Menu

Premium

Verantwoordelijk voor elkaar

3e zondag van de herfst (Maleachi 2,13-16 en Marcus 10,2-12)

In steeds meer kerken kun je na een scheiding hertrouwen met een ander en is er ook voor paren van hetzelfde geslacht de mogelijkheid van een zegening. Daarom roepen de lezingen van deze zondag vragen op. Maleachi lijkt fundamentele bezwaren te hebben tegen echtscheiding. Jezus’ tegenstanders suggereren dat een man zijn vrouw mag verstoten, maar volgens Jezus wil God dat een getrouwde man en vrouw bij elkaar blijven. Juist omdat deze thematiek een pastorale kant heeft, is goed lezen van belang.

Volgens Marcus 10,2-12 beroepen enkele farizeeën zich tijdens een pittig gesprek met Jezus op Deuteronomium 24,1-4, waar het gaat over scheiden en hertrouwen. In de tijd van Jezus was er onder de rabbijnen een brede discussie over de vraag of een man zijn vrouw mag verstoten. Daarbij speelde diezelfde passage uit Deuteronomium een grote rol. Het gaat daar over iets aanstootgevends in het gedrag van de vrouw dat voor de man de reden is waarom hij haar wegstuurt (24,1). Wat dat aanstootgevende kan inhouden, is ook in het Hebreeuws onduidelijk.

Volgens de Misjna (traktaat Gittin 9.10) namen de rabbijnen uit de school van Sjammai aan dat het ging om onzedelijk gedrag van de vrouw, terwijl de rabbijnen uit de school van Hillel meenden dat een man zijn vrouw mocht verstoten als ze bijvoorbeeld het eten liet aanbranden. De gezaghebbende Rabbi Akiva (ca. 50-135 n.Chr.) zou gezegd hebben dat een man zijn vrouw mag verstoten als hij een andere vrouw leuker vindt.

Scheiden komt voor

Het gedeelte uit Deuteronomium veronderstelt inderdaad dat mannen hun huwelijk konden ontbinden. Ze regelden dat door hun vrouw een scheidingsakte mee te geven, waarmee zij kon aantonen dat ze de vrouw van een andere man mocht worden. Opvallend is dat alles bekeken wordt vanuit het perspectief van de man. Dat was gebruikelijk in het hele oude Midden-Oosten.

Letterlijk staat er dat de man eerst een vrouw ‘neemt’ en dat hij haar ‘eigenaar’ is. De man stelt vervolgens vast of er iets aanstootgevends in het gedrag van de vrouw is. Wat de vrouw van haar man vindt, doet er niet toe. Toch ligt de focus in deze passage niet bij het recht van mannen om hun vrouw te verstoten, maar bij iets anders: een man mag niet opnieuw trouwen met dezelfde vrouw als ze in de tussentijd getrouwd is met een andere man (24,4; zie ook Jer. 30,1). Of je vrouw wegsturen een goede zaak kon zijn of juist niet, wordt niet expliciet aangegeven. Alleen als een man schade had aangericht bij zijn vrouw en haar familie mocht hij haar niet verstoten (Deut. 22,13-19.28-29).

Maleachi 2,13-16 velt wel een helder oordeel over een man die zijn vrouw wegstuurt: God heeft oog voor het nare lot van de vrouw en verwijt het de man dat hij zich niet houdt aan de verplichtingen van het huwelijk. Die verbintenis is onverbrekelijk en heeft het karakter van een ‘verbond’ (2,14). In Deuteronomium 24 wordt het wegsturen van een vrouw door haar man niet veroordeeld. Zo’n veroordeling is dus wel te vinden in Maleachi 2,13-16, al gaat het ook daar niet zozeer om scheiden in het algemeen, maar om de slechte behandeling van de vrouw door de man.

God versus Mozes

Tijdens het gesprek van Jezus met de farizeeën verdedigt Jezus zich niet met een beroep op Maleachi, maar verwijst Hij naar het begin van Genesis. Daar wordt gezegd dat God de mensen manlijk en vrouwelijk maakte (1,27). In het tweede scheppingsverhaal wordt verteld dat Adam blij is met de vrouw die God voor hem maakte. Dat wordt aangeduid als de reden waarom mannen hun vader en moeder verlaten, zich ‘vasthechten’ aan hun vrouw en voortaan de prioriteit bij haar leggen (2,23-24). Hoewel deze laatste opmerking uit Genesis geformuleerd is als een beschrijving, niet als een verplichting, leidt Jezus eruit af dat mannen hun vrouw niet mogen verstoten. In Deuteronomium wordt verondersteld dat mannen dat wel kunnen doen, maar volgens Jezus gaat het daarbij om een tegemoetkoming van Mozes aan de menselijke halsstarrigheid, niet om goedkeuring door God.

Bij Matteüs noemt Jezus onzedelijk gedrag van de vrouw als enige legitieme reden om haar weg te sturen (Mat. 5,32; 19,9), wat lijkt op het standpunt van de rabbijnenschool van Sjammai. Maar Marcus noemt geen enkele uitzondering: als man je vrouw verstoten en verdergaan met een andere vrouw is niet goed te praten. Het gaat daarbij om iets waarvan de vrouw het slachtoffer is, om ‘overspel tegen haar’ (10,11; niet volledig weergegeven in NBV21). Daar wordt nog aan toegevoegd dat ook een vrouw niet het initiatief mag nemen, waarschijnlijk omdat dat volgens het Romeinse recht – anders dan in het Joodse – mogelijk was (10,12; vergelijk 1 Kor. 7,10-11).

Dus niet scheiden?

Huwelijken waren in bijbelse tijden vaak gearrangeerd en de vrouw was ondergeschikt aan haar man. Nu zijn ze idealiter gebaseerd op romantiek en gelijkwaardigheid. Wat de lezingen uit Maleachi en Marcus ons kunnen leren is dat het in een liefdesrelatie om iets anders gaat dan bevrediging van eigen behoeften. Juist als de verwachtingen van elkaar niet uitkomen, betekent liefhebben dat je verantwoordelijkheid neemt en je partner niet laat vallen, net zomin als de kinderen, als die er zijn. Ook in onze tijd ligt misbruik van de Bijbel op de loer, net als in de tijd van Jezus. Wie mensen die willen scheiden voorhoudt dat ze ingaan tegen Jezus’ wil, heeft misschien juist niet begrepen waar het Jezus om ging. Zou Jezus er geen oog voor hebben dat partners soms ‘verkeerd verbonden’ kunnen zijn? Zelfs Paulus maakte wel eens een uitzondering (1 Kor. 7,12-15).

Deze exegese is opgesteld door Paul Sanders.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken