Bij Jesaja 58,1-10, 2 Korintiërs 5,20-6,10 en Matteüs 6,1-6.16-21Aswoensdag: weten dat je stof bent en weer stof zult worden. Dag van het askruisje. Wie het tot Pasen kon bewaren, kreeg een nieuw pak, zei mijn oma. Een grapje naast die heftige stofboodschap, want natuurlijk moest je in bad en dat nieuwe pak kwam er ook, al was het het afdankertje van een oudere broer of zus. Na het vastentrommeltje waar je gedurende de Veertigdagentijd alle snoep in opspaarde en dat op Paaszaterdag gretig werd geconsumeerd, volgden later ‘verstervingen’ die meer gericht waren op de ander: het spaarpotje bij de maaltijd
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 11.500 artikelen, waaronder verdiepende vakinhoud, preekschetsen, exegeses, kindermomenten en preekvoorbeelden.
Bekijk Premium >
InloggenLid worden