Bij Psalm 16, Handelingen 2,22-32 en Matteüs 28,1-10Psalm 16 fungeert als een opstandingspsalm in Handelingen 2, in de rede van Petrus. Het gaat om de woorden van vers 10 van de psalm: ‘Want U geeft mijn ziel niet prijs aan het dodenrijk,U laat niet toe dat uw toegewijde ontbinding ziet.’In de toespraak van Petrus wordt een groter deel van de psalm geciteerd: de verzen 8-11, waarna op dit tiende vers nog expliciet wordt teruggekomen (Hand. 2,31).Volgens Handelingen citeert ook Paulus dat psalmvers als ‘bewijsplaats’ voor de opstanding van Jezus, tijdens een rede in de synagoge van Antiochië in Pisidië (Hand.