Menu

Filters

Hoofdthema

Rubriek

Soort materiaal

Bron

Kerkelijk jaar

Oude Testament

Nieuwe Testament

Auteur

Lidmaatschap

Basis

De velden zijn wit, rijp voor de oogst

Overeenkomstig in de lezingen is de belofte voor ‘vreemdelingen en gasten’ (Efeziërs 2:19) om deel te hebben aan dezelfde toekomst als de ‘heiligen en huisgenoten van God’ (2:19). Bij Jona gaat het om ‘omkeer’ uit verkeerde levenspatronen, de andere stellen Jezus Christus centraal. In het evangelie speelt een Samaritaanse vrouw (Johannes 4:29.39) de rol van ‘zaaier’ bij de ‘oogst’ (4:37). De oogst bestaat eruit dat haar stadgenoten niet langer vanwege haar ‘woord’ (4:39 – NB) geloven, maar door ‘zijn eigen woord’ (4:41 – NB). Tweemaal klinkt een belijdenis (4:29.42).

Basis

Uiterlijke of innerlijke waarheid

Het gaat niet om heilige plaatsen, al lijkt de lezing van Micha daarheen te verwijzen. Het gaat om ‘God te dienen (…) met eerbied en ontzag’, zoals Hebreeën 12:28 zegt. In de Johanneslezing wordt het beeld gebruikt van een bron en levend water. Het thema ‘waarheid’, ‘waarachtigheid’ (4:18.23.24) is daarbij belangrijk. De waarheid draait niet om een (heilige) plaats, maar om wíe je aanbidt. Driemaal noemt Jezus de Vader (4:21.23), die alles te maken heeft met de Geest (4:23.24, ook driemaal). Hierin openbaart Jezus zich als de gezalfde.

Basis

De vreugdevolle belofte van de Kerstnacht

De vreugdevolle belofte van de Kerstnacht is bestemd voor alle mensen, ook voor de heidenen, de volkeren. Dit vertelt de lezing van Jesaja 8:23b-9:7, dit vertelt Psalmen 96 en dit vertelt op geheel eigen wijze ook Lucas 2:1-20. Dit bekende, zogenoemde ‘kerstevangelie van Lucas’ speelt zich af in het verborgene van Israëls geschiedenis, maar niet zonder gebruik te maken van de grote openbare wereldgeschiedenis. Het verhaal is geworteld in de Joodse traditie, maar gaat alle ‘mensen met goede bedoelingen’ (Gr.: anthroopois eudokias – Lucas 2:14) aan.

Basis

Inlijving of behoud van identiteit?

In veel christelijke bijbelvertalingen staat het boek Daniël tussen de profeten. In de Hebreeuwse Bijbel – en bijvoorbeeld ook in de Naardense Bijbel – hoort Daniël tot de Geschriften (Hebr.: ketoebhim). Daar wordt Daniël eerder beschouwd als een apocalyptisch ziener dan als een profeet. Het boek Daniël is geschreven in de jaren 167-164 voor onze jaartelling, toen het hellenisme onder de Syrische heerser Antiochus IV
Epifanes vaste grond had gevonden in Jeruzalem.

Basis

Wat doen we met Amalek?

Na interne problemen van het volk in Refidim (Exodus 17:1-7) dreigt er vanbuiten gevaar: Amalek, de aartsvijand van Israël. De strijd wordt niet alleen gevoerd met het zwaard van Jozua, maar ook door de niet aflatende inzet van Mozes met zijn ‘opgeheven armen’ (17:11 – Nieuwe Bijbelvertaling). Eigenlijk staat er ‘zijn hand’ (Hebr.: jadò), waarin de staf van God ligt (17:9). De hand van Mozes wordt ook genoemd in verbondenheid met de troon van JHWH (Hebr.: ki jad al kees jah – 17:16). In deze perikoop komt het woord ‘hand(en)’ zeven keer voor, net als ‘Amalek’, de aartsvijand.

Basis

De eerste slag: water wordt bloed

Magie hoort bij de religiositeit van Egypte. JHWH sluit zich hierbij aan met grote wonderen en tekenen (7:3) die vaak de tien plagen worden genoemd. Vanuit het Hebreeuws is de vertaling ‘tien slagen’ beter. Het gaat immers om het Hebreeuwse werkwoord nakhah (hif.: slaan) dat in onze perikoop driemaal voorkomt (7:17.20.25). Wij horen hoe Mozes en Aäron zich eerst moeten bewijzen tegenover de wijzen, de tovenaars en de magiërs van Egypte (7:8-13) en hoe vervolgens de eerste slag in Egypte plaatsvindt (7:14-25). Het hart van Farao blijkt onvermurwbaar.

Basis

Ontsnapping door het raam

Voorafgaand aan deze perikoop horen we dat Saul met ‘een boze geest van de Eeuwige’ te maken heeft (19:9). Daardoor loopt David het gevaar gedood te worden. Michal blijkt het inzicht, de doortastendheid en het handelend vermogen te hebben om haar geliefde echtgenoot David te laten ontsnappen. Themawoorden zijn hier zowel ‘doden’ (Hebr.: moet, hif. – vier keer, in 19:11a.11b.15.17) als ‘ontsnappen’ (Hebr.: malath – vijf keer, in 19:10.11.12.17.18). De liefde van Michal wint het van de negativiteit van haar vader.

Basis

Horen en genade ontvangen

Uit Psalmen 15 kunnen we afleiden dat de Schriften partijdig zijn. Er wordt gekozen tegen degene die zijn of haar metgezel ‘lastert’ of ‘kwaad doet’ (Psalmen 15:3 – Naardense Bijbel). Die partijdigheid zien we terug in beide lezingen uit Tenach en Evangelie, waarin het gaat over onderlinge pijn tussen twee vrouwen. Bij Hanna en Peninna gaat de pijn over de liefde van een man en het wel of niet hebben van kinderen. Bij Marta en Maria draait de pijn om de goedkeuring van een man en de betekenis van dienstbaarheid. In beide verhalen worden bestaande patronen doorbroken.

Basis

Het verrassende evangelie van de opstanding

Opstanding betekent ontmoeting met God, heeft Karl Barth ons geleerd (KD IV/1, 377). In het paasverhaal van Johannes 20:1-18 vinden verschillende ontmoetingen plaats. Niemand stelt daarbij de vraag: ‘Hoe kan dat nou?’, zoals rationele mensen zich in onze tijd afvragen. Opstanding raakt immers aan een goddelijk geheim. Het gaat meer om de vraag: Welke betekenis hebben deze ontmoetingen voor ons eigen leven? Laten wij ons verrassen, verdiepen we ons, durven we vertrouwen, laten we ons aanspreken, keren we ons om en horen we wat er wordt gezegd?

Nieuwe boeken