Menu

Basis

Uiterlijke of innerlijke waarheid

Bijbelwetenschappen

Alternatief 3e na Trinitatis (Micha 4:1-7, Hebreeën 12:18-29 en Johannes 4:5-26)

Deze exegese uit De eerste dag verscheen in 2021 onder de tweede zondag na Trinitatis (13 juni 2021). In het leesrooster van 2024 past de exegese onder de derde zondag na Trinitatis.

Het gaat niet om heilige plaatsen, al lijkt de lezing van Micha daarheen te verwijzen. Het gaat om ‘God te dienen (…) met eerbied en ontzag’, zoals Hebreeën 12:28 zegt. In de Johanneslezing wordt het beeld gebruikt van een bron en levend water. Het thema ‘waarheid’, ‘waarachtigheid’ (4:18.23.24) is daarbij belangrijk. De waarheid draait niet om een (heilige) plaats, maar om wíe je aanbidt. Driemaal noemt Jezus de Vader (4:21.23), die alles te maken heeft met de Geest (4:23.24, ook driemaal). Hierin openbaart Jezus zich als de gezalfde.

Samaritanen spelen vaker een rol in de Evangeliën (bijv. Lucas 9:51-56; 10:25-37; 17:11-19). Zij wonen in het gebied van het vroegere Noordrijk van Israël, terwijl de Judeeërs wonen in het vroegere Zuidrijk. Zij hebben verschillende tradities in het aanbidden van de Eeuwige. De Judeeërs richten zich op de tempel in Jeruzalem, de stad van David uit de profetische geschriften.

Bij de Samaritanen gaat het om de traditie van Jakob en Jozef uit de Tora (vgl. Johannes 4:5.6.12). Daarbij speelt ook de stad Sichar een rol (4:6). Die plaats ligt dicht bij de bergrug die Jakob als erfdeel aan de zonen van Jozef heeft gegeven (Genesis 48:22; Jozua 24:32). In Johannes 4 gaat het om de ‘bron’ van Jakob (Gr.: pègè – 4:6). Niet geografisch, wel theologisch herinnert deze bron aan Jakobs ontmoeting met Rachel (Genesis 29:1-14). Johannes 4:12 verwijst hiernaar met ‘Jakob’, ‘zijn zonen en zijn kudden’. Bronnen zijn belangrijk in de Tora als plaatsen van ontmoeting en nieuw begin voor mannen en vrouwen (Genesis 16:7; 24:14-21; Exodus 2:16-19). In die traditie gaat Jezus ‘vermoeid van de reis’ bij ‘de bron van Jakob’ zitten (4:6).

‘Geef mij te drinken’

De Samaritaanse vrouw die water komt ‘putten’ (NBV) of ‘scheppen’ (NB), laat haar verbazing blijken (4:9) over de vraag van Jezus: ‘Geef mij te drinken’ (Gr.: dos moi pein – 4:7). Zij, als Samaritaanse vrouw (Gr.: hè gunè hè Samaritis – 4:9, twee keer) had niet verwacht dat een Judeeër haar te drinken zou vragen, want ‘Judeeërs gaan niet met Samaritanen om’ (4:9). Het aardige is dat Jezus de zaken onmiddellijk omkeert. Als zij ‘het geschenk van God zou kennen’ en ‘wie het is, die tegen je zegt: Geef mij te drinken’ (Gr.: dos moi pein – 4:10), zou je het Hém vragen. Dan zou Hij ‘levend water’ (Gr.: hudoor zoon) geven (4:10).

Bron van levend water

Water is belangrijk in het Johannesevangelie. Water speelt een rol bij de doop, bij reiniging en heling, maar ook om te drinken en dorst te lessen. In Johannes 4 gaat het om ‘drinken’ (Gr.: pinoo – 7.9.10.12.13.14). Drinken mensen gewoon water, dan krijgen ze weer dorst (4:13). Maar met ‘levend water’ (Gr.: hudoor zoon – 10.11) ligt dat anders: ‘Wie het water drinkt dat Ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen’ (4:14). Het doet denken aan LB 760: ‘Gij zijt de zin van wat wij zijn, de hartsfontein die water geeft dat leven is voor al wat leeft.’ Bij deze bron van Jakob horen we over levend water dat opwelt tot ‘eeuwigheidsleven’ (Gr.: zooè aioonion – 4:14; NB). Ook de profeten spreken over levend water dat toekomst geeft (Zacharia 14:8; Jesaja 43:19-20; 55:1; Ezechiël 47:1-12; Joël 4:18). Spreuken spreekt over water als innerlijke wijsheid: ‘De woorden van iemands mond zijn diepe wateren, een bruisende beek, een bron van wijsheid’ (18:4 – NBG ’51). In Johannes 7:38 zegt Jezus: ‘Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in Mij gelooft.’

Waarheid spreken

De vrouw neemt Jezus’ woorden letterlijk: ‘Geef mij dit water, dan zal ik geen dorst meer hebben, dan hoef ik niet meer te putten,’ zegt ze, kort samengevat (4:15). Jezus begint nu over iets heel anders. Hij vraagt haar: ‘Ga uw man eens roepen en kom dan weer terug’ (4:16 – NBV). De vrouw antwoordt dat ze ‘geen man’ heeft. Jezus herhaalt dit antwoord: ‘Dat zegt u fraai, “ik heb geen man”’ (Gr.: ouk echo andra – 4:17, twee keer; NB) en bevestigt vervolgens haar woorden: ‘want u hebt vijf mannen gehad, en die u nu hebt, is uw man niet; het is waar (Gr.: alèthès) wat u hebt gezegd’ (4:18 – NB). Het thema ‘waarheid’ (Gr.: alètheia – 4:18.23[2x].24) is uiterst belangrijk. De vrouw heeft ten diepste ‘geen man’, zij is altijd dorstig, op zoek naar iets nieuws. Zij lijkt in haar ontrouw op het volk Israël tegenover de Enige, de grote Bron.

Geest en waarheid

Wat is waarheid? Wie is Jezus? Als inclusie horen we eerst de vrouw zeggen dat Jezus ‘een profeet’ is (4:19) en ten slotte bevestigt Hij zelf dat Hij de gezalfde is (4:25.26). Binnen deze inclusie (4:20-24) voeren zij een theologisch gesprek, met als hoofdthema ‘aanbidden’ (Gr.: proskuneoo – tien keer). Terwijl de vrouw het verschil tussen ‘onze vaders’ en ‘jullie’ bepaalt door de plaats van ‘aanbidden’ (twee keer in 4:20), zegt Jezus dat er een tijd komt ‘dat jullie noch op deze berg, noch in Jeruzalem de Vader zullen aanbidden’ (4:21). Jezus vindt de (heilige) plaats niet belangrijk, maar wel wíe of wát aanbeden wordt: ‘de Vader’ (4:21.23 – drie keer). Het gaat om ‘weten, kennen’ (Gr.: oida – 4:22, twee keer) ‘wat jullie/wij aanbidden’. Jezus verloochent daarbij zijn afkomst als Judeeër niet: ‘Het heil is (…) uit de Judeeërs’ (NB – 4:22). Christelijk of messiaans anti-judaïsme heeft geen bestaansrecht.

Centraal staat het ‘aanbidden’ van de ‘Vader’ door ‘waarachtigen’ (Gr.: alèthinoi – 4:23) ‘in Geest en waarheid’ (Gr.: en pneumati kai alètheiai – 4:23.24, twee keer). Heel belangrijk is de ‘Geest’ (Gr.: pneuma), die net als de ‘Vader’ (Gr.: patèr – 4:21.23) driemaal wordt genoemd. Nadrukkelijk zegt Jezus: ‘God is Geest’ (4:24). Deze waarheid, die de Messias ‘verkondigt’ (Gr.: anaggelloo – 4,25), wijst van zichzelf af.

Deze exegese is opgesteld door Willemien Roobol.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken