Menu

Premium

Wat Jesaja voorzegd heeft

Bij Lucas 1,26-38 / Lucas 1:26-38

‘De jonge vrouw zal zwanger worden…’ (Jesaja 7,14). Volgens de kerkelijke leer voorspelt Jesaja hier de komst van Jezus en is Maria de jonge vrouw. Maar profeten waren geen waarzeggers. Zij spraken wel een waar woord, meestal gekoppeld aan een oproep tot inkeer in een bepaalde situatie. Situaties herhalen zich, zij het in steeds andere omstandigheden.

Rond 730 voor Christus wordt Juda bedreigd door grootmacht Assyrië. Om de veiligheid van Juda te waarborgen, sluit koning Achaz uit het huis van David een bondgenootschap met de vijand in plaats van te vertrouwen op hulp van de Eeuwige, die hem bij monde van Jesaja wordt toegezegd. Dan spreekt Jesaja van het teken namens Adonai: ‘De jonge vrouw zal een kind baren, dat Immanuel / de Eeuwige met ons, genoemd zal worden’ (7,14). Juda gaat verloren, maar die belofte houdt de hoop op de komst van een redder levend (8,10), ook wanneer eeuwen later de bevolking van Juda in ballingschap naar Babylon wordt gevoerd. Even werd gedacht dat de Perzische koning Cyrus, die een einde maakte aan de ballingschap en de Judeeërs toestond naar huis terug te keren, de beloofde Immanuel was. Hij werd ‘gezalfde van de Eeuwige’, messias genoemd. Maar Jesaja verbindt het beloofde kind nadrukkelijk met het huis van David. Daaruit zal een nieuwe loot komen, waarop de Geest van de Eeuwige rust (11,1).

Lucas’ goede boodschap

Na de ballingschap wordt Jeruzalem herbouwd, maar wanneer Lucas zijn Evangelie schrijft, zijn stad en tempel opnieuw verwoest, nu door de Romeinen. De bewoners van het land zijn verstrooid. En dan herinnert Lucas (1,26) eraan dat Jesaja’s profetie landde in Nazaret, stad van de nieuwe loot (Hebr.: neetsèr) in Galilea, als miniatuurbeeld van de kring van volken (Hebr.: gallil-ha-gojim) waarover de goede boodschap zich zal gaan verspreiden. Lucas schreef zijn Evangelie tegen het einde van de eerste eeuw, wanneer ook niet-Joden toetreden tot Jezus’ gemeente. Lucas heeft Jezus niet meegemaakt, hij was geen apostel of ooggetuige. Maar wel verzamelde hij nauwgezet informatie voor zijn Evangelie (1,1-4). Het gaat hem daarbij niet om een rapportage van feitelijkheden. Bij de ontmoeting met de engel waren immers geen getuigen aanwezig. Het gaat Lucas om de betekenis van het aangekondigde kind, en daarvoor gebruikt hij stijlmiddelen die dat in zijn tijd duidelijk maken voor iedereen, Judeeër, Griek of Romein.

Bijzondere geboorten

Alle volken in de oudheid kenden het paradigma van de geboorte van de held. Zo incarneerde in Egypte de zonnegod Re als nieuwe farao (3000 v.Chr.). De Romeinse dichter Vergilius (50 v.Chr.) beschrijft de geboorte van godenzonen zoals Hercules en Achilles, nadat oppergod Jupiter een meisje zwanger heeft gemaakt. Helden in de oudheid hadden een leven vol beproevingen en werden na hun dood opgenomen in het godenrijk. Plato, Boeddha en Zarathoestra zouden zijn geboren zijn uit een maagd. Maria kreeg later trekken van de Soemerische oermoeder als moeder en maagd, en van de godin Isis als koningin van de hemel. Ook het jodendom kende dat paradigma. De moeder van Simson krijgt van een engel de boodschap dat zij zwanger zal worden van een bijzondere zoon, die het volk zal redden door tussenkomst van de Eeuwige (Re. 13). En paus Benedictus XVI schrijft: ‘De mythe van de bijzondere geboorte van het verlossende kind komt voor over de hele wereld.’ [1]

Zo is de Annunciatie een herkenbare mythe, waarmee Lucas duidelijk wil maken dat Jezus de verwachte Messias uit het huis van David is. Maar wat maakt Maria nu zo bijzonder?

Het ‘ja’ van Maria

Het grote verschil met de mythische meisjes, zwanger geworden door goddelijke tussenkomst, en Maria is dat Lucas Maria niet presenteert als een willoos, passief meisje, maar als een jonge vrouw, die bewust aanvaardt wat haar in het vooruitzicht wordt gesteld. Zij stemt toe uit vrije wil en neemt daarmee ook de rol op zich van ‘ebhedadonai (= dienaar/dienares van de Eeuwige), die volgens Jesaja veel zal moeten doorstaan. In Jesaja 53 is het lijden van Jezus terug te lezen, maar ook dat van Maria vanwege haar kind. Anders dan Achaz, die meer vertrouwde op een pact met de vijand, vertrouwt Maria totaal op de genade van de Eeuwige, ‘kome wat komt’. Haar onwankelbare vertrouwen is Maria’s grootheid, die haar bestemt tot bruid van de Eeuwige, tot moeder voor alle levenden, zoals Abrahams vertrouwen hem tot vader maakte van vele volken.

Maria, moeder voor alle levenden

Daarom is Maria voor Lucas de stammoeder uit het huis van David, waaruit volgens Jesaja Immanuel zal worden geboren. Niet uit geslachtsgemeenschap met een Olympische godheid, maar ‘overschaduwd’ met de kracht van de Allerhoogste, zoals ook Jezus bij zijn doop in de Jordaan.

In de joods-christelijke traditie wordt Sion gezien als woonplaats van de Eeuwige, vanwaar alle genade uitstroomt over de wereld. Voor Lucas versmelt het beeld van Sion als plaats van Inwoning met Maria. Sion werd door de eeuwen heen steeds vertrapt en vernederd, maar de Eeuwige heeft oog gehad voor zijn vernederde (niet: ‘nederige’) dienares. Men noemt haar niet langer verlatene (Jes. 62). De Eeuwige is met haar: bron van haar vreugde; het Griekse chaire is meer dan een groet (Luc. 1,28). Vreugde is een rode draad in Lucas’ Evangelie. Vreugde voor mensen die Jezus ontmoeten. Maria is de eerste die die vreugde smaakt, en zij uit die in een lofzang (1,46-55). Of Maria altijd maagd is gebleven en of Jezus broers of zussen had, is voor Lucas niet relevant. Voor Lucas geldt alleen haar betekenis: uit Maria als ‘stad van God, huis van David, bruid van de Eeuwige’ wordt Immanuel geboren. Zo wordt het profetenwoord, dat Achaz afwees, door Maria’s ‘ja’ alsnog realiteit.

Wellicht ook interessant

None

Studiemiddag op 4 juni naar aanleiding van publicatie ‘Gods slaafgemaakten’

De beroemde voormalige slaafgemaakte en abolitionist Frederick Douglass (1818-1895) was christen én buitengewoon kritisch op het christendom van vele slaveneigenaren in de Verenigde Staten. Die laatste vorm van christendom noemde hij “slaveholding religion” en die plaatste hij tegenover wat hij zag als het ‘echte christendom’ – de “Christianity of Christ”. In zijn recente boek Gods slaafgemaakten laat historicus en theoloog Martijn Stoutjesdijk zien dat beide interpretaties van het christendom eigenlijk altijd al aanwezig zijn geweest in de Bijbel en geschiedenis van het christendom.

None

Recensie van Amsterdamse Cahiers: Jesaja

Als predikant heb je je vaak te buigen over fragmenten uit het complexe Bijbelboek Jesaja. De bekendste flarden keren jaarlijks terug, vaak in combinatie met het Nieuwe Testament. Tekstfragmenten die ‘iedereen’ kent, roepen vaak allerlei beelden en herinneringen wakker (‘je hebt me bij de naam geroepen/ je bent de mijne’; ‘het volk dat in duisternis ronddoolt’; ‘zwaarden, ploegscharen…’). Tegelijkertijd blijft het grootse deel van de profetie doorgaans gesloten.

Medische verrassingen in de Bijbel
Medische verrassingen in de Bijbel
None

Thema: Medische verrassingen in de Bijbel

In de Bijbel staat verrassend veel informatie over gezondheid en ziekte, vanuit het oude testament komen veel regels naar voren om ziekte en de verdere verspreiding van ziekte te voorkomen. Veel van deze regels zijn nog steeds actueel. Van oud-testamentische narcose tot het nut van de reinheidswetten. Tom Mikkers gaat in deze aflevering in gesprek met Alie Hoek-van Kooten die het boek Medische verrassingen in de Bijbel schreef. Zij gaat in het gesprek ook in op de manier waarop mensen in de Bijbelse tijden met ziekte omgingen en welke rol hun geloof daarin speelde. Een nieuwe invalshoek op bekende materie, toegankelijk en verrassend.

Nieuwe boeken