Menu

Premium

Vis voor niks

Bij Johannes 21:1-14

‘Ik moet de stad uit, weg hier uit Jeruzalem,’ zegt Simon Petrus. ‘Ik krijg het hier benauwd. Ik moet gewoon weer aan het werk.’

Met zes andere vrienden zoekt hij zijn oude boot op. Ze breeuwen de naden goed dicht en repareren de visnetten.

’s Nachts vissen gaat het beste. Dus ’s avonds gaan ze aan boord en hangen het visnet in het water. Maar als het weer dag wordt, hebben ze nog niks gevangen.

Op het strand staat iemand te roepen. ‘Ik zou best een visje lusten!’

‘Pech gehad, niks gevangen,’ roept Petrus terug.

‘Andere kant!’ schalt het over het water.

‘Vooruit dan maar,’ zegt Petrus.

Maar dan opeens lijkt het alsof ze aan de grond lopen. Ze komen bijna niet meer vooruit. Dat komt omdat het net tjokvol zit.

Een van de vrienden van Jezus stoot Petrus aan: ‘Kijk eens goed!’

Wat gaan we nou krijgen? Het lijkt Jezus wel! Petrus gooit zich in het water, hoewel hij helemaal niet kan zwemmen. Zo gauw wil hij naar die man op het strand toe. Proestend en hijgend haalt hij de oever.

Ondertussen is de boot ook al aan de kant en trekken ze het net op het strand. Op de oude visserijmanier beginnen ze de vissen te tellen: Een plus een is twee plus twee is vier plus drie is zeven plus vier is elf plus vijf is zestien plus… en zo gaat dat door. ‘Plus vijftien is honderdtwintig plus zestien is honderdzesendertig plus zeventien is honderddrieënvijftig!’

Zo telt Natanaël.

‘Ongelooflijk, wat een vissen!’ klinkt de stem van Tomas.

Maar het wonderlijkste is nog dat die man op het strand het ontbijt al klaar heeft. Mmm, gebakken vis en de geur van vers brood. En ze hebben er niks voor hoeven doen! Stilletjes peuzelen ze het ontbijt op.

De honderddrieënvijftig vissen delen ze uit aan arme mensen in de buurt. Gratis, helemaal voor niks. Die mensen zijn er verschrikkelijk blij mee. Alle honderddrieënvijftig!

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken