bij Mary en The Da Vinci Code gaat het expliciet om het ontsluiten van esoterische thema’s. Ook Perfume doet dat, maar op een wijze die veel subtieler en meer impliciet is. Soms dient het esoterische simpel als vindplaats om een spannend verhaal te construeren (Wolfenstein, Indiana Jones).Vaak laten de schrijvers zich inspireren door de sterk holistisch georiënteerde hermetische esoterie (Perfume), maar ook de veel sterker dualistisch gerichte gnostische esoterie heeft zijn ‘fans’ (Montsegur, Mary, Prince of Persia).

De vraag is gerechtvaardigd wat dit voor onze cultuur an sich betekend: wordt onze cultuur esoterischer? Het antwoord lijkt gecompliceerd. Enerzijds lijken postmoderne mensen in hun zoektocht naar zin en zaligheid erg gevoelig voor alternatieve religieuze overtuigingen. Anderzijds leidt deze belangstelling niet tot een grotere ‘verbondenheid’ met de ‘esoterische kerk’. Het blijft allemaal wat aan de oppervlakte en lijkt meer te appelleren aan een ‘taste for the exotic’ dan aan een groeiend of diepgeworteld geloof in de esoterica.

Wellicht ook interessant

Twee koningen
Twee koningen
Basis

De dominee of de therapeut?

In de serie ‘Het christelijke geloof in een therapeutisch Nederland’ onderzoekt Katie Vlaardingenbroek, auteur van Nederland Therapieland, de relatie tussen het christelijke geloof en onze huidige therapiecultuur. In haar vorige artikel liet ze zien dat therapie een autoriteit is geworden op het gebied van levensvragen. In dit tweede artikel onderzoekt ze de concurrerende relatie tussen therapie en religie. Wie kan het beste hulp bieden bij menselijk lijden: de dominee of de therapeut?

None

Preview: De reis naar minder ik

Tim Thijs Ketting gaf zijn leven een 4,5, terwijl het op papier een 9 was. Gezondheid, liefde, werk – alle hoekstenen stonden als een huis. Maar hij was ongelukkig en belandde bij een therapeut. ‘Het handelsmerk van de westerse millennial’, zoals hij zelf schrijft in zijn boek De reis naar minder ik. Alles hebben, en toch vastlopen. Hoe komt dat toch? Tim Thijs startte zijn eigen zoektocht naar zingeving en stuitte op: de ander en de wereld. Lees hieronder de proloog uit zijn boek De reis naar minder ik.

Persoon die in gesprek is met een psycholoog
Persoon die in gesprek is met een psycholoog
None

Een therapeutische staatsreligie?

In de nieuwe serie ‘Het christelijke geloof in een therapeutisch Nederland’ onderzoekt Katie Vlaardingenbroek, auteur van Nederland Therapieland, de relatie tussen het christelijke geloof en onze huidige therapiecultuur. Op eerste oogopslag lijken geloof en therapie twee verschillende invloedsferen te zijn. Maar Katie laat zien dat ze veel meer met elkaar gemeen hebben dan we wellicht denken en dat het van groot belang is om de overeenkomsten en verschillen scherp te krijgen. In dit eerste artikel onderzoekt ze de gevolgen van de verandering van therapie in een potentiële staatsreligie, en daarmee in een autoriteit op het gebied van levensvragen. 

Nieuwe boeken