Menu

Premium

Voormoeders van de Christus: Maria

Bij Matteüs 1:18-25

Na vier adventszondagen waarop de oermoeders van Jezus Christus centraal stonden, ligt nu de focus op Maria. Of beter gezegd: de focus ligt op Jozef. Het gaat immers om zijn beleving en zijn overwegingen.

Jozef overweegt Maria niet tot zijn vrouw te nemen, aangezien zij nog vóór hun huwelijk al zwanger is. Er staat bij dat Jozef, rechtschapen als hij is, dit zou doen omwille van Maria: het zou haar tot schande zijn. Nu rijst de vraag: zou het werkelijk omwille van Maria zijn, dat hij afstand van haar wil doen? Is Maria niet nog verder van huis als zij niet alleen ongehuwd zwanger is, maar ook nog eens zonder man die voor haar zorgt?

Het vermoeden rijst dat Jozef wel degelijk afstand van Maria wil nemen omwille van zichzelf. En wie geeft hem ongelijk? Zijn vrouw is zonder zijn toedoen zwanger van de heilige Geest. Wie gelooft dat? Voor Jozef zelf is dit al moeilijk om te geloven, laat staan voor de omgeving. Er zal geroddeld worden dat Jozef is bedrogen door zijn vrouw en zo naïef is te geloven dat het de heilige Geest was. Niet alleen Maria, maar zeker ook Jozef zal het mikpunt zijn van spot. Een begrijpelijke reactie, dat Jozef afstand van haar wil doen uit angst voor wat de mensen zullen zeggen.

Zoon van David?

Maar dan krijgt Jozef een droom, waarin een engel hem aanspreekt: ‘Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest.’ Wonderlijk dat Jozef wordt aangesproken als ‘zoon van David’. Als Jozef niet de verwekker is van het kind van Maria, wat doet zijn afkomst er dan toe? Wellicht wil de engel hem er moed mee inspreken. Om hem eraan te herinneren dat hij afstamt van de grote koning David, die als herdersjongen al een reus overwon. Om hem zo toe te spreken dat ook hij over de moed beschikt om dit vraagstuk aan te gaan. Wellicht, maar het blijft raadselachtig dat Jozef wordt aangesproken op een afkomst, waarvan het belang tegelijkertijd in twijfel wordt getrokken.

Een vergelijkbare vraag kun je ook stellen over het begin van het evangelie van Matteüs: waarom doet Matteüs eerst zo veel moeite om gedetailleerd de stamboom van Jozef te schetsen, om vervolgens zijn hoorders ervan te overtuigen dat de verwekking van Jezus losstaat van Jozef? Het lijkt niet logisch. Bovendien is het nader beschouwd geen vlekkeloze stamboom. Zo wordt over David gezegd, dat hij Salomo verwekte bij ‘die van Uria’. Fijntjes wordt hier in herinnering geroepen hoe David zich de vrouw van Uria onrechtmatig toe-eigende. Geen ethisch voorbeeld. Ook alle vier genoemde oermoeders passen niet in het ‘keurige plaatje’. Wat is toch de bedoeling van deze ongewone stamboom?

Wellicht wil Matteüs hier laten zien, dat de geboorte van Jezus alles is behalve gewoon. Dat zijn komst niet in het verlengde ligt van onze logica. Dat die zelfs plaatsvindt dwars door alle menselijke ongehoorzaamheid heen. Of zoals Willem Barnard het verwoordt: ‘Uit ons neen articuleert hij (de Gezalfde, MvT) zijn ja, met onze weerstand bereikt hij zijn opstanding.’1[1]

Vertrouwen op dromen

Jozef wordt gevraagd te vertrouwen op dit onmogelijke, dat dwars ingaat tegen alle menselijke logica. In een droom wordt aan Jozef het geheim onthuld van Maria en het kind. Aan Jozef wordt gevraagd op deze droom te vertrouwen en dat is wat hij doet. ‘Jozef werd wakker en deed wat de engel van de Heer hem had opgedragen.’ Zonder verdere aarzeling brengt Jozef de opdracht van de engel ten uitvoer. Niet langer gevangen door angst over wat anderen zullen vinden, neemt hij Maria bij zich als zijn vrouw en geeft haar zoon de naam Jezus. Ook na de geboorte van Jezus laat Jozef nog drie keer zien dat hij vertrouwen heeft in dromen. Op aanwijzing van een droom neemt hij met vrouw en kind de wijk naar Egypte (Mat. 2,13). Als Herodes gestorven is, gaat Jozef op aanraden van een droom terug naar Israël (2,19) en op aanraden van een andere droom vervolgens naar Galilea (2,22). Ook de magiërs blijken op dromen te vertrouwen: na waarschuwing in een droom reizen zij niet langs Herodes, maar via een andere route terug naar hun land (2,12). Zo is de geboorte van Jezus omgeven door dromen én door mensen die de moed hebben erop te vertrouwen.

Vertrouwen op het onmogelijke

Het onvoorwaardelijke vertrouwen dat Jozef heeft in zijn dromen is opmerkelijk. Blijkbaar was het voor Jozef vanzelfsprekend dat God door middel van dromen tot je kon spreken. Een groot verschil met hoe dromen vandaag de dag worden begrepen. Dit blijkt al uit de uitspraak ‘Het was maar een droom’ of uit het refrein van een bekend popnummer: ‘De meeste dromen zijn bedrog’. Vaak worden dromen hooguit gezien als verwerking van opgedane ervaringen, maar niet als iets om een opdracht van Godswege uit te destilleren.

Dit verhaal van Jozef laat zien dat dromen wel degelijk de waarheid kunnen spreken en een opdracht in zich kunnen dragen. Zo onthult de droom van Jozef de waarheid over zijn vrouw en haar kind én geeft de droom hem de opdracht Maria tot zijn vrouw te nemen en haar zoon de naam Jezus te geven. De droom roept Jozef op te vertrouwen op het onmogelijke: dat Maria zwanger is van de heilige Geest en dat Jezus geboren wordt dwars tegen de meest koninklijke stamboom in. Zo worden ook wij deze Kerst opgeroepen om te vertrouwen op onze kleine, kwetsbare dromen. Omdat God juist daardoor geboren wordt.

Wellicht ook interessant

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Drie-eenheid

In 2024 schreef Bram van de Beek een artikel voor een wetenschappelijke encyclopedie over hoe er in de Vroege Kerk werd gedacht over de drie-eenheid. Al vanaf de jaren-’80 is hij actief als hoogleraar. In 1981 volgende hij in Leiden prof. dr. H. Berkhof op als hoogleraar Dogmatiek. In 2000 verhuisde hij naar de Vrije Universiteit, waar hij Symboliek ging doceren. Bij symboliek gaat het om de inhoud van de geloofsbelijdenissen. Ook was Van de Beek bijzonder hoogleraar Systematische theologie aan de Universiteit van Stellenbosch in Zuid-Afrika.

None

Recensie van Matthijs Schuurman over het boek Inferno

Iedereen heeft misschien wel zijn eigen beeld van de hel. Persoonlijk vind ik de hel zelf veel moeilijker voor te stellen dan de hemel. Als ik de hel zou moeten verbeelden, dan zou ik kiezen voor een druk winkelcentrum waar ik eindeloos op en neer ga op de roltrap. Ik ben dan in een drukte van mensen waar ik niet verbonden mee kan raken, omdat die mensen op dat moment allemaal voor zichzelf leven. Een plek waar ik innerlijk alleen maar onrustig kan worden en onrustig zal blijven. Zo stel ik me de hel voor: als een plek waar ik in het leven hier op aarde al niet graag kom. Als ik over het beeld nadenk, ontbreekt een belangrijk element: God Die Zijn oordeel heeft uitgesproken over mijn leven. Dat ik niet zonder reden voor altijd op die roltrap op en neer zal gaan en ik innerlijk gek wordt van de steeds toenemende onrust.

Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Jan Luyken (1700), Origenes onderwijst zijn studenten.
Basis

Waarom ‘Eeuwig’ toch niet altijd een goed vertaalwoord is

Enkele publicaties vorig jaar, waaronder het boek “Het einde van de Hel” van Reinier Sonneveld, hebben de eeuwenoude discussie of God alle mensen uiteindelijk zal redden1 weer nieuw leven ingeblazen. Een belangrijk argument tegen de leer dat voor ongelovigen de hel de eindbestemming zou zijn, is dat de Hebreeuwse en Griekse woorden die meestal met “eeuwig” vertaald worden, niet de betekenis “eindeloos” hebben. Dat was aanleiding voor het blad Met Andere Woorden (MAW), een vakblad voor Bijbel en vertalen, om een themanummer uit te geven rondom dit woordje, “eeuwig” en “eeuwigheid”. En, hoewel vertalers zich het liefst op de tekst zelf focussen, ontkom je er niet aan keuzes te moeten maken die aan een dergelijke discussie raken.2 Zo moet een vertaler kiezen of hij meegaat in het zo bekende “eeuwig” en “eeuwigheid”, of in navolging van kritiek en diverse onderzoeken voor een andere weergave kiest. In het themanummer verdedigden enkele artikelen de keuze voor “eeuwig”. In de studievertaling waar ik aan mee mag werken, de Nieuwe Concordante Vertaling (NCV),3 is echter een andere keuze gemaakt. In dit artikel laat ik graag zien waarom “eeuwig” toch niet altijd een goed vertaalwoord is.

Nieuwe boeken