Waarderende gemeenteopbouw
De heer N. Belo is oud-docent Gemeenteopbouw aan de Opleiding Godsdienst Pastoraal Werk van de Christelijke Hogeschool Ede en voorzitter van de coördinatiegroep Waarderende Gemeenteopbouw
Anders kijken
In Waarderende Gemeenteopbouw (WG) kijken we anders. Niet met de bedoeling om te analyseren en te beoordelen: wat is de diagnose? Welke therapie is nodig? Wat is het verbeterplan? Zo’n manier van kijken en denken is heel vermoeiend. We doen al veel om de gemeente draaiend te houden. Door een verbeterplan krijgen we een lijst met wat er allemaal extra gedaan moet worden. Gaat dat wel lukken met minder mensen en geld? Deze manier van kijken – hoe lossen we de problemen zo snel mogelijk op? – heeft een risico. We lopen voorbij aan dat wat – door God gegeven – aanwezig is in de gemeente.
Toegegeven: anders leren kijken, vraagt oefening. Kijk je naar een kleine, sterk vergrijzende gemeente met de vraag ‘Wie doet hier straks als laatste het licht uit?’ Of verwonder je je en vraag je je af: ‘Dat deze mensen toch trouw blijven komen – wat is dat? Wat zit daaronder? Wat is die ‘levende kern’, die power in deze gemeente? Kunnen we daarmee gaan bouwen?’
WG kijkt anders en probeert te ontdekken wat de levende kern is. Welke factoren er toch voor zorgen dat het gemeentewerk blijft doorgaan.
Spanningsveld
Natuurlijk zit hierin een spanningsveld. Bij gemeenteopbouw hebben we idealen en dromen. De werkelijkheid is echter anders. In dat spanningsveld worden we uitgedaagd: Wat is ons verlangen? Wat is ons visioen? Hebben we echt vertrouwen in wat God gegeven heeft om op weg te gaan? Hebben we vertrouwen in mensen met hun talenten en gaven, in de kracht die in het kleine zit? WG wil in dat spanningsveld staan en bouwen met wat voor handen is. Het is zó leren kijken, dat je in de situatie van de gemeente toch verbondenheid en liefde ontdekt. Het is ‘horen van muziek in wat een irritante en pijnlijke kakofonie lijkt’ (naar Borgman, 2017, p. 13 en 49). Om zó anders te kijken, moeten we afstand nemen, rustig kijken en interpreteren. Het vraagt oefening om ‘anderen door de ogen van Christus te zien’ (naar Bonhoeffer).
In Handelingen 11,19-26 zien we een mooi voorbeeld van ‘anders kijken’. In Antiochië ontstaat een christelijke gemeente. De moedergemeente in Jeruzalem hoort ervan en stuurt Barnabas op visitatie. Hij ziet wat God doet en wordt daar blij van. Hij waardeert het én spoort aan om trouw te blijven aan de Heer (vers 23).
Waar komt WG vandaan?
Deze manier van kijken is gevoed door Appreciative Inquiry – Waarderend Onderzoek, ontwikkeld door David L. Cooperrider, Amerika. In Waarderend Onderzoek denk je vanuit kansen en mogelijkheden. Iedereen doet er toe. Vernieuwen of veranderen is niet voorbehouden aan het management van een organisatie. Analyses zijn niet doorslaggevend om problemen op te lossen. Het gaat om de (ervarings) verhalen van de mensen in de hele organisatie.
In Nederland is dit toegankelijk gemaakt door o.a. Robbert Masselink (2008). Jan Hendriks, oud universitair hoofddocent Gemeenteopbouw aan de VU, is in 2010 in aanraking gekomen met dit gedachtegoed. Samen met gemeenteadviseurs, opbouwwerkers, docenten HBO is WG ontwikkeld (zie Hendriks, Goede Wijn, 2013). Het gaat in WG om de christelijke gemeente. Hendriks heeft duidelijk gemaakt, dat de identiteit van een gemeente bepaald wordt door de samenhang in relaties. De relatie tot God, tot de (buiten)wereld en tot elkaar. Als we gaan waarderen, verlangen en dromen, dan moet dit helpend zijn voor de verrijking van deze relaties. En hun onderlinge samenhang.
Hoe werkt het?
Allereerst stellen we een Kernthema vast: wat willen we onderzoeken? Waaraan willen we bouwen? Wat is de kern van wat speelt? Soms helpt het om gewoon eerst het probleem te benoemen. Vraag je jezelf af: waarom is dit voor ons een probleem? Nog belangrijker: Welk verlangen zit onder dit probleem? Om dit te ontdekken zijn werkvormen nodig, die uitdagen om verhalen te vertellen. Wanneer we goed luisteren naar de ervaringen komt een (levende) kern naar boven. Deze kern proberen we zo kort, krachtig én positief mogelijk te formuleren.
De weg / methode: stap voor stap!

Laat ik een voorbeeld geven naar aanleiding van de Dorpskerkenbeweging in de Protestantse Kerk, gestart in september 2018. Heel lang is vanuit krimpen, saneren en fuseren gedacht. Gelukkig komt toch telkens het verlangen naar boven: hoe kunnen we als kerk voor de dorpsgemeenschap van betekenis zijn? Hoe kan het kerkgebouw van iedereen in het dorp zijn? Een kernthema zou dan kunnen zijn: ‘De dorpskerk van belang voor iedereen in het dorp!’ Door zo te gaan kijken, doen zich kansen en uitdagingen voor. In de dan volgende fase gaan we elkaar ervaringsverhalen vertellen. Verhalen, waarin het kernthema oplicht. Dat kan in tweetallen of in kleine groepen.
Soms neemt een team in een gemeente interviews af. Verhalen vertellen geeft betrokkenheid en werkt aanstekelijk. Let wel: het gaat om het vertellen van ervaringsverhalen, niet om zakelijke analyses. In ons voorbeeld: ‘Kunnen we een moment of situatie noemen waarin de Dorpskerk van belang is geweest voor het dorp? Wanneer? Wat is er toen gebeurd? Hoe is dat ervaren?’ Vanuit de verschillende verhalen proberen we te ontdekken welke factoren gezorgd hebben voor het succes. Het succes is de bloei van het kernthema. Vaak worden veel factoren ontdekt. Dan is nodig dat we gaan kiezen welke van de bloeibevorderende factoren echt doorslaggevend zijn.
Met enkele van deze ontdekte factoren gaan we nu in groepen Verbeelden. Stel je eens voor: wanneer deze bloei-bevorderende factor echt helemaal de kans krijgt om te groeien en te bloeien… Hoe gaat het dan (in onze gemeente) eruit zien? Deze verbeelding kan plaatsvinden in gesprekken, maar nog mooier in allerlei creatieve werkvormen. Bij voorbeeld: het maken van een lied, een sketch, een toespraak, een PowerPoint, een gedicht, een… Verrassend hoe mensen in de flow komen.
Wanneer we onze verbeelding genoeg hebben laten spreken, maken we een keus. Niet alle dromen kunnen gelijktijdig gerealiseerd worden. Welke droom helpt nu het meest bij het laten bloeien van ons kernthema? En hoe gaan we dit zó vorm geven dat we komen tot die gewenste bloei? Welke mensen en middelen hebben we nodig? En vooral: wat kan ik zelf, persoonlijk, bijdragen om die droom te realiseren? Wanneer dat helder is, gaan we ons verbinden: wat hebben we verwezenlijkt over 4 jaar, wat over 4 maanden, over 4 uur, over 4 minuten? Wie doet wat? Met een korte viering ronden we het proces af. We verklaren ons verbonden aan onze voornemens en afspraken. We doen dat in verantwoordelijkheid tegenover de gemeente én God. Zo komen we de vrijblijvendheid voorbij.
Onder welke voorwaarden is er toekomst voor de lokale gemeente in Nederland? Welke elementen zijn cruciaal?
Vanuit het perspectief van WG heeft een lokale gemeente toekomst, wanneer de gemeente een duidelijke identiteit heeft, in relatie met haar context. Zo’n gemeente kijkt vooruit en vraagt zich af: Hoe kunnen we hier in deze situatie volgelingen van Jezus Christus zijn? We kijken niet terug naar het verleden om dat te idealiseren, maar om van te leren. We leven vanuit het vertrouwen dat de Heer van de kerk ook nu zijn belofte waarmaakt: waar twee of drie in de naam van de Heer aanwezig zijn, daar is Hij in het midden. Dit verlangen en vertrouwen werkt aanstekelijk. We oefenen om elkaar door de ogen van Christus te zien. We vragen ons af: Wat zou de Heer deze gemeente gegeven hebben? Hoe zou zij dat kunnen inzetten in de opbouw van de gemeenschap? Een gemeente met toekomst kijkt anders én vooruit.
Waar zien we deze voorwaarden al (gedeeltelijk) vervuld?
Ik zie dit gebeuren bij stadsgemeenten. Alle vanzelfsprekendheden en vaste structuren van het instituut ‘kerk’ zijn weg. Creativiteit komt los door de vraag:
Hoe kunnen we voor de stad – in kleine kracht – tot zegen zijn? Ik zie het ook in de Dorpskerkenbeweging. De krimp leidt niet meer tot kramp, maar daagt uit: hoe kunnen we het welzijn van elkaar in het dorp bevorderen?
Welke vorm(en) zal de lokale kerk in de toekomst aannemen?
De lokale kerk zal meer de vorm van een kring van community ’s aannemen. Op een centrale plek, in een herkenbaar gebouw, komen we op belangrijke momenten samen om te vieren. Deze samenkomsten hebben kwaliteit: we worden gezien als mens. Het is er veilig. Wat in de samenkomsten gebeurt, ervaren we als verrijkend. Hier komen we op adem. Het onderwijs helpt bij het staan in het leven.
Naast die centrale ruimte zijn er kerkplekken: ontmoetingsplekken bij mensen thuis. Hier vertellen we elkaar het Evangelie van Jezus Christus, leven we mee met elkaar, is er zorg voor elkaar en wordt er steun geboden. We oefenen met elkaar om het leven te verbinden met het verlangen naar Jezus’ komst. Zo’n kerk vertoont het grondpatroon uit Handelingen 2,42-47: samenkomen in de tempel én huizen. Volharden in het onderwijs van de apostelen, het breken van het brood, de gebeden en in de onderlinge gemeenschap!
Voor de leiding van zo’n kerk is de uitdaging om de mooie ontwikkelingen in de community ’s te delen en door te geven: ter bemoediging en inspiratie!
Wat stemt hoopvol bij het nadenken over de toekomst van de kerk in Nederland?
Het denken vanuit de macht van het getal, de vanzelfsprekendheid en de sprakeloosheid van de kerk raken voorbij. We concentreren ons op de kern, de identiteit van de gemeente én we zoeken hoe we het welzijn van anderen kunnen bevorderen. Dit spreekt (jonge) mensen aan. In die gemeenschap en ontmoeting ontdekken we en verwonderen we ons: ‘God is aan het werk… en we hebben het niet eens doorgehad!’