Menu

Premium

Wat een mens goed maakt

Preekschets bij Matteüs 5:11-20

young man is talking on the phone surrounded by a crowd during rush hour in a large metropolis.
(Beeld: Diy13 via iStock)

Want Ik zeg jullie: als jullie gerechtigheid niet groter is dan die van de schriftgeleerden en de farizeeën, zullen jullie zeker het koninkrijk van de hemel niet binnengaan. (Matteüs 5:20)

Schriftlezing: Matteüs 5:11-20

Liturgisch kader

Voor velen is de zomerperiode een tijd van bezinning, een tijd van afstand nemen van wat ons bezighoudt in ons persoonlijk leven, de samenleving, in de (geo)politiek. Een kernwoord is gerechtigheid. Mensen eisen rechten op, betwisten elkaars rechten, overheden beschermen rechten, of tasten die aan. Het recht van de sterkste geldt, mensen oefenen met geld hun rechten uit ten koste van de armere, of een bepaalde bevolkingsgroep ten koste van andere groepen, of mannen ten koste van vrouwen. Wat gerechtigheid of rechtvaardigheid is, is vaak niet zo eenvoudig vast te stellen. In een drietal preekschetsen luisteren we naar wat Jezus erover zegt.

Bekijk de andere preekschetsen hier:

Uitleg

In het hart van de Bergrede staat het begrip gerechtigheid, een kernbegrip in het Oude Testament en in de joodse traditie. Door heel de bijbel heen onderwijst God wat gerechtigheid is, wat een rechtvaardig mens is. En Hij corrigeert wat de mensen ervan maken. Hij roept op tot inkeer en tot terugkeer naar de wet en de profeten in het Oude Testament en naar het evangelie van Jezus Christus in het Nieuwe Testament. De vertaling gerechtigheid voor het Griekse woord dikaiosunè heeft een juridische toon. Gerechtigheid is: datgene aan een persoon wat hem of haar werkelijk rechtvaardig, dat is goed, maakt. Dat is innerlijke goedheid, die blijkt in je handel en wandel. Dan deug je als mens, niet volgens een maatschappelijke moraal maar die van Jezus’ koninkrijk. Het overvloediger zijn waar Jezus op doelt, zit op het niveau van ons hart, van onze diepste intenties.

Jezus zegt in de verzen 17-20 dat Hij niet is gekomen om het Oude Testament aan de kant te schuiven, maar om de vervulling van de profetie te verwerkelijken. Geen enkel onderdeel kan ooit worden afgeschaft, alles moet worden vervuld in Jezus’ bediening en onderwijs.

Een waarachtig christelijke houding is niet het legalisme van de schriftgeleerden en farizeeën, die zich concentreren op een strikt letterlijke uitleg. Jezus vraagt een diepe verbondenheid met de wil van God, en een praktische uitwerking ervan, zoals de verzen 21 en volgende illustreren. Jezus zet daarin de valse en de ware interpretatie van de wet tegenover elkaar, en bespreekt achtereenvolgens moord, overspel, de eed, wraak, vergelding en liefde jegens de naaste.

De verklaring in vers 20 is een conclusie. Tegelijk is deze uitspraak fundamenteel voor wat volgt. De gerechtigheid die Jezus vraagt is niets minder dan volledige instemming met Gods heilige wet (vergelijk Mat. 22:34-40, in het bijzonder vers 37). Het hart dat recht is voor God, streeft Gods gerechtigheid na als levensbeginsel. In tegenstelling hiermee aanvaarden de schriftgeleerden en farizeeën een gerechtigheid van uiterlijke naleving, en wenden ze voor dat ze door hun zware inspanning op weg zijn de goddelijke gerechtigheid te bereiken.

Toch is niet elke verordening of elk voorschrift uit het Oude Testament eeuwig geldig of even belangrijk. Die zienswijze vind je nergens in het Nieuwe Testament. De focus is op Jezus en zijn onderwijs. In het licht daarvan blijken sommige oudtestamentische regels hun rol te hebben vervuld en niet langer toepasbaar, andere moeten opnieuw worden geïnterpreteerd, zoals in de volgende verzen gebeurt. Jezus vervult de wet en verklaart die voor altijd gezaghebbend voor zijn volgelingen. Maar Hij corrigeert de heersende uitleg, die je legalistisch kunt noemen.

Ook in het Oude Testament zijn al voorbeelden van dergelijke ‘correcties’: Mozes gaf in Gods opdracht de wet aan het volk, en hij liet in de praktijk de bedoeling zien om de wet naar zijn intentie te interpreteren, en te handelen in de geest van de wet (dochters delen de erfenis, Num. 27:1-7; 36:2). Een prachtig voorbeeld is hoe het huwelijk van Boaz met Ruth (Ruth 4:1-12) wordt gelegaliseerd door zijn beroep op het leviraatshuwelijk (Deut. 25:5-10), terwijl het een heel andere situatie betreft.

Om zijn Koninkrijk binnen te gaan eist God een overvloediger gerechtigheid dan die van de schriftgeleerden en farizeeën. Zij leven zo stipt dat hun gerechtigheid op het eerste gezicht moeilijk is te evenaren, laat staan te overtreffen. Hun gerechtigheid is echter in wezen schijn. Want bij hen ontbreekt het voornaamste van de wet. Dat is de liefde tot God en de naaste, en daaruit voortvloeiend rechtvaardig handelen, barmhartig zijn, medelijden tonen, trouw zijn in de relatie met God en de naaste. Jezus verwijt hen huichelaars te zijn (Mat. 23:23). Wie oprecht is in het betrachten van gerechtigheid, overtreft dus altijd de schriftgeleerden en farizeeën.

Handshake isolated on light nature background
(Beeld: photobyphotoboy via iStock)

Aanwijzingen voor de prediking

Jezus houdt de wet van God in ere. Daarom waarschuwt Hij voor het eigenwillig nietig verklaren van wetsbepalingen. Daarmee zou je jezelf degraderen. Terwijl je groot zult worden genoemd in het Koninkrijk der hemelen als je de wet van God in praktijk brengt en onderwijst. Burger zijn van Gods Koninkrijk is een genadig geschenk van God, je verdient niets. En toch zal iemands rang of positie afhangen van en overeenstemmen met hoe die Gods heilige wet heeft gewaardeerd, welke betekenis die in het leven gekregen heeft.

Deze boodschap staat haaks op de moderne moraal. Jezus bedoelt niet dat elk gebod even belangrijk is. De vraag wat het grootste of belangrijkste gebod is, beantwoordt een van de schriftgeleerden. Uit zijn reactie blijkt dat Jezus het met hem eens is (Luc. 10:27-28). Jezus blijft met zijn onderwijs ver weg van de haarkloverijen en het wetticisme van de schriftgeleerden, Hij wil de mensen ook niet kwellen met de geboden. Toch beschouwt Hij sommige vereisten van de wet als belangrijker of minder belangrijk, er is een verschil in gewicht. Waar Jezus vooral zwaar aan tilt, zijn: rechtvaardigheid, barmhartigheid en trouw (Mat. 23:23). Niettemin benadrukt Hij dat elk gebod moet worden gehouden, zoals Hij dit zelf gaat toelichten.

Aansporing tot navolging

Het positieve, laat de gemeente daarop letten, is dat wie ook de geringste geboden doet en leert, groot zal worden genoemd in Gods koninkrijk, en werkelijk als groot zal worden gezien (1 Joh. 3:2). Onze redding, onze zaligheid, is dus niet alleen een zaak van genade en door geloof. Onze zaligheid is ook in overeenstemming met onze werken. Denken we daar weleens over na?

Wij mogen als volgelingen van Jezus Christus onze hoop vestigen op zijn gerechtigheid, de gerechtigheid die Hij in zijn leven en sterven aan het kruis heeft vervuld. In de zaligsprekingen verwerpt Jezus het bouwen op eigen gerechtigheid. Hij spoort ons aan te hongeren en dorsten naar zijn gerechtigheid. Paulus wijst in zijn brieven op de noodzaak van de gerechtigheid van God voor het ingaan in het Koninkrijk (1 Kor. 6:9-10; Gal. 5:21). Laat wat Jezus nu zegt, ons aansporen tot het onderhouden van de wet om ons vertrouwen in Jezus Christus te versterken, en onze navolging van Hem die onze Heer en Koning is te oefenen.

Gods heilige wet

Jezus wijst op de interpretatie van de wet, elk gebod vraagt om uitleg. Weer waarschuwt Hij, Jezus spreekt zijn volgelingen uitdrukkelijk aan: ‘Want Ik zeg jullie …’. Er volgt een belangrijke uitspraak. De gerechtigheid van de schriftgeleerden en farizeeën vindt Hij verwerpelijk. Daartegenover zet Hij de gerechtigheid waarin God zich verheugt. Die gerechtigheid is niet minder dan volledige overeenstemming met Gods heilige wet (vgl. 22:37) in alles wat we zijn en doen. Die ontvang je als je hart recht is voor God. Die gerechtigheid is een door God geschonken gerechtigheid die je in dit leven in beginsel bezit, en hierna volmaakt in Gods Koninkrijk! Verlangen de hoorders daarnaar? Dan zijn ze zalig!

Een christen is een kind van God en een burger van Gods koninkrijk. De roeping van de christelijke gemeente is om zo te leven, herkenbaar te zijn als christen. Is het aan ons te zien en te horen dat Jezus Christus onze meester is? Als je verlangt Gods wil te doen, Hem te gehoorzamen, in Jezus te geloven, dan merk je dat je dit niet kunt vanuit jezelf. Je komt niet verder dan proberen. Daar kun je je bij neerleggen met de gedachte ‘morgen doe ik het beter’. Toch bevredigt dit niet. Gods geboden in praktijk brengen lukt ons niet. Dat is door de zonde die diep in onze natuur zit. God moet ons helpen door zijn Geest. Hij schenkt ons de Heilige Geest, die geeft ons liefde voor de wet en de kracht ernaar te leven, die maakt ons één van wil met God.

Ideeën voor kinderen en jongeren

Nodig de kinderen uit een tekening te maken van onrecht, van wat niet eerlijk is, of gemeen, of wat het gevolg is. Misschien wordt dit een tekening van armoede, mensen in een vluchtelingenkamp, of daklozen.

Bespreek met de jongeren wat zij als onrecht zien of zelf ervaren. Wat leert Jezus’ onderwijs voor jou persoonlijk, of voor bijvoorbeeld de overheid? Wat moet anders?

Straatarts Michelle van Tongerloo hield een lezing voor geestelijk verzorgers in de PKN (6 februari 2026). Ze is als straatarts werkzaam in de Pauluskerk, die een diaconaal centrum vormt in de binnenstad van Rotterdam. Daar behandelt ze veel thuis- en daklozen. Vanuit de zaal kwam een vraag van een geestelijk verzorger die werkte in het Erasmus MC in Rotterdam. Ze zei daar veel liefde, maar ook hardheid en onverschilligheid te zien. Van Tongerloo: ‘Dat zorgmedewerkers onverschillig worden, heeft ermee te maken dat het systeem hun zorgzaamheid laat uitdoven. Men loopt vast in het systeem. Ik adviseer om zelf niet onverschillig te worden.’

Hoe denken de jongeren hierover? Over hoe je mensen kunt helpen, of over hoe ze zelf iets kunnen doen. Herkennen ze de waarschuwing over onverschilligheid?

Henk Post is in de theologie gepromoveerd aan de Vrije Universiteit. Hij is auteur van diverse boeken en artikelen, en gaat voor in de Protestantse Kerk in Nederland.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken