Waar zijn al die ‘engelen’ gebleven?
De aanduiding ‘engel’ in veel bijbelvertalingen
Wanneer we vertalingen van de bijbel opslaan, vinden we daarin ongeveer driehonderd keer de aanduiding ‘engel’ of ‘engelen’. We kunnen dus rustig vaststellen dat het in de bijbel wemelt van ‘engelen’. Wat we ons in dit opzicht kunnen of zelfs moeten afvragen, is hoe het komt dat er in onze tijd blijkbaar geen spoor meer van al die ‘engelen’ is terug te vinden. De volgende vraag die in dit verband opkomt, is of onze huidige samenleving dan zo ver van die in de bijbel is verwijderd dat daarin geen plaats meer is voor ‘engelen’. De bijbel zelf laat ons echter zien dat deze conclusie totaal onjuist is. Dat wordt meteen duidelijk als we onze aandacht niet op de vertalingen, maar op de grondtekst van de bijbel richten. In dat geval constateren we dat veel vertalingen het Hebreeuwse woord mal’ach in het Oude Testament en het Griekse woord angelos in het Nieuwe Testament voortdurend op twee verschillende manieren weergeven. Wanneer het bij deze beide termen om een bode van mensen gaat, wordt dit in die vertalingen consequent met ‘bode’ weergegeven. Wanneer het daarbij over een bode van God handelt wordt dit echter met ‘engel’ vertaald. Een uitzondering daarop vormen onder meer de vertalingen van Martin Buber en André Chouraqui. Zo vertaalt Buber in zijn Duitse weergave van het Oude Testament het Hebreeuwse woord mal’ach altijd heel consequent met ‘Bote’. Chouraqui gaat in zijn Franse vertaling van de hele bijbel op dezelfde manier te werk door de respectievelijk in het Oude Testament en in het Nieuwe Testament voorkomende aanduidingen mal’ach en angelos telkens met hetzelfde Franse woord ‘messager’ weer te geven.